Een jaar mens zijn is slopend TIMMER OVER DE TIJDGEEST IN EEN LABYRINTISCH VERHAAL

ZOU ERNST Timmer een pseudoniem zijn? De lezer van De stille omgang ontkomt er niet aan even met die gedachte te spelen....

Geven de arme zielen te kennen dat ze dood willen, dan is het meelevende tweetal gretig bereid ze een handje te helpen. De verpleegster Judith biedt professionele liefde, maar wie daar in haar privé-leven iets van verlangt, 'hengelt in een droge sloot'. En de ethicus Bernard - blubberbuik, baard, krakkemikkig kakement - vecht in het dagelijks leven een verbeten strijd uit met zijn ex-vrouw om het voogdijschap over hun zoon.

Zo gaat het toe in de huidige maatschappij, waar met het slechten van de zuilen ook de elementaire menselijke waarden hun ijkpunt kwijt zijn. Joost Beekman, de geflipte bioloog en hoofdpersoon van De stille omgang, wenst zich daar niet bij neer te leggen. Tien jaar geleden is zijn vriend Johan Helwig, een denksportfanaat en schaakboekenschrijver, het spoor bijster geraakt en in een gekkenhuis beland. Johan is Hannes geworden, een doorgedraaide fanaticus die uit het leven wil stappen. Joost gaat elke week bij zijn oude kameraad op bezoek. Soms wil Hannes hem niet te woord staan, andere keren imponeert hij de verlegen en bevattelijke Joost toch weer met zijn wonderlijke theorieën.

Ze kennen elkaar nog van hun jeugdjaren op het seminarie in Noordwijkerhout. De lezer kan Johan ook al kennen: in Het waterrad van Ribe (1990), het intrigerende romandebuut van Ernst Timmer (1954) dat het Gouden Ezelsoor kreeg voor het best verkochte debuut, ging diezelfde Johan Helwig in 1985 op onderzoek uit na de raadselachtige dood van Regine Reinhard, die hij van vroeger kende. Het boek had de charme van een ingenieus schaakspel, handelend over de aantrekkingskracht van (religieus) fanatisme in een tijd die rusteloos op zoek is naar een nieuwe 'maat der dingen'.

Het heeft er veel van dat Ernst Timmer zijn romans volgens eenzelfde procédé opbouwt. Net als in zijn eerste boek wil hij in De stille omgang iets beweren over de tijdgeest, en wel in de vorm van een labyrintisch verhaal dat zich verrassend ontvouwt, omdat de lezer die veel, zo niet alles denkt te doorzien, keer op keer op het verkeerde been wordt gezet. De morele rechtlijnigheid, zoals hierboven aangegeven, is maar één kant van de zaak. Joost Beekman wordt als een spin in het web gezogen. Hij heeft visitekaartjes laten drukken met onder zijn naam het woord 'mens' als beroep. Mens te zijn is immers de roeping van de mens, zoals Multatuli al beweerde. Beekman wil hiernaar leven, en 'toegenegenheid' noemt hij het product dat hij levert.

Na een jaar is daar bijzonder weinig van over. Zijn toegenegenheid is bijkans tot op de bodem opgesoupeerd door vrienden en belanghebbenden. Het scheelt een haar of na een doldrieste actie is Beekman zelf rijp voor het gesticht. Door de goede zorgen van een vrouw blijft hem die neergang bespaard. Die vrouw heet Judith. Jazeker, die zogenaamd diabolische verpleegster.

Zo kantelt Timmer zijn moderne moraliteit, en krijgen we de keerzijde te zien van het ogenschijnlijk onbesproken gedrag van Joost Beekman. Deze man, die het goede voorheeft met de medemens en misstanden kapittelt, blijkt in zijn persoonlijke leven niet minder onderhorig aan primitieve gevoelens als verliefdheid (op Judith), afkeer (van Bernard) en lafheid (tegenover Hannes).

Het schaakspel dat de structuur leverde voor Het waterrad van Ribe, vindt een parallel in het onvoorspelbare oosterse go-spel met witte en zwarte stenen, dat telkens omineus in De stille omgang opduikt. Een fraai citaat uit De meester van het go-spel (1951) van Kawabata legt de link tussen het spel, het leven en de kunst: 'Dat spel van zwart na wit, wit na zwart, heeft dezelfde intentie en vormen als de creatieve kunst. (. . .) Een meesterwerk van een partij kan geruïneerd worden door ongevoeligheid voor de gevoelens van een tegenstander.' In Kawabata's roman verliest een oude Go-meester het van een jonge uitdager die alleen logische wetten en regels respecteert. De kunst legt het af.

De kunst, de ware ethiek, het oprechte engagement, de belangeloze toegenegenheid, ze zijn aan het eind van deze eeuw slechts nog weerlozer geworden, lijkt Timmers opinie. Tegelijk draagt hij die boodschap uit in een roman die vitaal is vanwege zijn hechte structuur en de satirische en (hoe antiek doet de term reeds aan!) maatschappijkritische noten. Filosofeert het ene personage over het rondgaan van geruchten in een inrichting met: 'Ze oogsten een zweem van relevantie', dan interrumpeert een toehoorder prompt met een kalm: 'Pardon?', waardoor de aanstellerij van de eerste effectief wordt geattaqueerd.

En als Timmer op zijn beurt doorslaat met wéér een onverwachte wending of een uithaal naar deze era van no nonsense, weet hij met een paar prachtige zinnen de lezer weer voor zich te winnen: 'Hannes Helwig had amper nabestaanden. Er waren enkele erfgenamen in de derde graad door de notaris op de hoogte gesteld. Zij meldden zich bij Joost en onthulden hun bankrekeningnummer. Aangaande de persoonlijke bezittingen van Hannes konden de ooms en tantes zich ermee verenigen dat Joost daar wederrechtelijk doch binnen de grenzen van moraliteit aanspraak op maakte: hij mocht de troep opruimen.'

Want ja, Hannes gáát dood, en de verpleegster en de ethicus gaan vooralsnog vrijuit - maar hebben ze niet uiteindelijk gedaan wat de patiënt al jarenlang ten diepste wenste, en waar Joost hem niet bij waagde te helpen? Bijzonder geestig zijn de manische erupties die Timmer optekent uit monologen en geschriften van Hannes: 'Hoe definieer je twijfel? Het gebied tussen ja en nee. Dus dan heb je: ja, twijfel en nee. 'Bij twijfel niet doen' betekent dan: twijfel hoort bij nee. Dus heb je weer gewoon ja en nee.' Alleen is het nee-gebied iets groter geworden. Het twijfelgebied blijft even groot.

Duidelijk klinkt het misschien niet, maar over dit soort complexe kwesties gaat het in De stille omgang. Over wat mensen voorstaan, over de compromissen die ze moeten sluiten als ze met anderen te maken krijgen, over de twijfel die je het liefst zag uitgebannen, maar die zich nooit laat verkleinen, en over de wens goed en kwetsbaar te zijn - tegenover de praktijkles dat je op zeker moment van je af moet slaan om niet zélf te worden kaalgeplukt en leeggezogen.

Grote woorden, maar niet misplaatst ter karakterisering van een roman die de idee van 'de maakbaarheid van de dood' aanvalt met oog voor de komische imperfectie van de mens, dus zonder te vervallen in ernstig getimmer à la Andreas Burnier of een oppervlakkige zedenschets à la Renate Dorrestein. Zoals Walter van den Broeck eerder dit jaar met zijn rijke roman Verdwaalde post de levensvatbaarheid van onvervalst sociaal engagement demonstreerde, zo veerkrachtig is het religieus angehauchte engagement dat Timmer tentoonspreidt. Zowel Van den Broeck als Timmer slaagt in zijn missie dankzij hun vertellersgave. De kunst mag dan op haar laatste benen lopen, geen afschuwwekkend tijdverschijnsel is bij machte haar op de versleten knieën te krijgen.

In een verhaal van Hannes koopt een man een Parker-pen. 'De winkelbediende liet me een mooi papiertje uitzoeken, en ook de kleur van het lint moest ik uitkiezen. Is het de kanker van deze tijd dat elke daad het gevolg moet zijn van een weloverwogen keuze? Blijft er voor de essentialia nog bedenktijd over wanneer elke oogknippering moet worden verantwoord? Alexander de Grote heeft een heel leven eraan besteed om één keer zijn mythische knoop door te hakken.' Als de mens wordt getergd, kan de kunst mooi van zich afbijten. Legt zij het af, dán tenminste brullend, en dat is verre van zinloos.

Arjan Peters

Ernst Timmer: De stille omgang.

Bert Bakker; 250 pagina's; * 39,90.

ISBN 90 351 1992 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden