Een jaar educatief verlof voor Elsschot

'De Ridder was bakker.'..

Na negentien jaar in de uitgeverij te hebben gewerkt, kan Van de Reijt per 1 augustus zijn functie als uitgever van Nijgh & Van Ditmar voor een vol jaar neerleggen, nu het Fonds voor de Letteren een subsidie voor de biografie heeft toegekend. Gedurende dit 'educatief verlof' zal hij zich volledig wijden aan de schrijver/reclameman Alfons Jozef De Ridder, pseudoniem Willem Elsschot (1882-1960), wiens bescheiden, maar onverslijtbare oeuvre Van de Reijt als student al fascineerde.

'Die beoogde eerste zin slaat op zijn vader Christiaan. Over die brood- en koekbakker aan de De Keyserlei 52 in Antwerpen is niets bekend', zegt Van de Reijt. 'Komt in het hele oeuvre niet voor, terwijl Elsschot zijn moeder op de hoogst denkbare sokkel plaatst. Dat ontbreken van de vaderfiguur is al direct veelzeggend. Ik ga uitzoeken wat dat voor een man was.

'Zo zijn er meer lege plekken. Nooit is er iets geschreven over de jonggestorven kinderen in het gezin. Van de periode 1914-1918 is ook niets bekend, op een hoogst enkele brief na. Elsschot was toen al in Parijs geweest, had Villa des Roses en Een Ontgoocheling geschreven, en werd directeur van het Antwerpse Provinciaal Oogstbureel, dat toezag op een rechtvaardige verdeling van de schaarse voedingsmiddelen. Er moet van alles in archieven over te vinden zijn. Ja, dát ga ik maar eens het eerst doen.'

Voor het tijdschrift De Parelduiker (4/5, 2001) leverde Van de Reijt reeds een biografische schets van veertig pagina's: 'Nog vrij klinisch opgesteld. Ik hoop dat het me lukt een mooi geschreven boek te maken dat elke lezer op de laatste pagina een brok in de keel bezorgt, als Elsschot op 31 mei 1960 op straat in elkaar zakt en tot de voorbijgangers die hem naar huis hebben gedragen, zijn laatste woorden spreekt: 'Dank u, heren.'

'Op 1 augustus 2004 moet ik het meeste hebben onderzocht. Dan hervat ik mijn werk bij Nijgh & Van Ditmar, en ga dan in de avonduren verder met de biografie. Twee dingen naast elkaar doen kan goed. Ze versterken elkaar. Mensen die zich alleen maar met hart en ziel op hun werk storten, heb ik vaak gezien, branden sneller op. Je bent als uitgever erg dienend, en dat gaat me goed af, maar je moet ook af en toe je eigen ziel laten ontsnappen. Eigenlijk hóóp ik dat de biografie na de volgende zomer nog lang niet af is, anders val ik misschien in het zwarte gat.'

In zijn boek wil hij een aantal hardnekkige mythes voorgoed weerleggen, met gebruikmaking van wat vele anderen in deelstudies hebben aangetoond. Dat Elsschot zijn eigen mislukking als reclameman weergaf in de struikelende handelaars die zijn korte romans bevolken, is bewezen onzin: 'De Ridder was een succesvolle reclamepionier. Het is eerder zo dat hij zijn overgevoeligheid wilde bedwingen, en de gêne over bepaalde harde zakelijke transacties kwijt kon als het personage Laarmans in die schitterende romans. Het is ook niet juist dat hij een kaal schrijver was. Het frappante is dat hij stilaan steeds beeldender is gaan schrijven. Lang is hij als cynisch beschouwd, waarmee werd bedoeld: een godloochenaar. Maar in Het been en Het dwaallicht staan veel verwijzingen naar de bijbel, die hij - naar ik vermoed - halverwege de jaren dertig intensief is gaan lezen.'

Zijn biografie kan helpen de belangstelling voor het werk levend te houden. Die spreekt niet meer vanzelf: 'Vroeger hoorde het lezen van Elsschot bij de opvoeding van elk weldenkend mens. De Elsschot-cultus werd onderhouden door schrijvers als Simon Carmiggelt, Karel van het Reve en J.M.A. Biesheuvel. Ik heb de indruk dat Elsschot tegenwoordig opnieuw ''voor arbeiders verklaard'' moet worden.

'De waardering in Nederland kan veel groter. Samen met de Vlaamse bankier Cyriel van Tilborgh heb ik vier jaar geleden het Willem Elsschot Genootschap opgericht, dat zevenhonderd leden telt - binnenkort hebben we een gesponsord diner in Antwerpen, waar Frits Bolkestein de feestrede zal afsteken. De helft van die leden komt uit Vlaanderen, en dat is behoorlijk. Maar uit Nederland horen minimaal duizend leden te komen. Kun je het gironummer van het genootschap onder je artikel afdrukken, of is dat te veel reclame?'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden