Een huis vol met catalogi

Enige tijd nadat hij uit de onderduik kwam, werd Jacob Stodel antiquair – net als zijn vader. Hij stond aan de wieg van Tefaf, de grootste kunst- en antiekbeurs ter wereld....

Jacob Stodel, op 18 maart op 79-jarige leeftijd in Londen overleden, was een internationaal gerenommeerd en gezaghebbend antiquair; de vierde en laatste Stodel uit een geslacht van antiekhandelaren. Hij stond aan de wieg van de Tefaf in Maastricht en PAN in Amsterdam. Hij woonde in Londen, waar hij tegenover het warenhuis Harrods een prachtige winkel had en van waaruit hij, na het overlijden van zijn vader Salomon, ‘het familievlaggeschip’ aan het Amsterdamse Rokin bestierde. Hij was de ‘generalist’, van meubelen, porselein en aardewerk uit de periode 1600 tot 1800; hij kocht veel voor het Rijksmuseum en had zijn klanten over de hele wereld. Als Jacob niet op een veiling in New York, Londen, Amsterdam of Parijs verscheen, was de veiling niet echt de moeite waard.

Hij werd in Amsterdam geboren als oudste van twee kinderen; er kwam nog een zusje. Zijn ouders waren ‘redelijk orthodoxe’ joden en Jacob heeft aan het begin van de oorlog (‘in zijn vrome tijd’) overwogen rabbijn te worden. Bij razzia’s in augustus 1942 zag zijn moeder hoe overburen werden weggevoerd en ze zei: ‘Nu is het genoeg, we gaan weg.’ Zijn vader sputterde nog tegen. ‘En de zaak dan?’ Ze reisden, zonder davidsster, per trein naar Breda, waar ze konden onderduiken. Het gezin is er 22 maanden gebleven; Jacob ging al die tijd niet naar buiten. Hij las een oude, blinde dame voor, maakte bloedworst en schilde aardappelen. Ze werden verraden en vluchtten naar Brussel.

Na de bevrijding, terug in Amsterdam, volgde Jacob de ‘Gemeentelijke Inhaalcursus voor Ondergedoken Leerlingen’ en haalde razendsnel zijn eindexamen hbs-b. Hij ging politicologie studeren en deed zijn kandidaats, maar de winkel op het Rokin trok: ‘Er is meer mee te verdienen dan met politicologie.’

Bij het uitbreken van de Koreaanse Oorlog in 1950 stelde zijn moeder, bang dat hij zou worden opgeroepen, hem voor naar Londen te gaan, waar haar familie al een kunsthandel had. Met vallen en opstaan begon Jacob zijn eigen zaak. Grote inboedels van kastelen en buitenhuizen kwamen vanwege de hoge kosten en successierechten op de markt. Er zat veel Nederlands antiek bij dat Jacob wilde ‘repatriëren’. Met collega’s in één grote auto bezocht hij alle plaatselijke veilingen. Voor het veilingnieuws abonneerden zij zich op de lokale kranten. Zijn huis lag vol catalogi. Het eerste woord dat zijn dochter sprak was ‘catalogue’. Jacob zag ogenblikkelijk of iets goed was, kocht en verkocht veel en snel. Na de oliecrisis in 1973 werd het moeilijker topstukken te vinden; de grote veilinghuizen dreven de prijzen op, hij vloog constant de wereld rond. Na het overlijden van zijn vader Salomon nam Jacob vanuit het Rokin deel aan de Antiekbeurs in Delft, maar de historische locatie bood te weinig faciliteiten. Met vijf collega’s stapte hij in 1985 op.

Uit dit schisma ontstond, vooral door Jacobs bevlogen ideeën, PAN – de Kunst- en Antiekbeurs in de RAI – en Tefaf in Maastricht, de belangrijkste kunst- en antiekbeurs ter wereld. Jacob leefde voor zijn werk, hij was geen makkelijk man, had weinig hobby's, maar bestudeerde het judaïsme en later het boeddhisme. Hij stond op voor dag en dauw en bij concerten viel hij in slaap. Maar op de grote joodse feestdagen was hij in Amsterdam om in de Jacob Obrecht-synagoge te luisteren naar zijn vriend, oppervoorzanger Hans Bloemendal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden