Analyse Orkaan Sint Maarten

Een jaar na orkaan Irma, maar van wederopbouw is nog nauwelijks sprake op Sint Maarten

Er is nog niet veel gebeurd, een jaar na de verwoestende orkaan Irma. Het wantrouwen tussen Sint Maarten en Nederland, dat een half miljard euro opzij heeft gezet voor de wederopbouw, zit diep.

De schade op Sint-Maarten, ongeveer 3 weken nadat orkaan Irma het eiland in puin heeft gelegd. Foto Hollandse Hoogte / Joris van Gen

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:

Florence is op weg, Gordon zit haar op de hielen. De twee tropische stormen, bezig met de oversteek van West-Afrika naar de Cariben, worden ook op Sint Maarten nauwlettend in de gaten gehouden. Elke inwoner weet immers welke verwoesting zij kunnen aanrichten. En hoe zij ook een jaar later nog een land kunnen verlammen.

Tegen vier uur in de donkere ochtend van 6 september 2017 kwam op het Caribische eiland de orkaan Irma aan. Het kleine Sint Maarten, deels Frans en deels een autonoom land binnen het Nederlands koninkrijk, kreeg de volle mep. Slachtoffers vielen er gelukkig nauwelijks. Maar de schade bedroeg miljarden euro’s.

Hulp, heel veel hulp was dus geboden. In eerste instantie kwam die snel op gang. Met onmisbare inzet van Nederlandse militairen werd de acuutste nood gelenigd en de openbare orde hersteld. Maar voor duurzame wederopbouw is veel meer nodig. Geld. Maar zeker ook politieke en bestuurlijke wil en vaardigheid. En daaraan ontbreekt het.

Harde condities

De regering in Den Haag maakte snel duidelijk Sint Maarten met ruim een half miljard euro te willen steunen. Maar niet zonder harde condities. De grootste Nederlandse zorg, toen en nu, laat zich het best als volgt omschrijven: zijn de leiders van het eiland te vertrouwen? Gaan zij echt alles in het werk stellen ‘to build back better’ (het motto van de wederopbouw), of zijn ze vooral geïnteresseerd in eigen financieel gewin?

Het politieke geruzie dat uit deze Haagse zorg is voortgekomen, zowel tussen Nederland en Sint Maarten als tussen Sint-Maartense politici en bestuurders onderling, heeft ertoe geleid dat precies een jaar later het echte herstelwerk nog steeds moet beginnen. ‘Er is heel weinig voor Sint Maarten gedaan,’ zo is op het eiland gezegd. Dat klopt. Maar Theo Heyliger, de politicus die deze uitspraak vorige week deed, is hieraan typerend genoeg zelf medeschuldig.

Twee zaken zijn van belang om dit beter te begrijpen. Den Haag heeft als voorwaarde voor het besteden van in totaal 550 miljoen euro Nederlands belastinggeld geëist dat de hulpcoördinatie in handen is van de Wereldbank. Door het moeizame schakelen tussen Washington en Philipsburg duurde dat het bijna een jaar voordat het National Recovery and Resilience Plan (NRRP) de goedkeuring kreeg van het Sint-Maartense parlement. Dat intussen woonhuizen en scholen ongerepareerd bleven, maakte op geen van de partijen veel indruk.

Strafonderzoek

De andere, hieraan gekoppelde zaak betreft Theo Heyliger zelf. Hij speelde niet alleen een grote rol bij de bestuurlijke chaos die ontstond na de val van de vorige regering op Sint Maarten, maar vecht ondertussen zelf voor zijn toekomst, nu het Openbaar Ministerie op het eiland een strafonderzoek naar hem is begonnen wegens de vermeende omkoping van een parlementslid in 2012-2013.

Met deze combinatie van zaken treedt de verlamming in, waarvan de ruim 40 duizend burgers op het Nederlandse deel van Sint Maarten het slachtoffer zijn. Heyligers partij vormt inmiddels de regering. Hijzelf, in het besef dat hij niet door de integriteitsscreening zou komen, heeft het premierschap niet op zich genomen. Maar als machtigste man achter de schermen is hij vooral bezig om zich Nederland van het lijf te houden, zowel politiek als zakelijk en justitieel.

En dus trok vorige week een groep van zo’n 250 mensen protesterend door de straten van het centrum van Philipsburg. Bij de eigen politici, bij de Nederlandse vertegenwoordiging op het eiland, en bij het kantoor van het OM werd op de deur geklopt. De boodschap van het kleine groepje demonstranten, onder wie nota bene Theo Heyliger zelf, was steeds dezelfde: Sint Maarten is een autonoom land dat door Nederland in een soort postkoloniale houdgreep is genomen en daardoor zijn recht op zelfbestuur niet naar behoren kan uitoefenen.

Frustratie

Het Haagse verweer is tweeledig. Ten eerste gaat het bij de wederopbouwhulp om veel Nederlands geld, dat alleen bij een verantwoorde uitgave de goedkeuring van de Nederlandse burger zal krijgen. In Den Haag bestaat bij Koninkrijksrelaties, het departement van staatssecretaris Raymond Knops, frustratie over de opstelling van de Sint-Maartense politiek. Nederland zet het geld klaar, zo is de Haagse redenering, maar Sint Maarten gaat almaar niet aan de slag.

Op de tweede plaats heeft Nederland binnen het koninkrijk expliciet de taak om toe te zien op ‘deugdelijk bestuur’, ook op de Caribische eilanden. Platter gezegd: als Sint Maarten zélf eventuele corrupte leiders niet aanpakt, zal Nederland dat moeten doen. Nederlandse critici, zoals SP-Kamerlid Ronald van Raak, menen dat er door de verbinding van onder- en bovenwereld op het eiland noch van deugdelijk bestuur, noch van een verantwoorde besteding van het geld voor de wederopbouw sprake zal zijn.

Premier Mark Rutte zal dit zelf niet snel zo verwoorden, maar gaf tijdens zijn bezoek aan Sint Maarten in mei wel aan dat het eiland de strijd tegen de corruptie eindelijk serieus dient te nemen. Voorlopig echter is het vooral het nieuwe orkaanseizoen dat serieus begint te worden.

Relatief rustig orkaanseizoen voorspeld

Lichtpuntje voor de bewoners van Sint Maarten: als de voortekenen niet bedriegen, blijft het orkaanseizoen in de regio dit jaar een stuk milder dan tijdens het rampjaar 2017.

Het Amerikaanse klimaatinstituut NOAA stelde afgelopen augustus nog zijn orkaanverwachting voor de Atlantische Oceaan naar beneden bij. Volgens de wetenschappers is de kans inmiddels zestig procent dat het Atlantische orkaanseizoen, dat nog tot november duurt, milder blijft dan gebruikelijk.

De kans op een heftiger dan gemiddeld seizoen is tien procent. Kanttekening daarbij is wel dat dit de verwachting is voor de Atlantische Oceaan. De situatie aan de andere kant van de wereld kan volkomen anders zijn. Zo botste de krachtige tyfoon Jebi dinsdag frontaal op Japan.

Bovendien geldt de verwachting niet specifiek voor Sint Maarten. ‘De route van een orkaan wordt voor het grootste gedeelte bepaald door het weer van dat moment’, waarschuwt het NOAA. ‘Dat kunnen we pas enkele dagen van tevoren voorspellen.’

Orkanen in de Atlantische oceaan groeien nu wat minder makkelijk dan normaal. Zo is de temperatuur van het water lager dan gebruikelijk. Pas wanneer die hoger is dan 27 graden Celsius ontstaat de cocktail van vochtige, opstijgende lucht die een storm kan opzwepen tot een orkaan. De kans dat een verstoring zich de komende periode ontwikkelt tot een apocalyptisch monster dat een eiland in puin legt, is daardoor wat kleiner.

‘Maar vergis je niet’, waarschuwt Gerry Bell, die leiding geeft aan het orkaanvoorspellingsteam van NOAA. ‘Zelfs in een ‘milde’ periode kan één flinke storm alsnog voor een rotseizoen zorgen.’ De twee tropische stormen die nu door de regio reizen, vormen voor Sint Maarten geen risico. ‘Gordon ontwikkelt zich nog tot orkaan, en gaat daarna aan in de VS aan land’, zegt Bell. ‘En Florence blijft ruim ten noorden van de Cariben.’

Het is nog niet duidelijk of het jaar 2018 het begin is van een langere milde periode. ‘Historisch gezien zitten we steeds 25 tot 40 jaar in actieve periodes’, zegt Bell. De huidige periode is al sinds 1995 bezig. ‘Uiteindelijk wordt het dus vanzelf rustiger.’

Het is nog onduidelijk welke invloed de opwarming van de aarde heeft op orkaanseizoenen. Uit computermodellen blijkt dat de opwarming weliswaar zorgt voor hogere watertemperaturen, maar tegelijk de kans vergroot dat een orkaan uit elkaar wordt getrokken nog voordat hij gevormd is. (George van Hal)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.