Een innemend buitenbeentje

Schelto Patijn..

AMSTERDAM Innemendheid en een jongensachtig enthousiasme bleken belangrijke wapens voor de gisteren overleden Schelto Patijn (Den Haag, 13 augustus 1936), oud-Kamerlid, oud-commissaris van de koningin in Zuid-Holland en oud-burgemeester van Amsterdam.

Zijn afkomst en spraak maakten dat hij tot vervelens toe moest opboksen tegen vooroordelen. Dat deed hij onvermoeibaar, zonder rancune en vaak met succes. Alleen al de toegeknepen pretoogjes brachten opposanten snel tot een ander inzicht.

Wat had die licht kakkineus sprekende Hagenaar uit een patriciërsgeslacht, die fatsoensrakker die nog samen met prinses Beatrix op dansles zat, te zoeken in de vrije republiek Amsterdam?

Zo ongeveer werd de nieuwe burgemeester van de hoofdstad, de opvolger van de zo quasivolkse Ed van Thijn, in 1994 in Amsterdam begroet. Om daar binnen korte tijd een niet geringe mate van populariteit te verwerven, juist onder die mensen die meenden te weten dat de op en top Haagse, of beter Haegsche Patijn nooit zou passen in het rumoerige, anti-autoritaire Amsterdam.

Die critici hadden het mis. Zoals ook de inschatting dat Patijn voor Amsterdam alleen maar een passant zou zijn, een onjuiste bleek. Zo prettig vond de Hagenaar het in de hoofdstad dat hij er ook na zijn vertrek als burgemeester (2001) bleef wonen.

Vaak moet Schelto Patijn, PvdA’er in hart en ziel, zich een buitenbeentje hebben gevoeld. ‘In de PvdA vonden ze me die chique Patijn en in mijn eigen kringen vluchtte ik van feestjes vanwege de misselijke grappen over Den Uyl’, vertrouwde hij Opzij-hoofdredacteur Cisca Dresselhuys tien jaar geleden toe. Maar onder al dat wantrouwen bleef de eigen opgewektheid onaangetast.

De ‘eigen kringen’ van Patijn verwijzen naar een inderdaad chic regentengeslacht uit Den Haag. Dat bracht de ene na de andere bestuurder en hooggeplaatste ambtenaar voort. Overgrootvader was burgemeester van Den Haag, grootvader secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken, vader was Kamerlid (en kamerheer bij koningin Juliana), twee broers waren burgemeester en broer Michiel (aanvankelijk ook lid van de PvdA, later van de VVD) was staatssecretaris van Europese Zaken.

Thuis werd vanzelfsprekend veel en lang over politiek gesproken, vooral ook over Europese politiek. Schelto Patijn groeide op in een vrijzinnig christelijk milieu. Vader en moeder (van adellijke komaf) waren doorbraaksocialisten met een CHU-achtergrond.

Vader Connie ontpopte zich als Kamerlid als een voorvechter van de Europese samenwerking. Ook zoon Schelto was gegrepen door Europa. Voordat hij de politiek inging, was hij beleidsmedewerker bij de directie integratie Europa van het ministerie van Buitenlandse Zaken en werkte hij voor het Europa Instituut van de Rijksuniversiteit Leiden. De jurist Patijn promoveerde in 1973 op het onderwerp Het Europees Parlement, de strijd om zijn bevoegdheden.

Als Kamerlid (1973-1984) was hij woordvoerder Europese Zaken en specialist op het gebied van Grondwets- en kiesrechtzaken. Ook was hij jarenlang namens de PvdA de burgemeesterslobbyist. Al te blikvangend was dat werk wellicht niet, maar binnen de fractie genoot de erudiete en aimabele Patijn aanzien.

Het Kamerlidmaatschap combineerde hij aanvankelijk met het lidmaatschap van het Europees Parlement. In 1979 kon hij lijsttrekker worden bij de eerste Europese verkiezingen, maar daar zag hij van af. In plaats van weer heel veel in het buitenland te vertoeven koos hij voor zijn gezin. Echtgenote Elisabeth was veruit zijn belangrijkste raadgever.

Als politicus en bestuurder was Patijn voor alles een pragmaticus. Vrij van grote idealen was hij allerminst, maar een revolutionaire beweging als Nieuw Links in de PvdA was niet zijn kopje thee. Al was het maar omdat diezelfde Nieuw Linksers bereikten dat vader Connie in 1967 uit de Kamerfractie werd gezet (want te behoudend), een actie die zoon Schelto als zeer onrechtvaardig ervoer.

Hoewel hij zich in het openbaar immer hoffelijk en diplomatiek presenteerde was Patijn niet vrij van kwajongensgedrag. Begin jaren tachtig legde hij een indrukwekkende verzameling ‘smoelenboeken’ aan van PvdA’ers die graag burgemeester wilden worden, of hogerop wilden in dat ambt, of nóg hogerop. Off the record uiteraard, en wijzend op bepaalde ‘smoelen’, maakte hij duidelijk dat zekere baantjesjagers met blinde ambitie er nu niet bepaald op hoefden te rekenen dat de lobbyist zich erg zou inspannen.

In 1982 gooide hij zelf tevergeefs een hengeltje uit naar het burgemeestersambt toen André van der Louw vanuit Rotterdam naar Den Haag was geroepen. Minister Ed van Thijn koos evenwel voor Bram Peper. Ruim een decennium later zou Patijn op zijn beurt Van Thijn aflossen als burgemeester van ’s lands grootste stad.

Voorafgaand aan dat burgemeesterschap was hij tien jaar lang commissaris van de koningin in Zuid-Holland. Zijn komst naar Amsterdam was in die zin voorzien dat hij dezelfde functie zou bekleden in de gedachte stadsprovincie Amsterdam. Maar de vorming van zo’n stadsprovincie werd bij referendum tegengehouden. Patijn kwam toch, nu als burgemeester.

Om de stad goed te doorgronden, verplaatste Patijn zich bij voorkeur per fiets, her en der Amsterdammers aansprekend over welke problemen er nu weer leefden. Zelf zag hij vooral de norm- en bandeloosheid als een probleem. Hij greep in op de Wallen en verbande het tippelen naar de rand van de stad, bracht de wildgroei van coffeeshops tot stilstand, legde de Vrijmarkt op Koninginnedag aan banden en trok ten strijde tegen wildplassers, onzedelijke reclame-uitingen en de schreeuwerige terrassencultuur.

Als burgemeester maakte hij zich ook sterk voor een eerste pardonregeling voor illegalen. Voor de Turkse kleermaker Gümüs kwam de persoonlijke interventie van Patijn te laat. Weinig pardon daarentegen kende hij met demonstranten tijdens de Eurotop in Amsterdam (1997). Met een wetsartikel in de hand dat tot dan alleen werd gebruikt voor het aanpakken van criminele organisaties liet hij demonstranten preventief oppakken.

Schelto Patijn blonk uit in het persoonlijke contact. Zonder schroom en wars van dikdoenerij wierp hij zich bijna letterlijk op het persoonlijk contact: altijd weer pakte hij handen vast of deelde hij joviale tikjes of kneepjes uit op/in de bovenarm van de gesprekspartner. In de kwalificatie ‘burgervader’ legde hij eer, dat hij bij menig Amsterdammer als ‘Ome Schel’ te boek stond vond hij prachtig.

Al tijdens zijn burgemeesterschap verdween hij enkele maanden uit het zicht vanwege ziekte en diezelfde ziekte dwong hem in 2001 voortijdig de functie neer te leggen. Bij die persoonlijke malheur week de lach nooit. Schelto Patijn vond zichzelf ‘een zondagskind’.

Marcel van Lieshout

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden