Een hoopvol, vreedzaam leger van waardeloze spullen

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: In Haarlem ontroerden uitgerangeerde spullen, in Amsterdam sloegen beeldclichés de plank mis.

Douglas Gordon in het Nationaal Holocaust Museum

Haarlem, 5 november

Ik bezocht de tentoonstelling Weerloos in de Haarlemse galerie 37PK en probeerde er uit alle macht géén maatschappelijke verwijzing in te zien. Soms moet kunst ook gewoon kunst kunnen zijn, nietwaar? Ik faalde jammerlijk.

Voor hun gezamenlijke expositie hadden vier kunstenaars hun ateliers leeggehaald, hun jaszakken binnenstebuiten gekeerd en de straten afgeschuimd op zoek naar afgedankte materialen. Ja: om er iets nieuws van te maken en ja: dat is al zo vaak gedaan, maar nee: ik heb er nog geen genoeg van, mits zoiets goed gedaan wordt uiteraard. In dit geval was dat zo.

Ik bevond me in een wereld van steentjes, takjes, stukken hout, ondefinieerbare plastic zaken, vogelkopjes, ijzerdraad, dode vliegen, oud speelgoed, touw en porselein. Er waren tekeningen van oude knopen, zelfgemaakte boekjes en een krakkemikkig alternatief koffiezetapparaat dat de ruimte van glaasjes pisgele koffie had voorzien.

Dit was het gezamenlijke werk van Joost Elschot, Pietsjanke Fokkema (die zelf zijn naam zonder hoofdletters schrijft, zucht), Saskia Laurant en Wim Vonk. Zij hadden een reddingsplan bedacht voor alles wat in de ogen van anderen waardeloos en zwak is.

En daar ging ik. Het was niet zozeer de gedachte dat wat voor de één een afdankertje, voor de ander een schat is; dat is immers de voorwaarde voor het kunstenaarschap. Nee, het was de gemeenschappelijkheid van het project dat me raakte: al die uitgerangeerde spullen bij elkaar die samen ineens iets heel krachtigs tevoorschijn toverden.

Tussen de puinhopen, onder het tafelblad en in de vensterbanken waren nieuwe miniwerelden verrezen. Er hing een touwladdertje uit een papieren vaas, er stonden laddertjes tegen de muur. Op een oud houten beeld groeiden elfenbankjes en de ruimte onder een ruwe houten plank bleek bevolkt door wezentjes op sterk water. Verderop stond de deur in een poppenhuismuur wijd open, alsof de kleine bewoner net even weg was.

Hier, waar niemand het had verwacht, was nieuw leven ontstaan, heimelijk, en alleen zichtbaar voor wie goed keek. Maar het was er wel degelijk en ik stelde me zo voor dat het groeide en groeide, een hoopvol, vreedzaam leger van waardeloze spullen, dat snel korte metten zou maken met de heersende opportunistische wegwerpmaatschappij. 'Weerlozen aller landen, verenigt u!', schalde ik door de ruimte. Ik kon niet anders.

Weerloos - wijzigingen voorbehouden Galerie 37PK, Haarlem, t/m 11/12.

Amsterdam, 8 november

De treinreis naar de hel van het fascisme is somber en spookachtig. De lucht waartegen zich de spoorleidingen aftekenen is loodgrijs, het regent ongetwijfeld en het voelt allemaal als verdrinken in het azuurblauwe zwembad van Poznan, dat vroeger dienst deed als synagoge. De Holocaust, mensen, leuker kan ik het niet maken en dat geldt ook voor Douglas Gordon, de Schotse videokunstenaar die ooit Hitchcocks film Psycho net zolang oprekte tot-ie 24 uur in beslag nam.

Nu had hij zich op de Tweede Wereldoorlog gestort. Ik bekeek zijn installatie k.364, die overigens al in 2010 in Venetië in première ging, in een verduisterde ruimte met twee grote schermen en spiegels van het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam, dat is gevestigd in een voormalige kweekschool tegenover de Hollandsche Schouwburg.

Het lichtpuntje in k.364 (de titel verwijst naar Mozarts gelijknamige Sinfoniaconcertante voor strijkinstrumenten) wordt verzorgd door de vioolmuziek. Gordon volgde twee Israëlische muzikanten van Pools-Joodse afkomst op een reis door Polen, dezelfde reis die hun voorouders decennia geleden maakten toen ze werden afgevoerd naar de vernietigingskampen. De fragmentarische beelden, intense close-ups, een minimum aan informatie en dreigende geluidsfragmenten (typische Douglas Gordon-filmtaal) eindigen in een integrale opname van een uitvoering van de symfonie door die twee violisten en het Nationaal Pools Kamerorkest.

'Het maakt niet uit wanneer u binnenkomt; de film draait in een loop' was mij bij de ingang verteld. Maar het maakte wel uit. Mijn komst viel precies in het niemandsland tussen het einde van de reis en het begin van de zeker 20 minuten durende opname van het concert. Wat de climax had moeten zijn, een diep doorvoelde opvoering na het ervaren van die heftige treinreis, was nu het verwarrende begin en daarna moest ik blijven zitten voor dat wat eraan vooraf was gegaan (lees nu de eerste alinea). Dat viel toen jammerlijk tegen.

Gordon deed in deze film zijn onderwerp geen recht. Of het was het verkeerde onderwerp voor een Douglas Gordon-adaptatie. Die twee Israëlische violisten hadden een verhaal, maar waar was het? Opgelost in de loodgrijze lucht misschien, het zat in elk geval niet in de film. Die bediende zich te veel van beeldclichés en te weinig van de inhoud. Het enige wat indruk maakte, was de soundtrack.

Douglas Gordon: K.364 Nationaal Holocaust Museum, Amsterdam, t/m 19/2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden