Een inentingsprogramma tegen nepnieuws

Verslaggeverscolumn - Margriet Oostveen in Den Haag

Foto de Volkskrant

De Britse televisiezender Channel 4 organiseerde begin dit jaar een 'Fake News Week', en daarbij hoorde een enquête om te onderzoeken hoe goed nieuwsconsumenten het onderscheid tussen echt en nepnieuws kunnen maken. Ze kregen zes nieuwsverhalen voorgeschoteld, waarvan de helft verzonnen was. Slechts 4 procent van de ondervraagden had dat door.

Wetenschappers lieten eerder al zien dat mensen vaak ook niet willen weten dat de feiten niet kloppen. Een beroemd voorbeeld is de studie When Prophecy Fails uit 1956 van de Amerikaanse psycholoog Leon Festinger en twee collega's, die infiltreerden in een sekte in Chicago die het einde der tijden voorspelde. De sekte veranderde allerminst van gedachten toen de apocalyps op de genoemde datum uitbleef.

Feiten zijn vaak ook maar een mening, vooral waar meningen onder druk komen te staan, ook door polarisatie natuurlijk. Als een verhaal een beeld bevestigt dat mensen al hebben, is de kans dat het voor waar wordt aangenomen groter, al zeg je nog zo vaak dat iets feitelijk onjuist is.

Sinds twee jaar weten we dankzij The New York Times hoe valse berichten vanuit Rusland op sociale media worden verspreid via nepaccounts (trollen) en computerprogramma's om zulke berichten snel te vermenigvuldigen (bots). Rond de verkiezingsdebatten in Amerika vorig jaar waren er vijf keer zoveel pro-Trumpbots als pro-Clintonbots, meldde Nieuwsuur afgelopen week nog eens in een item over de invloed van nepnieuwsverspreiding.

Ruurd Oosterwoud

In twee jaar tijd hebben 126 miljoen Amerikanen tachtigduizend berichten die vanuit Rusland op Facebook waren gezet bekeken, schreef Huib Modderkolk zaterdag in deze krant, in een onmisbaar stuk voor wie wil weten in welk feitelijk mijnenveld we intussen via sociale media en Google zijn beland.

Wetenschapsredacteur Maarten Keulemans ontmaskerde in een filmpje op onze site wat voorbeelden uit de stroom van nepnieuws, die ook aanzet tot haatpropaganda in Nederland. Dat filmpje is ruim een miljoen keer bekeken. Want als je laat zien hoe nepnieuws tot stand komt, blijken veel mensen vaak een stuk ontvankelijker voor de feiten dan wanneer ze in algemene zin voor nepnieuws worden gewaarschuwd.

Lees verder onder de video.

De game Slecht Nieuws

Dit is precies wat Ruurd Oosterwoud (28) al wist. Oosterwoud studeerde Ruslandkunde en schreef twee jaar geleden zijn eindscriptie over Russische desinformatie. Op de dag van het Oekraïnereferendum betoogde hij op de opiniepagina van deze krant hoe we ook hier aan beide zijden door desinformatie waren gegijzeld: 'Meer informatie werkt op dit moment niet meer. Het is juist de overvloed, de kakofonie aan meningen en feiten die ons onwetend maakt.'

Een week later bedacht hij daarom DROG, een 'desinformatiegenerator' die de gebruiker zélf nepnieuws laat maken en verspreiden, 'zodat mensen kunnen ervaren hoe makkelijk je het medialandschap kunt vervuilen'. Het idee leunt op de inentingstheorie van sociaal psycholoog William J. McGuire, legt DROG-partner Jon Roozenbeek telefonisch uit vanuit Cambridge, waar hij promoveert op de ontwikkeling van media in Oost-Oekraïne sinds 2014.

Aan het Social Decision-Making Lab van de universiteit onderzoekt Roozenbeek al langer hoe mensen informatie op individueel niveau verwerken: hoe raakt iemand echt overtuigd van een bericht, of niet? Volgens de inentingstheorie kun je ook mentale weerstand van mensen verhogen door in milde vorm toe te dienen waarvoor je immuniteit wil bereiken: wie zelf nepnieuws maakt, zal nepnieuws daarna mogelijk sneller herkennen.

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek betaalde mee aan een papieren spel met dat doel, dat nu verder is ontwikkeld tot een onderhoudende onlinegame, te vinden op www.slechtnieuws.nl. De anonieme uitkomsten van deze game worden verzameld en door Roozenbeek verwerkt in verder onderzoek naar de inentingstheorie.

De speler van Slecht Nieuws begint met een tweet, maakt al snel een eigen nieuwsplatform, leert polariseren, nepvolgers kopen in India, Twitterbots activeren, beeldmateriaal vervalsen, manipuleren, vermommen, liegen, nooit excuses maken, enzovoort. Erg herkenbaar ook voor wie zelf weleens is getrold. En tamelijk bevredigend om ook eens de rol van agressor te spelen.

Jon Roozenbeek.

Ik kijk een ochtend mee als Ruurd Oosterwoud een groep mbo'ers van een jaar of 18 zelf nepnieuws laat maken in COMM, voorheen het Museum voor Communicatie, in Den Haag. Op zijn openingsvraag 'Wat is fake nieuws?' volgt in koor het antwoord 'Dat de media liegt'.

Wie 'de media' zijn is dan al snel duidelijk. Eén jongen bekent nog iedere avond naar het NOS Journaal te kijken - om hem heen barsten ze daarbij in lachen uit. De rest zegt: Facebook.

Dus speel dat spel.

Reageren? m.oostveen@volkskrant.nl

Verbetering: in een eerdere versie van dit artikel werd het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten genoemd. Dat had moeten zijn: het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Meer over