Een interieur voor iedereen

Iedereen moet zich er een beetje thuisvoelen. Het ideale vakantiehuisje is een beetje persoonlijk, een beetje neutraal en erg hufterproof....

Caspar Janssen

Ach ja, nu we er toch langs lopen kunnen we net zo goed even naar binnen gluren bij het vakantiehuisje Loevestein, bedenkt Onno Leewis (36) van bungalowpark Kastelenhof in Ermelo. En zo belanden we in het boerenbonte Holland van weleer, waarin de roodwit geblokte tafelkleedjes en gordijnen de boventoon voeren in het verder donkerbruine interieur. In een andere woning staan zelfs een bedstee en een antiek kabinet dat vader Leeuwis hier nog heeft geplaatst. ‘Er zijn mensen die hier bij zweren,’ aldus Leewis. ‘Ze willen altijd per se dit huis.’

Maar er is meer keuze. Sinds Leeuwis Kastelenhof (22 huisjes, 32 stacaravans) vijf jaar geleden overnam van zijn vader, probeert hij ieder nieuw huisje zowel van binnen als van buiten anders vorm te geven, het liefst moderner en strakker, maar met behoud van natuurlijke uitstraling.

Dat valt nog niet altijd mee. Het budget is beperkt, het moet huisje voor huisje, en wat doorgaat voor modern is niet per definitie mooi. Andersom geldt het ook: natuurlijke materialen zijn misschien warm en gezellig, maar soms uitermate onpraktisch, kwetsbaar en moeilijk schoon te maken. En voor je het weet wordt de inrichting er oubollig van.

Toch vindt Leewis het bedenken van nieuwe woningen en inrichtingen ‘het leukste deel van mijn werk’. Veel doet hij zelf. ‘Als er plaats komt voor een nieuw huisje, dan maak ik zelf een schets hoe het er ongeveer zou moeten uitzien. Daarmee gaat de bouwer aan de slag. En daarna probeer ik voor het volgende huisje een ander interieur te bedenken.’

Het gevolg is dat op Kastelenhof, een groen park voor rustzoekers en voor gezinnen met kinderen, geen huisje helemaal hetzelfde is. De inrichting varieert van tamelijk kneuterig tot redelijk modern, er zijn huisjes met plavuizen en met vloeren van marmoleum, met stoelen van hout, metaal, bamboe en kunststof. Het risico dat de potentiële gast in een huisje terecht komt dat niet bij zijn smaak past, heeft Leewis ondervangen door op internet netjes het interieur van ieder huisje af te beelden. Niet alles valt er aan af te zien, maar het huren van een woning op Kastelenhof is minder een sprong in het diepe dan het doorgaans is.

Want het kan de beste overkomen: net iets te haastig een vakantiebungalow gekozen, op basis van summiere informatie op internet. Het huisje zag er van buiten wel aardig uit, maar dan, na een lange autorit, sta je op de drempel van de woning waar je een midweek gaat doorbrengen en je weet meteen: dit is geen huisje om lang in te zijn. Je ziet een kille plavuizen vloer of een vlekkerig vloerkleed, een gammel plastic tafeltje in de keuken, oncomfortabele stoelen en een bank waar je geen tien minuten op kunt liggen. De keuken en de badkamer zijn vies bruin, de bedden hebben onbeslapen al een kuil in het midden. Dat alles in een decor van beukenhout en kunstzinnige huisvlijt van de verhuurder. Het besef dringt door: je staat aan het begin van een mislukte midweek.

Bij Landal GreenParks hebben ze over dit soort kwesties nagedacht. ‘Het ergste dat er kan gebeuren is dat een gast bij het betreden van het huis het liefst gillend weer wegloopt’, zegt Monique Boes, verantwoordelijk voor het interieur van de huisjes op een groot aantal Landalparken. Dat risico bestaat, want op internet en in catalogi valt de buitenkant van vakantiewoningen vaak nog wel te beoordelen, maar het interieur niet. Dus doen ze er bij Landal alles aan, aldus Boes, om ‘een huiselijke sfeer te creëren’. ‘De gast moet direct denken: ik ben welkom.’ In feite, zegt Boes, moet de gast drie dingen zien bij binnenkomst: ‘Dit huis is schoon, comfortabel en sfeervol.’

Dat laatste bereikt Landal, aldus Boes, door de ‘natuurlijke uitstraling’ van de inrichting van de huisjes. En het geheim van die ‘natuurlijke uitstraling’ in een vakantiebungalow zit gek genoeg in het goed gebruiken van kunststof. ‘Kijk maar eens naar deze vloer’, zegt Boes, als ze voorgaat in een boerderijbungalow op het Landalpark Twenhaarsveld in Holten. ‘Dit lijkt hout, maar het is kunststof. Het lijken planken en zo worden ze ook gelegd, maar het zijn pvc-stroken.’

De gast moet zich wel fijn op zijn gemak voelen in een warme, huiselijke sfeer, maar bij Landal hebben ze nog allerlei andere prioriteiten: de woningen moeten goed en gemakkelijk schoon te maken zijn, het interieur moet duurzaam zijn – ‘hufterproof’ is de vakterm in recreatiekringen – het materiaal moet veilig zijn, niet al te duur en naleverbaar. En Monique Boes bedenkt volgens parkmanager Dick Regelink ‘leuke dingen’ die al die prioriteiten verenigen. Het gevolg is dat bijna niets is wat het lijkt als we op het parkterrein in Holten twee woningen bezichtigen. De vloer lijkt van hout, maar is van pvc, de gordijnen lijken van katoen, maar zijn gemaakt van de niet krimpende en verkleurende brandwerende kunststof Trevira CS, de fauteuils lijken van riet, maar zijn gemaakt van stevig ijzerdraad, omkleed met papier en de tafels lijken van een en dezelfde houtsoort, maar in werkelijkheid zijn alleen de poten van beukenhout, de bladen zijn van geperst MDF-hout, met daarop een ‘krasvaste en slijtvaste HPL-toplaag’.

De ontwikkelingen staan niet stil. Dick Regelink tilt een kussen op van een bank en haalt er een ‘veringspakket’ uit. ‘Als vroeger de vering kapot ging kon je gelijk de hele bank vervangen, nu vervang je alleen het veren element. En het is eindelijk goed schoon te maken. Niets zo vervelend om als gast allerlei stof aan te treffen als je een kussen optilt.’

Zo zijn ook de zijkanten van de banken vervangbaar. ‘Als er een zijkant beschadigd is haalt de Technische Dienst gewoon een nieuwe uit het magazijn,’ aldus Regelink. En wat betreft de stevigheid: de lampenkappen zitten bij Landal met een extra pootje vast en de staande lampen hebben standaard een voetschakelaar om te voorkomen dat gasten teveel met de hand aan de lampenkap komen, die overigens van Perlatex zijn waarvan het vuil gemakkelijk afneembaar is.

Nog een typisch vakantiewoning-element: de boxspringbedden met binnenveringsmatrassen hebben extra sterke randen, omdat mensen, aldus Monique Boes, nu eenmaal de neiging hebben om op de rand van het bed te gaan zitten. Boes en Regelink kunnen zo nog wel even doorgaan: over lichtdichte gordijnen, over de hoge Martindale-factor van de meubelstoffen (dat wil zeggen: langzame slijtage), over de vuilafstotendheid van de banken, over een wonderdoekje dat in ontwikkeling is waarbij slechts een beetje water en geen schoonmaakmiddel nodig is.

En dan de decoratie. ‘Daarmee maak je de sfeer,’ zegt Monique Boes. ‘Met kleurencombinaties kun je veel doen. In deze huisjes heb ik gekozen voor de kleuren terra, crème, rood, donkerbruin en kersen. Als het een beetje zonnig is, dan wordt het hier echt vrolijk.’ En Regelink zegt: ‘We zitten nu in het traject van lichte kleuren. We hanteren ook het zee-bos-berg-concept. Afhankelijk van de plaats van het park kiezen we een passend schilderij. Dus geen vuurtoren in een boshuisje.’

In de woonkamers – tegenwoordig steeds vaker met breedbeeldtelevisie – hangt steevast een wat abstracter werk in dezelfde kleurstelling als de rest van het huisje. ‘Dat moet altijd iets tijdloos hebben’, zegt Monique Boes.

Bij elkaar ontstaat zo een vakantiewoning waarin de gemiddelde Nederlanders zich thuisvoelt, weten Boes en Regelink; niet te uitgesproken, maar toch sfeervol. Regelink: ‘Het zijn geen designwoningen. Wij richten ons uiteindelijk toch op het Libelle- en Margrietpubliek. Wij zijn trendvolgend, niet trendsettend. Wel mag het tegenwoordig wat luxer. Je hebt net de sauna en zonnehemel gezien, en breedbeeldtelevisie is bij onze nieuwe luxe huizen standaard.’

‘Als je echt iets moois wil, dan ga je naar een hotel’, weet Daan Hemminga, directeur van Advance Concepts in Meppel. Hemminga’s bedrijf is één van de vijf grotere projectinrichters die zich concentreren op de recreatiemarkt. ‘Parkinrichter’ noemt Hemminga zichzelf ook, maar zijn bedrijf doet hetzelfde werk voor hotels (‘We bouwen nu een fantastisch hotel in Amsterdam’). De wereld van de vakantieparken is niet bepaald vooruitstrevend, aldus Hemminga. ‘En dat is begrijpelijk. Een hotel kan zich richten op een niche, dat is voor een bungalowpark moeilijker.’

Jammer is het wel, vindt Hemminga, en soms onnodig. ‘Er valt veel geld te verdienen met bijvoorbeeld thema-huisjes, dat weet ik zeker. Maar voorlopig durft niemand het aan. Alleen Landal doet het nu, op een park in Duitsland.’ Hemminga – zelf getooid met vlotte bril en fleurig gestreepte broek – drukt de mate van aandacht voor het interieur bij bungalowketens uit in geld. ‘Bij Roompot en Hoogenboom zal het rond de 5000 euro liggen, bij CenterParcs tussen de 7000 en de 10 duizend euro, bij Landal hebben ze er 10- tot 15 duizend voor over. Daarboven zit hoogstens nog een enkel particulier park. Wij hebben net Kustlicht gedaan in Zoutelande. Daar hebben ze 20 duizend tot 30 duizend euro besteed aan het interieur. En dat kun je zien. Volgens mij is dat nu het meeste luxe vakantiepark van Nederland.’

Soms, meent Hemminga, is het ook helemaal niet de bedoeling dat een vakantiehuisje al te comfortabel en aangenaam is. ‘Ga bij Center Parcs niet op de bank liggen, want dat hou je niet lang vol. Dus gaan de bezoekers liever naar het subtropisch zwemparadijs elders op het park en daar geven ze geld uit.’

Misschien is dat ene smaakvol ingerichte en comfortabele huisje wel te vinden in de particuliere sector, maar dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. Op internet komen alle variaties voorbij, van bronsgroen eiken en fleurig jordaanesk tot minimalistisch plastic, zelfgeschilderd alternatief of patserig luxe. Gemene deler is dat nooit helemaal goed is te zien hoe het huisje werkelijk is. En dan nog bestaat het risico de zweetvoetafdrukken of de hondenharen die het vorige gezelschap heeft achtergelaten aan te treffen.

‘Een niet al te persoonlijke inrichting en weinig frutsels’, dat is volgens Yvonne Metselaar, die samen met haar man Ben drie huisjes verhuurt op de Veluwe en in Noord-Holland, het geheim. ‘Frutsels gaan kapot en zijn lastig schoon te maken. En de inrichting moet wel neutraal zijn, zodat iedereen zich een beetje thuis kan voelen. Een vakantiehuisje is altijd een compromis van smaken. Al kan ik het zelf ook niet laten om mijn borduurwerkjes op te hangen in onze huisjes.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden