Bericht uit Londen

Een huisplattegrond, hoe haal je het in je hoofd?

De plattegrond Beeld Patrick van IJzendoorn

‘Moet je dat zien. We leven toch niet op een council estate?’ Met een combinatie van woede en walging wijst onze overbuurman Bob, een gepensioneerde verslaggever van de Racing Post, op een groen bord bij een ingang van ons appartementencomplex. Het is een plattegrond. Handig voor pizza- en pakketjesbezorgers. Het goedbedoelde initiatief is verkeerd gevallen. Zo’n duidelijk zichtbaar bord op twee dikke palen is niet alleen lelijk, zo luidt het oordeel van de bewoners, maar ook een tikje ordinair. Er is inmiddels een petitie opgesteld.

De council estate-opmerking komt niet uit de lucht vallen. Aan de andere kant van de straat, Vanbrugh Park Road West, staat zo’n complex van goedkope, maar ruime, huurwoningen, in de jaren zestig door de gemeente gebouwd op een plek waar tijdens de oorlog Duitse bommen waren gevallen op de statige Captain’s Houses. Council estates, in een Nederlandse krant ooit abusievelijk vertaald met ‘gemeentelijk landgoederen’, hebben geen goede naam. Wat ze wel hebben: een plattegrond waarop staat welk ‘house’, zoals een flat worden genoemd, waar staat.

Ons complex is in hetzelfde decennium gebouwd als het nabijgelegen gemeentelijke, maar niet in de stijl van Le Corbusier, maar van de Georgians. En die laat-18de-eeuwse architectuur, gekenmerkt door de schuiframen met kleine ruitjes en symmetrie, is heilig. Moderne fenomenen als dubbele ramen, kunststof kozijnen en schotelantennes zijn taboe. Wat de kleuren van de raamkozijnen betreft is er een beperkte keuze: crème of magnolia, zo melden de huisvoorschriften. En toen plantte het management, tussen de lavendel, een bewegwijzering. Waar blijft de 18de eeuw?

De plaatsing van het bord vervaagt de lijnen van de klassenmaatschappij die hier nog altijd redelijk intact is. Wie ziek is en geld heeft, laat zich behandelen in de privékliniek, waar vaak dezelfde artsen werken als in het staatsziekenhuis, maar waar de wachttijden korter zijn, de toiletten schoner en waar het koffieapparaat Wiener Melange schenkt. De Anglicaanse kerk biedt de keuze uit de katholieke High Church en de evangelische Low Church. Privéscholen behoren dusdanig tot het dna der natie dat zelfs de socialist Jeremy Corbyn er niet over piekert ze te nationaliseren.

Geen wonder dat class tot de nationale verbeelding blijft spreken.

Onlangs hield Corbyns partijgenoot Jess Phillips een hilarische toespraak over een inkomensgrens voor migranten na de Brexit, waarin ze het verband tussen de hoogte van iemands inkomen en diens talenten in twijfel trok, wijzend op het elitisme in Westminster. ‘Ik dacht dat ik deftige mensen had ontmoet voor ik hier kwam, maar dat bleken gewoon mensen te zijn geweest die olijven aten’, oreerde ze. ‘Ik dacht dat ik zelf redelijk deftig was omdat ik winkelde bij Waitrose, maar ik realiseer me nu dat ik in feite maar een keukenmeid ben.’

Het oer-Engelse onderwerp kwam ook tot me toen ik in een tweedehandsboek een ansichtkaart aantrof over de Australië-tournee van het Engelse cricketteam in de winter van 1907-08. De spelers van ‘goede komaf’ waren te herkennen aan de initialen voor hun namen – de anderen moesten het zonder doen.

Ik dacht meteen aan de complicaties die dat moet hebben gegeven bij de theepauze, daar Engelsen uit een beter milieu eerst kokend hete thee plegen in te schenken, en daarna pas de melk. Van oudsher hadden ze immers theekopjes van een betere makelij. Sterker, de uitdrukking  Milk in First (MIF) wordt soms nog wel eens gebruikt om de lagere klasse satirisch te omschrijven. Iets om rekening mee te houden als onze buren langskomen voor tea.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.