Een jaar na 'Haiyan': waar is toch het hulpgeld gebleven?

Een jaar na Haiyan zijn de wonden die de monster-orkaan in de Filippijnen achterliet nog overal merkbaar.

Een tentenkamp in San Jose Village, een jaar na Haiyan.Beeld epa

De ramp is vergeten hem mee te nemen. Een bijna naakte man is achtergebleven op het centrale kruispunt van Tacloban. Hij is oud, gerimpeld, en draagt alleen een onderbroek en een plastic zakje om te bedelen. Hij speurt het asfalt af naar iets om op te rapen. Als het verkeerslicht op groen springt beginnen driewielige motortaxi's te toeteren. Hij hoort het niet. Vloekend schuift het verkeer langs hem heen. Hij ziet het niet. Hij bukt en raapt iets op wat op een muntje lijkt.

Als die verloren man er niet was geweest zou dit een doodgewone maandag zijn in Tacloban, maar de man is er en hij is hinderlijk gestoord. Wie hem iets geeft wordt uitgescholden, en wie hem negeert net zo. Omstanders kijken hem meewarig aan en iemand mompelt: 'Yolanda'. Buitenlanders noemen de orkaan 'Haiyan' maar hier in Tacloban kennen zij haar alleen bij haar Filippijnse naam. Op de dag dat de orkaan toesloeg, 8 november, is in Tacloban een nieuwe jaartelling begonnen en alles is sindsdien van vóór of na Yolanda, en alles wat er is gebeurd is haar schuld.

Niemand weet wat de orkaan deze man precies heeft aangedaan, niemand op hem kruispunt kent hem van vroeger, niemand weet of hij kinderen heeft gehad en hoeveel er zijn opgeslokt door die monster-orkaan, maar alleen Yolanda kan de man hebben veranderd in de verwarde zonderling die hij is.

Veel in de stad is intussen alweer van 'na Yolanda'. De Coca-Cola-fabriek draait weer, en mensen staan in de rij voor de splinternieuwe McDonalds. De eerste shoppingmall is open en een tweede mall is in aanbouw. Voor de stoplichten groeit alweer een file van gloednieuwe auto's en van driewielers.

Een begraafplaats in Tacloban.Beeld getty

Verveeld

Veel driewielers dragen de naam van een sponsor: internationale hulporganisaties die 'livelyhood' - een broodwinning - zijn komen uitdelen aan mensen die alles waren kwijtgeraakt. Het is ze niet meer aan te zien, en ook hun passagiers laten zich verveeld vervoeren, net als vroeger.

De man zonder kleren herinnert de mensen aan wat zij liefst zouden vergeten. Zij lopen hem met strakke gezichten voorbij, maar zij zien hem toch, of zij willen of niet. Precies zo vergaat het ze ook met Yolanda zelf: de ramp is er, altijd, of zij willen of niet. Hij laat zich niet meer afschudden, en elk gebed, elke mis, elke televisie-uitzending herinnert ongewild aan de leegtes die de duizenden doden in de huizen hebben achtergelaten.

Een vrouw bij een graf op San Joaquin, een jaar na de ramp.Beeld getty
Wensballonnen op de herdenking van Haiyan.Beeld afp
Beeld afp
Beeld afp
Beeld getty
Het eiland Leyte 10 dagen na de ramp.Beeld afp

De etalage van Yolanda

De namen van een paar honderd van die doden zijn op papiertjes geschreven en die papiertjes zijn met veiligheidsspelden aan twee gordijnen bevestigd. Die gordijnen zijn kort na de ramp opgehangen naast de zijdeur van de kathedraal van Palo.

Tijd is verstreken, de kathedraal heeft een nieuw dak, en de naambriefjes zijn omgekruld, en verbleekt, maar zelfs nu zij onleesbaar zijn geworden slagen de achterblijvers er niet in de namen te vergeten, zoals ook Yolanda zelf zich maar niet uit hun herinnering laat bannen. De mensen van Tacloban en Palo zijn gedoemd met de verschrikking van die ochtend voort te leven, en zij schikken zich daarnaar.

Hoe zij dat doen kun je zien bij San Joaquin, een kleine kerk niet ver van de grote kathedraal. Het grasveld voor de kerk is veranderd in een massagraf, maar het is meer dan dat: het is de etalage van Yolanda. Op bijna alle graven staan grote foto's van de doden die daar liggen. Gezichten van kinderen staren je aan, gefotografeerd toen zij nog blij waren, eigenwijs en vol leven. Carl Vincent bijvoorbeeld was 11, en een fan van Ben 10.

Tussen de graven bewegen de levenden. De ouders van Jay Mark zetten een windschermpje neer voor de kaarsjes. Jay Mark was vier, en hun enige kind. De kleine Andy zit op zijn hurken naast het graf van zijn zusje Myra. Het meisje had drie dagen voor de orkaan haar zevende verjaardag gevierd. Zij was Andy's enige zusje.

Het dertienjarige jongetje bezoekt haar graf elke dag, zegt hij. Hij heeft twee zakjes met haar lievelingskoekjes gebracht en een kaarsje aangestoken, en trekt nu heel geconcentreerd grassprieten uit de hardgetrapte grond. Zonder op te kijken vertelt hij wat er op 8 november 2013 is gebeurd.

'Wij vluchtten naar de tweede verdieping, maar het water kwam ook daar. Mijn moeder droeg Myra, maar het water sloeg haar uit haar armen. Ineens was zij weg. Toen wij haar later vonden was zij al dood.'

Wie de doden hier heeft kunnen begraven prijst zich gelukkig. 'Wij hebben ten minste een plek waar wij aan ze kunnen denken' zegt Bong. Bong woonde in de wijk Bay Bay, pal aan het strand. Bay Bay was meer een nederzetting dan een wijk: een verzameling illegaal gebouwde huisjes en hutten waarin vissers, dagloners, bedelaars en hun families huisden.

Bay Bay is door de vloedgolven met de grond gelijk gemaakt, en is nog steeds niet herbouwd. Toen het puin was geruimd brachten hulpverleners tenten, en in die tenten wonen de mensen nog steeds. Pas na elf maanden is nu een hulporganisatie begonnen met het uitdelen van materiaal voor de bouw van kleine huizen. Overal verrijzen constructies van balken die het geraamte van het huis gaan vormen. 'Skeleton houses' noemen de mensen ze: skelet-huizen. Als de geraamtes er staan komt er meer materiaal, is hen beloofd, maar van hulporganisaties en hun beloften hebben zij hier niet zo'n hoge dunk.

Naast een skeletwoning in aanbouw liggen vier vissersboten. De smalle houten scheepjes zijn duidelijk nog nooit de zee op geweest. 'Wij noemen dat 'solar boats', lacht een van de bouwers, 'omdat zij altijd alleen maar in de zon liggen en verder niets.' Hij vertelt hoe hulporganisaties naar de wijk kwamen: 'zij vroegen: 'wie is er een visser?' en iedereen stak zijn vinger op. Nu heeft iedereen een boot. Sommige mensen hebben er zelfs drie.' 'Het zijn wegwerpboten', zegt een ander. 'Ze zijn van triplex gemaakt. Daar kun je niet eens mee de zee op.'

De mensen op het strand willen niet weg. Het stadsbestuur wil dat ze vertrekken naar een veilige plek ver van de zee, maar er zijn nog geen huizen voor ze. Een jaar na de ramp is nog maar een fractie van de huizen gebouwd die nodig zijn om iedereen te huisvesten, zegt burgemeester Alfred S. Romualdez. 'Wij hebben 14.500 huizen nodig. Er zijn er 10.000 toegezegd, maar pas 1000 zijn er in aanbouw.' Hij hoopt nog wat sponsors te vinden, maar de kans dat die komen wordt steeds kleiner, naarmate de tijd verstrijkt, beseft hij. Hulporganisaties beginnen al te vertrekken. 'Zij gaan naar andere rampen. Yolanda is niet de enige. Daar zijn wij op voorbereid.'

De burgemeester voelt zich door de nationale regering in de steek gelaten. De regering beloofde de huizen te bouwen, maar er gebeurde niets. 'Pas na vijf maanden kwam er geld uit Manilla, maar wij mochten dat geld alleen gebruiken voor het herstel van overheidsgebouwen. Wij moesten daarvoor een contract ondertekenen. Dat was triest. Hoe kon ik de mensen hier uitleggen dat wij dat geld niet voor huizen konden besteden?'

Maandenlang werd er geen huis gebouwd. Tacloban wachtte op de nationale overheid, die immers had beloofd die huizen te zullen bouwen. 'Wij hadden geen geld voor woningbouw in de begroting opgenomen, omdat Manilla dat zou regelen.' Met als resultaat dat er niets gebeurde. 'En nu heb ik het gevoel dat wederopbouw geen prioriteit meer is.'

Hij doet nu met zijn budget wat hij kan, zegt hij, maar Tacloban zit krap. 'Ik heb alle bedrijven zeven maanden belastingvrijstelling gegeven om ze op de been te helpen. De Cola-fabriek is weer open, en straks de twee malls: elke mall betekent werk voor 1500 mensen. Die mensen kunnen straks misschien een huis huren en zo op eigen kracht uit de ellende komen. Ondanks geldgebrek zijn wij eigenlijk al een heel eind op weg met de wederopbouw.'

Wat hem nog het meeste stoort is dat de regering nu wel veel geld en energie steekt in uitbreiding van het vliegveld, en de verbreding van de wegen in Tacloban. 'Alle aandacht gaat nu uit naar infrastructuur, en niet naar de mensen die het nodig hebben.' Die werken hebben bovendien niets met de ramp te maken, zegt hij. De regering wil Tacloban oppoetsen voor de paus, die in januari een bezoek van 5 uur brengt aan de stad. 'Dat is het precies.'

Het grasveld voor de kerk San Joaquin is veranderd in een massagraf, maar het is meer dan dat: het is de etalage van Yolanda. Op bijna alle graven staan grote foto's van de doden die daar liggen.Beeld reuters
Beeld AP

Parkeerplaats voor de paus

Voor paus Franciscus moet alles wijken. Het dorpje Kandaho bijvoorbeeld. Dat ligt aan de route die de paus gaat volgen. Kandaho is een nieuw complex van noodwoningen waarin 253 gezinnen wonen. De hulporganisatie 'Samaritan's Purse' heeft er de toiletten, waterleiding en een wasplaats geïnstalleerd, en een volkstuin aangelegd. De bewoners hebben nu te horen gekregen dat zij per 8 maart naar een ander onderkomen moeten verhuizen, nog verder weg van de zee. De noodwoningen, die nog maar net klaar zijn, gaan tegen de grond om plaats te maken voor een parkeerplaats voor het eendaagse pausbezoek.

Met herstel heeft het niets te maken, zegt Romualdez. De stad wordt opgepoetst voor de paus, maar waar de miljoenen zijn die aan de Filippijnen zijn geschonken weet niemand: 'Het zou goed zijn als de senaat een onderzoek zou instellen. Ik heb het geld niet gezien, niet gevoeld.' De burgemeester lucht zijn frustratie: President Benigno Aquino heeft een hekel aan hem, omdat hij, burgemeester Romualdez, familie is van Imelda Marcos, de aartsvijand van de president. Zo simpel is het. 'Het is persoonlijk', zegt hij. Hij is boos, maar het helpt niet.

De overlevenden leven toe naar de grote herdenking, de eerste verjaardag van de ramp, jaar één na Yolanda. Bij het massagraf van San Joaquin wordt hard gewerkt aan een gedenkteken, geschonken door een scheepvaartbedrijf. Op 8 november moet het klaar zijn, net als de kathedraal. Ook de kleine Andy verwacht veel van die dag. Als iedereen gaat bidden, en kaarsen opsteekt zal dat het verlies van zijn zusje misschien een beetje draaglijker maken. 'Ik denk dat het goed is', zegt hij, terwijl hij de koekjes op het graf verschikt.

Beeld AP
Een aangespoeld schip is een jaar na de ramp nog steeds niets van zijn plek.Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden