Interview Schoolbestuurder Sandra Beuving

Een jaar na het ongeval met de Stint: ‘Bij kinderen kunnen verdriet en vrolijkheid tegelijk bestaan’

Schoolbestuurder Sandra Beuving met de vier vlinders die deel gaan uitmaken van het monument voor de slachtoffers van het Stint-ongeluk. Beeld Marcel van den Bergh/ de Volkskrant

Bij het ongeluk met de Stint in Oss kwamen vorig jaar vier kinderen van basisschool de Korenaer om het leven. Hoe gaat een school om met zo’n drama? Wat doe je met de tafel van een overleden kind? En wanneer ga je weer verder met werkwoordspelling?

Sandra Beuving zat in een vergadering toen het telefoontje kwam dat geen onderwijsbestuurder wil ontvangen. Het was een donderdagochtend en aan de andere kant van de lijn hoorde ze de directeur van een van de basisscholen van haar stichting.

Een ouder en een kind waren overstuur naar school gekomen, vertelde de directeur. Ze hadden een ernstig ongeluk gezien, waar ook kinderen bij betrokken waren. Die kinderen zaten niet bij hem op school, maar vermoedelijk wel op een school in de buurt.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Beuving besloot rond te bellen. Naar directeuren van scholen rondom de spoorwegovergang waar het ongeluk gebeurd was. Eén vraag stelde ze: ontbreken bij jullie kinderen? Een minuut of wat later belde Peter Janssen van basisschool De Korenaer haar terug.

‘Ja’, zei hij. ‘We missen er hier vijf.’

Even later stapte Beuving de vergadering weer binnen. Ze ging zitten, vertelde het nieuws.

‘Moet je er niet heen dan?’ vroeg iemand.

Ze was zo beduusd dat ze daar nog niet eens aan had gedacht.

Marathon

Die dag, precies een jaar geleden, staat Beuving nog goed bij. Op een spoorwegovergang bij station Oss West ramde een trein op een elektrische bakfiets van een kinderopvangorganisatie. Fleur (6), Kris (4) en de zusjes Dana (8) en Liva (4) overleefden de klap niet. Een vijfde kind en de bestuurder van de Stint raakten zwaargewond.

Voor Beuving begon toen een hectische periode, waarin ze naar eigen zeggen ‘vol op adrenaline’ draaide. Als bestuurder van Saam Scholen, een stichting met 27 openbare en katholieke basisscholen in gemeenten als Boekel, Oss en Uden, moest ze zich buigen over tal van vragen waar ze zich nog niet eerder over had gebogen.

‘Het voelde als een marathon’, zegt ze. ‘Ik was voortdurend alert. In november en december, toen het weer wat rustiger werd, ben ik tijdelijk minder gaan werken. Ik heb ontzettend veel gewandeld om de spanning uit mijn lijf te krijgen.’

Bellen, bellen, bellen

Beuving verliet op die dramatische donderdagochtend natuurlijk toch de vergadering. Ze stapte in haar auto en schoot ‘in de regelstand’, zoals ze het noemt. Bellen, bellen, bellen. Onderweg naar Oss probeerde ze de ggd te pakken te krijgen. En ze nam contact op met haar collega’s van het college van bestuur. Wie ging er naar De Korenaer? En wie naar het buurtcentrum waar de ouders van de slachtoffers zouden worden opgevangen?

In het buurtcentrum zag Beuving even later hoe de directeur van De Korenaer met een intern begeleider van de school een rondje maakte langs de getroffen ouders. Zelf ontfermde ze zich nog altijd over de organisatorische zaken. Zo moesten ook de andere ouders nog geïnformeerd worden. Beuving vroeg de administratief medewerkers van andere scholen naar De Korenaer te gaan voor een belronde.

‘Ze moesten de ouders vragen op een bepaald tijdstip naar school te komen’, zegt Beuving. ‘Dan zouden de kinderen het nieuws te horen krijgen met hun ouders erbij. Dat leek ons het beste. Tot die tijd hebben ze gewoon in de klassen zitten werken.’

20 september 2018, de plek van het ongeval. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Spandoek

Er was geen draaiboek, geen protocol. Of nou ja, misschien was het er wel, maar ze hebben het er niet bij gepakt. Alle beslissingen namen ze intuïtief, zegt Beuving. Daarbij hielden ze drie vragen in hun hoofd: Wat is goed voor de kinderen van deze school? Wat is goed voor de getroffen gezinnen? Wat is goed voor onze leerkrachten?

En achteraf wil ze het best zeggen: dat pakte goed uit. Zo kijkt ze nog altijd positief terug op de keuze om de school de dag na het ongeluk gewoon open te gooien. ‘We vonden het belangrijk dat kinderen bij hun vriendjes en vriendinnetjes konden zijn.’ Ook konden ouders meteen met vragen terecht bij medewerkers van de ggd en Slachtofferhulp, die op school aanwezig waren.

Wat ze in die eerste dagen vooral geleerd heeft: hou het klein. ‘Er zijn zo veel lieve mensen – in de school en daarbuiten – die vanuit liefdadigheid iets willen doen. Dat levert een enorme logistiek op. ‘De ene ouder wil een spandoek maken, de ander stelt voor om allemaal een kaartje naar een getroffen gezin te sturen, de derde wil bij de uitvaart iets met ballonnen’, zegt Beuving. ‘Dat kan niet allemaal. Het is ook voor de gezinnen niet te doen. Daarom hebben we vaak moeten zeggen: fantastisch idee, maar beter van niet.’

Volle mailbox

De dagen na het ongeluk was Beuving veel op de school. Vaak begon ze om acht uur ’s morgens met een ontmoeting met de pers. Om twee uur en vier uur ’s middags volgde nog een sessie met journalisten. ‘Het was zo’n mediagekte.’

Verder probeerde ze zich vooral dienstbaar op te stellen, ‘zodat het team zijn werk kon doen’. Zo nam ze bossen bloemen in ontvangst die bij de school werden bezorgd. Ze ploegde door de mailbox van de directeur, die vol was gelopen met condoleances. En ze sloeg een arm om de leerkrachten die het even moeilijk hadden, bijvoorbeeld omdat ze bij de ouders van de overleden kinderen op bezoek waren geweest.

Gelukkig trok er ook af en toe een kind aan haar arm, wat de boel mooi relativeerde. Je moet meedoen juf! Kom hinkelen door de gang! ‘Ik heb geleerd dat verdriet en vrolijkheid tegelijk kunnen bestaan’, zegt ze. ‘Er zit zo’n levenskracht in kinderen.’

Familierechercheurs

De kinderen reageerden overigens heel verschillend op de situatie, herinnert Beuving zich. ‘Bij kleuters kan de stemming van minuut tot minuut veranderen. Het ene moment zijn ze hartstikke verdrietig, het andere moment zingen ze weer. Ze snappen ook nog niet wat het betekent dat iemand er niet meer is.’

In groep vijf was dat besef er wel, zegt ze. Daar hadden de kinderen behoefte om iets te tekenen of te kleuren voor de overleden kinderen, maar ze hadden ook behoefte aan houvast en structuur. ‘Dus het is minstens zo belangrijk om ook weer snel taal en rekenen te doen.’

En groep acht, de groep van het meisje dat het ongeluk overleefde? Die leefde nog in hoop en stelde vooral veel vragen. ‘Ze wilden alle details weten’, zegt Beuving. ‘Hoe zoiets stoms nu eigenlijk had kunnen gebeuren, vroegen ze. En of een been er echt helemaal af lag. Er zijn familierechercheurs langsgekomen om zulke vragen zo goed mogelijk te beantwoorden.’

Kaarsjes in de vensterbank

In alle klassen ontstonden herdenkingsplekken, al verschilden die van elkaar. De ene klas richtte een monumentje met knuffels in, een andere klas besloot kaarsjes in de vensterbank te zetten. De tafels en de stoelen van de overleden kinderen zouden voorlopig in de klas blijven staan.

Over zulke kwesties overlegde de school met een adviseur van de Stichting School en Veiligheid, die eerder scholen begeleidde die leerlingen verloren hadden bij de ramp met vlucht MH17. De adviseur raadde aan om alvast na te denken hoe ze die herdenkingsplekken langzaam naar de achtergrond zouden kunnen brengen.

‘Op een gegeven moment schoven we de tafels naar een plek achter in de klas’, zegt Beuving. ‘De vraag was steeds: wanneer doe je dat, wat zijn natuurlijke momenten om zoiets te doen? Vaak waren dat vakanties.’

Een moeder en haar kinderen leggen bloemen bij de spoorwegovergang. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Fruitspiesjes

Er waren meer lastige beslissingen in de weken en maanden na het ongeluk. Want, zo zegt Beuving, ‘alles wat je doet staat opeens in een ander daglicht’.

Neem een toneeluitvoering die voor de kerstvakantie zou worden opgevoerd. Daarin zakt een kind tijdens een schaatstocht door het ijs, waarna hulp wel erg lang op zich laat wachten. Niet handig, besloten ze op De Korenaer. En dus kwam er een ander stuk.

Vaak overlegde de school ook met de getroffen ouders. Wilden ze bijvoorbeeld nog op de hoogte blijven van het wel en wee van de klas waarin hun kind zat? ‘Bij sommige ouders was dat het geval’, zegt Beuving. ‘Die wilden bij wijze van spreken nog weten wat er voor Moederdag werd geknutseld. Anderen kozen voor meer afstand.’

En wat moest er gebeuren bij een verjaardag van een van de overleden kinderen? De ouders van Kris wilden trakteren en kwamen met fruitspiesjes met een plastic molentje. De kleuters bedachten vervolgens dat ze met z’n allen zouden blazen voor Kris, vertelde directeur Peter Janssen eerder in het Brabants Dagblad. Net zoals ze dat met de bellenblaas gedaan hadden bij de uitvaart.

Vlinderstruiken

En hoe gaat het nu, een jaar na het ongeval? Na de zomer zijn de herdenkingsplekken uit de klassen verdwenen. De herinnering aan Fleur, Kris, Dana en Liva houden ze levend op het schoolplein, waar vier vlinderstruiken zijn geplant. Er komt ook een plaquette.

‘De school is weer vooral een school’, zegt Beuving. ‘Ja, er zijn leerlingen en leerkrachten die extra aandacht nodig hebben. Natuurlijk. Ze hebben iets heftigs meegemaakt. Daar houden we rekening mee. Net als met andere collega’s en kinderen die iets traumatisch hebben meegemaakt.’

HET ONGELUK, HET VERBOD EN DE MOGELIJKE TERUGKEER VAN DE STINT

Op 20 september 2018 werd een Stint met kinderen van een kinderdagverblijf aangereden door een trein bij station Oss West. Vier kinderen kwamen om. Oss rouwde om het spoordrama: ‘Dit snijdt door je ziel.’ 

Kort daarna haalde minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) de Stint van de weg. Daarop vroeg het bedrijf achter de Stint faillissement aan. Verslaggever Mark Misérus beschreef hoe de producent in een vrije val belandde.

De Stint kan, onder een aantal strenge voorwaarden, de weg weer op, maakte minister Van Nieuwenhuizen in juli bekend. Voor de nieuwe Stint kan terugkeren op de weg, moet het voertuig eerst nog worden goedgekeurd door de RDW en – opnieuw – worden aangewezen als ‘bijzondere bromfiets’. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden