Een hoogleraar uit Oxford op zoek naar de yeti

De verschrikkelijke sneeuwman is meer dan een mythe, gelooft de Britse geneticus Bryan Sykes.

Als Bryan Sykes (64) fantaseert over de yeti, maakt hij zich als eerste een voorstelling van de genen van het mythische wezen. 'We zouden zijn dna-profiel in eerste instantie natuurlijk niet herkennen. Maar omdat hij vaak wordt beschreven als een grote, harige primaat vermoed ik dat hij genetische overeenkomsten zou hebben met gorilla's of chimpansees.'


Twee haren zou de Britse geneticus slechts nodig hebben om de genen van het dier in kaart te brengen. 'Voor een dna-test heb ik genoeg aan één haar. Maar als je echt zou stuiten op een genetisch profiel van een onbekende soort, dan zou je de test moeten herhalen.'


Zijn uitspraken zijn geen onderdeel van een gedachtenexperiment. Na vele decennia van onbetrouwbare ooggetuigenverslagen uit de Himalaya en twijfelachtige vondsten zoals voetafdrukken en haren, is Sykes vastbesloten het mysterie rondom de yeti voor eens en altijd te ontrafelen. De geneticus nodigt musea en privéverzamelaars over de hele wereld uit om hem deze zomer stukjes huid, bot of vacht te sturen waarvan wordt beweerd dat ze afkomstig zijn van het mythische dier.


De interessantste inzendingen onderwerpt hij vanaf september aan een dna-test, waarna hij de resultaten zal presenteren in wetenschappelijke tijdschriften. Volgens Sykes gaat het om het tot nu toe grootste en meest serieuze onderzoek naar cryptozoölogie, de (pseudo)wetenschap die diersoorten beschrijft waarvan het bestaan nooit is bewezen.


Sykes is geen doorsnee yeti-jager. Zijn functie - hoogleraar genetica aan de Universiteit van Oxford - lijkt te prestigieus voor een onderzoek naar een harig monster waarvan het bestaan zeer onwaarschijnlijk is, zijn carrière te serieus. Zo stond hij aan de wieg van de methode waarmee dna wordt onttrokken uit prehistorische botten van mensen en dieren.


Over zijn reputatie maakt De Brit zich geen zorgen. 'Vijftig jaar geleden hielden veel eminente biologen zich bezig met diersoorten waarvan het bestaan nog niet was bewezen, alleen kregen zij te maken met veel vervalsingen.' Volgens Sykes maken nieuwe dna-tests de tijd rijp om stukjes huid en haar van de yeti opnieuw onder de loep te nemen. 'Genen kun je niet vervalsen.'


De geneticus ontvangt het liefste haarmonsters. 'Daarbij kan ik het risico op vervuiling verkleinen.' Hij doelt op het terugkerende probleem dat 'yeti-vondsten' vaak talloze malen zijn aangeraakt door mensen, wiens huidschilfers of speeksel vervolgens op het materiaal terechtkomen.


'Bij haren ontsmet ik de buitenste cellen met chemicaliën. Dat is mogelijk omdat die keratinelaag van haar erg sterk is. Na de reiniging blijft als het goed is alleen het dna van het dier over.'


De Nederlandse dna-deskundige Peter de Knijff van het Leids Universitair Medisch Centrum heeft ervaring met onderzoeken van mysterieus haar. Hij deed enkele jaren geleden op verzoek van een Chinees laboratorium een poging om dna te destilleren uit 30 centimeter lange, bruine haren uit Mongolië die ook werden toegeschreven aan de yeti. 'Daar konden we toen geen duidelijk dna-profiel uit destilleren', vertelt hij. 'We hebben ze teruggestuurd.'


De Knijff twijfelt aan de motieven van Sykes bij zijn yeti-onderzoek. 'Je moet erg voorzichtig zijn bij het trekken van conclusies op basis van dna dat niet meer volledig is, er zijn veel interpretatievalkuilen. Sykes is iemand die graag in de belangstelling staat. Het gevaar is hij bij zijn onderzoek een onvolledig dna-profiel vindt waarvan hij te snel roept dat het iets onbekends is.'


Hoewel zijn academische prestaties buiten kijf staan, wordt Sykes wel vaker een populistische aanpak verweten door collega's. Zo publiceerde hij de laatste jaren nauwelijks nog in wetenschappelijke tijdschriften, maar zocht hij wel veelvuldig de media met gewaagde theorieën. In 2003 beweerde hij bijvoorbeeld dat mannen binnen 150 duizend jaar zouden uitsterven, omdat het Y-chromosoom razendsnel genen zou verliezen. Een misrekening, zo bleek uit studies van andere onderzoekers.


Ook zijn boek De zeven dochters van Eva kreeg veel kritiek. Daarin stelt de geneticus dat iedereen afstamt van een van zeven 'oermoeders' die 15.000 tot 50.000 jaar geleden leefden. Sykes beweert dat hij op basis van onze genen precies kan aanwijzen waar onze verre voorouders leefden. Hij heeft zelfs een bedrijfje opgericht, Oxford Ancestors, dat tegen betaling een genetische stamboom samenstelt.


'Daar is op dit moment totaal geen wetenschappelijke basis voor', zegt De Knijff. 'Je kunt mensen zo niet indelen in slechts zeven groepen. En je kunt al helemaal niet afleiden waar hun voorouders woonden.'


De Britse onderzoeker is van mening dat de kloof tussen wetenschappers en het grote publiek moet worden geslecht. Dat is een van de redenen voor zijn yeti-onderzoek. Volgens Sykes kijken veel wetenschappers neer op vraagstukken rond cryptozoölogie en de yeti. 'Er is nauwelijks iets over gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften. En dat terwijl het filosofische idee achter de wetenschap toch is om de wereld om je heen te begrijpen op basis van bewijzen.'


Zelf gelooft Sykes ook niet in harige sneeuwmannen, zo geeft hij toe. 'Nee, ik verwacht niet dat de yeti echt bestaat. Maar wie zegt dat we door dit onderzoek niet op een ander dier stuiten, zoals een onbekende primaat, of de resten van een prehistorische mensensoort die we nog niet kennen? De kans is klein, maar niet onbestaand.'


De geneticus acht het niet onmogelijk dat er nog grote zoogdieren op aarde rondlopen die zich al eeuwen succesvol verstoppen voor westerse wetenschappers. 'Denk aan de gorilla, die pas in 1850 werd ontdekt. De okapi, een girafachtige in Congo, erkennen we in het westen zelfs pas sinds het begin van de negentiende eeuw. Zelfs in de jaren negentig zijn er nog nieuwe hoefdieren ontdekt in een bergwoud in Vietnam. De meeste mensen beseffen niet hoeveel afgelegen plekken er nog op de wereld zijn.'


Mocht hij inderdaad stuiten op een genenprofiel van een onbekende diersoort, dan laat Sykes het veldonderzoek liever aan anderen over. Een tocht door het Himalaya-gebergte om een yeti op te sporen ziet hij niet zitten. 'Ik ben bijna 65, te oud voor zo'n onderneming.'


De yeti: mythe met een greintje waarheid?

Yeti is een verbastering van het woord 'yeh-teh' dat 'mensachtig dier' betekent in de taal van de Sherpa's uit Nepal. De term wordt door de plaatselijke bevolking al eeuwen gebruikt om een harig wezen te beschrijven dat hoog in het gebergte zou leven.

De westerse wereld maakte kennis met de legende van de yeti door de verslagen van Brian Houghton Hodgson, Brits gezant in Nepal. Hij nam aan dat het om een orang-oetan ging. Speculaties culmineerden in de jaren vijftig, toen bergbeklimmer Eric Shipton op Mount Everest een beroemde foto maakte van reusachtige voetstappen in de sneeuw op 6.000 meter hoogte.

De Britse krant The Daily Mail en de Amerikaanse oliemagnaat Tom Slick zetten daarop expedities op touw om de yeti te vinden. Er werden bruine haren en keutels gevonden maar die bleken geen overtuigend bewijs.

Wetenschappers hebben zich sindsdien afzijdig gehouden van de legende over de yeti.

Maar na de ontdekking van de Floresmens, een vermeende uitgestorven mensensoort met een opvallend klein postuur, gingen er voor het eerst weer stemmen op om de mythe opnieuw te onderzoeken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden