Een huis vol dode dieren en beschimmeld eten

Er is altijd een sociale achterhoede geweest waar problemen van allerlei aard zich opstapelen. Maar in de loop der jaren is het allemaal wél erger geworden, constateert een promovenda op basis van oude GG & GD-dossiers....

Help, ik ben aangesloten op een computer die mijn geest overneemt. Dat is een karakteristiek hedendaags waandenkbeeld, constateert de socioloog Catelijne Akkermans, docent aan de Universiteit Utrecht. Zij bestudeerde de dossiers van psychiatrische patiënten van de Gemeentelijke Geneeskundige en Gezondheidsdienst (GG & GD) in Amsterdam, in de periode 1933-1988.

Elke tijd kent zijn eigen wanen, dikwijls geïnspireerd door de actualiteit. In de jaren vijftig geloofde een patiënt dat zijn partner een spion van de Russen was, in de jaren tachtig was een patiënt er vast van overtuigd dat hij niet naar huis kon, omdat zijn huis was ingepikt door krakers.

De inhoud van zulke wanen is tijdgebonden, maar verder is er veel hetzelfde gebleven, stelt Akkermans. In de onderzochte periode bediende de GG & GD vooral een maatschappelijke achterhoede waarvan de dossiers zich laten lezen als een ellendige kluwen van sociale problemen, verslaving, gezondheidsklachten, relatieproblemen en andere misère. Wel werd de problematiek in de loop der jaren ernstiger. Akkermans kwam steeds meer zware depressies, suïcidale neigingen en bizar en agressief gedrag tegen.

Volgende week promoveert Akkermans aan de Universiteit van Amsterdam op het proefschrift Aanspoelen aan de Achtergracht. Ze wilde onderzoek doen naar de samenhang tussen psychische problemen en maatschappelijke ontwikkelingen. In hoeverre dragen verschijnselen als individualisering of modernisering bij aan de groei van het aantal mensen dat om hulp vraagt? Welke rol speelt de organisatie van de geestelijke gezondheidszorg daarbij?

Daartoe bestudeerde zij 550 patiëntendossiers van de GG & GD, tien voor elk onderzocht jaar. De studie eindigt in 1988 als de GG & GD zijn laatste psychiatrische taken overdraagt aan de Riagg. Ze begint in 1933, als de befaamde psychiater Ari Querido de afdeling voor- en nazorg opricht.

De redenen voor dit initiatief klinken nog altijd heel actueel. De gemeente Amsterdam maakte zich zorgen over het toenemend aantal 'krankzinnigen' dat in gestichten werd opgesloten. Het leek goedkoper opname te voorkomen door een deel van deze populatie ambulant te behandelen. Dat was ook in het voordeel van de patiënt: die hoefde niet meer te worden opgesloten in de duinen. 'De bezuiniging werd gelegitimeerd met een vernieuwing', zegt Akkermans. 'Dat zie je natuurlijk heel vaak.'

Uiteindelijk - en ook dat klinkt bekend - bleken de kosten alleen maar hoger uit te vallen. Ambulante zorg was laagdrempeliger, waardoor de GG & GD een bredere groep uit de bevolking bereikte.

Residu

Na de Tweede Wereldoorlog groeide het aanbod aan psychologische hulpverlening. 'Nieuwe initiatieven richtten zich vooral op de lichtere gevallen, waar nog eer aan te behalen viel', zegt Akkermans. De GG & GD bleef zitten met een 'residu', een maatschappelijke achterhoede die nergens anders terecht kon. In de jaren dertig hielp de dienst ook kinderen, epileptici of demente ouderen.

Sinds de jaren zeventig bestond de clientèle merendeels uit zware probleemgevallen. Akkermans beschrijft ze als 'sociale schipbreukelingen', die de algemene groei in opleidingsniveau en welvaart niet kunnen volgen. 'De problemen worden steeds heftiger. Mannen met dode dieren in huis, beschimmeld voedsel en ondergepieste kleding', zegt Akkermans.

Is de groei van het aantal patiënten en de verzwaring van hun problematiek maatschappelijk te verklaren? In de 20ste eeuw nam de gevoeligheid voor psychisch lijden sterk toe. Meer dan voorheen dachten mensen over zichzelf in psychologische termen. Dat stimuleerde de vraag naar hulp.

'Maar dat geldt toch vooral voor de lichtere gevallen. De cliënten van de GG & GD zaten niet in een dipje, maar leden aan zware depressies, wanen en hallucinaties. Ze kwamen doorgaans ook niet op eigen initiatief bij de dienst terecht. Ze dachten ook niet zo in psychologische termen. Velen vonden dat ze helemaal geen probleem hadden. De man met de dode dieren vroeg aan de rechter of hij voor zijn nog levende dieren mocht blijven zorgen', zegt Akkermans.

Voor de groei van deze problematiek zijn tal van verklaringen geopperd. De maatschappij zou complexer zijn geworden en door individualisering zouden sociale netwerken minder stevig zijn. Daardoor zouden zwakke broeders zich minder gemakkelijk kunnen handhaven. 'Dat klinkt best plausibel, al moet je ervoor oppassen het verleden niet te romantiseren. Zo goed zorgden de mensen vroeger ook niet voor elkaar. Maar het bleek heel moeilijk om zulke verbanden aan te tonen aan de hand van de patiëntendossiers. Die vertelden toch vooral een individueel verhaal.'

Zo leverde het onderzoek geen duidelijk antwoord op de vraag naar de samenhang tussen psyche en samenleving. Wel laat Akkermans zien dat er altijd een maatschappelijke achterhoede is geweest, waar de problemen zich op elkaar stapelen. Akkermans: 'Er zijn altijd mensen waar een samenleving eigenlijk niets mee kan. Toch is het een morele opdracht om het te blijven proberen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden