Een jaar Job Cohen: geen vechter of kopman

In het afgelopen jaar heeft mijn twijfel zich omgezet in de overtuiging dat Cohen niet de man is om effectief oppositie te voeren tegen een kabinet dat alles waar sociaal-democraten trots aan kunnen ontlenen, kapot maakt.

Voor mij was Job Cohen de beste burgermeester van Nederland. In een functie waaraan weinig macht kleeft, verzamelde hij zoveel gezag dat iedereen hem als eerste burger accepteerde en waardeerde. In het hysterische debat over integratie wist hij het hoofd koel te houden met de boodschap dat integratie nooit is te realiseren met vernedering en confrontatie, wel met wederzijds respect en geduld. Hij was de enige politicus in Nederland die zonder grote woorden Wilders zijn plaats wist te wijzen.

Het was jammer voor Amsterdam, maar een belofte voor progressief Nederland, toen hij een jaar geleden, op 25 april 2010, werd gekozen tot lijsttrekker van de PvdA. Wat is er van die belofte terechtgekomen? In het april/meinummer van de glossy Maarten staat een interview met Job Cohen dat de gelegenheid biedt kennis te nemen van zijn visie op de actuele politiek.

Samenwerken

In telegramstijl. Over de laatste verkiezingen: Cohen was blij en niet blij met de uitslag. Het kon slechter, maar het moet beter. Voor het geval het kabinet-Rutte geen meerderheid krijgt in de Eerste Kamer: De PvdA gaat dan niet roepen dat het kabinet weg moet, maar hij kan zich goed voorstellen dat als het kabinet er niet in slaagt belangrijke wetten door de Eerste Kamer te krijgen het ‘met de pootjes in de lucht gaat’. Over de polarisatie tussen links en rechts: Dat vindt Cohen geen goede ontwikkeling. Hij ziet met lede ogen het politieke midden afbrokkelen. Daarom wilde hij niet in een kabinet met alleen VVD en CDA, want dan zou het midden verder afbrokkelen. Maar wel wil hij met beide samenwerken en regeren.

Je ziet een beweging naar rechts, maar er komt een moment dat die beweging weer de andere kant opgaat. ‘Dan zijn wij weer aan de beurt’, zegt Cohen. Waarom de sociaal-democratie niet profiteert van de crisis die door rechts is veroorzaakt. Dat begrijpt Cohen ook niet. ‘We moeten ons goed realiseren waarvoor we als partijen ooit zijn opgericht.’ De idealen van toen zijn nog springlevend en die moeten we verbinden met de vragen van nu. Hoe gaan wij om met duurzaamheid, vergrijzing en globalisering? ‘Dat wordt hard werken en nadenken.’ Is Cohen voor verdere integratie en versterking van Europa? ‘Op de langere termijn wel’, maar ‘nee, op dit ogenblik moeten we niet harder lopen dan onze polsstok lang is.’

Verzorgingsstaat

Over de verzorgingsstaat: die wil Cohen zo veel mogelijk intact laten, maar dat betekent niet dat hij niets wil veranderen, want dat zou ten koste van de verzorgingsstaat kunnen gaan. Over het meegaan van de sociaal- democratie met het neoliberalisme in de jaren negentig: de neoliberale koers is ingezet omdat de overheid te groot was geworden en niet meer goed functioneerde. Daarom moest de markt een grotere plek krijgen. Maar dat heeft ook niet gebracht wat we ervan verwachtten. Daarom moeten we pas op de plaats maken met de privatiseringen.

Nergens in het interview geeft Cohen een herkenbaar sociaal-democratisch antwoord, het is altijd een beetje ja en een beetje nee, het kan vriezen en het kan dooien. Het zijn antwoorden waar geen politicus zich een buil aan kan vallen.

Waardeloos

Tot nu toe ben ik terughoudend geweest met kritiek op Cohen. Iedere nieuwe politieke leider heeft een flinke tijd recht op het voordeel van de twijfel. Maar in het afgelopen jaar heeft mijn twijfel zich omgezet in de overtuiging dat Cohen niet de man is om effectief oppositie te voeren tegen een kabinet dat alles waar sociaal-democraten trots aan kunnen ontlenen, kapot maakt. Wat weerloos is, wordt waardeloos gemaakt.

De sociale werkplaatsen worden afgebroken, net als het hoger en speciaal onderwijs. Van de crisis wordt gebruik gemaakt om rijken rijker te maken en armen armer. Gelijke rechten voor minderheden worden ondergeschikt gemaakt aan de vooroordelen van de meerderheid. Het kabinet eet genadebrood van een partij die bevolkingsgroepen tegen elkaar opzet en humaniteit als een achterhaald speeltje van de elite ziet.

Cohen mist zichtbaar de ambitie en het vermogen om daar een sociaal-democratische toekomstbeeld tegenover te zetten. Hij is geen vechter, geen kopman, geen inspirator. Hij ‘loopt niet harder dan zijn polsstok lang is’, laat staan dat hij verder wil springen. Hij heeft een nummertje getrokken en wacht tot hij aan de beurt is.

Jammer, want Job Cohen is een integere en bekwame bestuurder en een achtenswaardig man.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.