Een interne dialoog, verdeeld over twee schedels

Schrijver Henk van Straten reist elke week een stukje op met een min of meer bekende Nederlander. Deze week: Sander en Arnout Brinks.

Beeld Henk van Straten

Een blauwe bus stopt bij de taxi's achter station Amsterdam Zuid. De zon spiegelt op de voorruit, dus ik weet niet zeker of zij het zijn. Dan zie ik die twee typische, identieke hoofden: een beetje spits, een beetje smal, warm en vrolijk. En wie kunnen het anders zijn dan zij? Dit is de Zuidas: niemand rijdt hier in een gaar blauw busje.

Ik ga tussen hen in zitten. Sander achter het stuur, zijn broer Arnout rechts van me. Sander rockt de rednecklook: truckerspet, openhangend overhemd. Arnout is vandaag meer de sophisticated artistiekeling: zwart coltruitje, zwart spijkerjackje, strakke zwarte spijkerbroek, zwarte suède schoenen, bril. Misschien zou het andersom ook helemaal niet goed staan: Arnout de redneck en Sander de artistiekeling. Grapje natuurlijk, ze zijn een identieke tweeling.

'Ik schaamde me vroeger altijd voor mijn dunne benen', zegt Arnout. 'Maar nu denk ik: fuck it.' Ze zijn allebei even slank en rank. Daarom denken mensen - onder wie ik - ook altijd dat ze heel lang zijn. Maar dat zijn ze niet: ik ben 1,83 meter.

We kachelen naar Zwolle, waar ze wonen. Het dashboard volgepropt met cd's. Twee kartonnen bekertjes koffie. Dat van Arnout is nog halfvol. 'Een heel bekertje is te veel voor me.'

Uren en uren en uren zitten ze zo samen in deze bus. Tot hun 27ste woonden ze samen. Sander is net terug van zijn vakantie op Terschelling, en over een paar dagen is het Arnouts beurt om op vakantie te gaan. Hij gaat naar... Terschelling.

Het begin van Tangarine? 'Er is nooit echt een begin geweest', zegt Sander. Arnout: 'We hebben dit altijd gedaan.' Muziekmaken. Ze weten niet anders. Altijd hebben ze hun telefoon paraat om een deuntje mee op te nemen. Thuis uitwerken, kijken of er een nieuw nummer in zit. Vroeger organiseerden ze huiskamerconcerten. Nooit overwogen ze een andere carrière. 'Het had niet anders kunnen gaan dan hoe het ging.' De doorbraak was hun optreden bij DWDD, een jaar of vijf geleden. 'Maar toen had zo'n optreden meer effect. Nu zie je zó veel bandjes dat het amper nog beklijft.'

Zijn de twee overal hetzelfde in? Zijn ze het overal over eens? Nee, natuurlijk niet. 'Het liefst spelen we met een band, want als we na een optreden met z'n tweeën zijn, dan maken we elkaar gek.' Ze concentreren zich dan alleen maar op wat niet goed ging en wiens schuld dat was. Ze steggelen over de kleinste dingen. Heel ongezellig. Ik bedenk nu - nu ik dit stukje schrijf - dat de kritiek die ze dan op elkaar hebben misschien gewoon zélfkritiek is. Een interne dialoog, verdeeld over twee schedels.

Wat ook leuk is: ze hebben dezelfde tic. Allebei zitten ze steeds aan hun neus.

Flauw, natuurlijk, om zo in te zoomen op hun tweelingschap. Bovendien overwegen ze als muzikant solo te gaan. Niet nu, maar ooit. Ze willen het allebei, maar ze spreken er aarzelend over. 'We willen niet met elkaar concurreren. Je wordt meteen met elkaar vergeleken.' En wat als de een succes heeft en de ander niet? Ja, dat lijkt ze verschrikkelijk, werkelijk verschrikkelijk.

In Zwolle wachten hun vriendinnen. Klaar om de twee broers van elkaar af te pulken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden