Een huis vol gezichten

Hans Kemna verzamelt al sinds zijn studietijd foto’s. De voormalige casting director heeft inmiddels een collectie opgebouwd die zijn Amsterdamse grachtenappartement doet uitpuilen....

En toen belde plotseling een bevriende restauranthouder op. Of-ie snel langs wilde komen, want Mick Jagger zat op dat moment in zijn restaurant te eten. Begon Hans Kemna, de man die vele beroemdheden de hand schudde, maar nooit die van Mick Jagger, te beven als een rietje. Hij begon te dralen. Jas aan, jas uit. Hij durfde niet, hij durfde wel, hij durfde niet. En toen hij na veel vijven en zessen toch het restaurant binnenliep, was Mick Jagger alweer weg. De creditcardbon lag er nog wel. Er stond op wat de beroemde zanger had gegeten en wat het had gekost, vergezeld van zijn handtekening. Die bon staat nu, jaren later, ingelijst op een tafeltje in de huiskamer van Hans Kemna. Glunderend van trots laat hij hem zien. ‘Ik ben een groupie’, zegt hij, doodserieus.

Zie hier de basis voor Kemna’s indrukwekkende kunstcollectie in een notendop. De oprichter van Kemna Casting, dat sinds de jaren zestig talloos veel Nederlandse films en theaterstukken van acteurs voorziet, heeft een verzameling aangelegd die voor het grootste gedeelte bestaat uit fotografie. Maar waarin een creditcardbon en een snapshot van Mick Jagger, ooit door een vriend genomen tijdens een concert van The Rolling Stones, evenveel emotionele waarde hebben als een zeldzame zeefdruk van diezelfde Jagger door Andy Warhol. En waarin krantenfoto’s met evenveel liefde aan de muur worden gehangen als portretten die zeker 5.000 euro waard zijn.

De muren in het huis van Hans Kemna (1940) zijn behangen met foto’s. Gang en woonkamer doen denken aan een ouderwetse portrettengalerij. Of beter: een jongenskamer met posters van helden. Naast beroemdheden, zoals Eminem en David Beckham, hangen er ook ‘gewone’ mensen. Hoewel.

‘Sexy, glamourous persoonlijkheden’, zegt Kemna, een paar weken voordat zijn verzameling zal worden getoond in De Hallen in Haarlem. ‘Het zal wel met mijn vak te maken hebben, maar ik zoek mensen die zichzelf op de voorgrond durven plaatsen. Die zichzelf willen laten zien. En ze moeten iets weirds hebben.’

Maandelijks, zo niet wekelijks, komt er een foto, of een serie foto’s, bij. En dat al jaren lang. Kemna loopt zoveel mogelijk beurzen af, van New York tot Basel. De nieuwe aanwinsten kunnen nergens meer hangen, maar wat geeft dat. ‘Als ik iets moois zie, dan moet ik het gewoon hebben’, zegt Kemna.

Vijfhonderd foto’s heeft hij inmiddels. En dat terwijl hij eind jaren tachtig besloot om ‘maar op fotografie over te stappen’ omdat schilderkunst hem te duur werd. Zijn eerste foto kocht hij in 1990. Het was een portret van Damon Albarn, zanger van de Britse band Blur, gemaakt door de Duitse fotograaf Wolfgang Tillmans, die toen nog moest uitgroeien tot het fenomeen dat hij vandaag is. Eigenlijk wilde Kemna een ander portret van Albarn hebben, maar dat was al verkocht. Een tijd later vond hij dat portret toch, en nu staan de foto’s samen in zijn kamer. Kemna werd destijds niet alleen gegrepen door die mooie jongen op de foto. Ook vatte hij een liefde op voor degene áchter de camera. Inmiddels is hij met zestig foto’s een van de zes grootste Tillmans-verzamelaars ter wereld. Hij heeft al zijn fotoboeken (een belangrijk medium voor de fotograaf) en reist hem zoveel mogelijk achterna.

‘Nou ja, naar zijn opening in Chicago ben ik niet geweest. Voor een retourtje Chicago kon ik bijna een foto kopen.’

Kemna is ongeveer twee dagen per week bezig met zijn collectie. Hij doet graag alles zelf: contacten leggen met de galeries (‘Al moest ik dat echt leren, ik wilde altijd meteen op de fotograaf af stappen’), beurzen en tentoonstellingen bezoeken, aankopen doen. ‘Echt grote verzamelaars, zoals Joop van Caldenborgh en Elton John, hebben scouts in dienst. Die lopen voor hen al die beurzen af. Daar ben ik weleens jaloers op, maar toch zou ik het nooit doen. Je mist te veel.’ Hij is ‘dóódnerveus’ voor de tentoonstelling in Haarlem. ‘Als Ivo van Hove me vandaag zou bellen om morgen Hamlet te spelen, dan zou ik niet aarzelen. Ik zou het heel slecht doen, maar ik zou minder zenuwachtig zijn dan voor die tentoonstelling.

‘Ik heb mijn eigen collectie nooit als museumcollectie beschouwd. Ik kocht gewoon wat ik mooi vond, en dat daar dan een lijn in blijkt te zitten – tja. Maar nu wil dat museum niet meer uit mijn hoofd. Laatst kon ik een architectuurfoto van Frank van der Salm kopen en toen heb ik het niet gedaan. Omdat ik dacht: past Frank van der Salm wel in mijn collectie? Nee! Stom, hè?’ Hoeveel geld hij inmiddels aan zijn verzameling kwijt is? Hans Kemna kijkt quasimoeilijk. ‘Veel. Ja, wat is veel? Heel veel. Dat toch zeker.

Maar ik heb het nooit gedaan als belegging.’ Hij wijst op de zeefdruk van Andy Warhol. ‘Die wilde ik toen ik nog studeerde per se hebben. Hij kostte 4.500 gulden, een enorm bedrag. Ik heb hem afbetaald met tientjes en vijfentwintigjes.’

Die tijden zijn voorbij. Normaal gesproken denkt Hans Kemna geen twee keer na over een aankoop. Maar het principe is gebleven: ‘Ik koop iets omdat ik het mooi vind. En ik hou er pas mee op als ik geen boterham met pindakaas meer kan smeren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden