Een hoog opgeleide appel

Er is in de laboratoria een competitie gaande in het 'ontwerpen' en 'opleiden' van planten. Dat kan door te sleutelen aan hun erfelijke eigenschappen....

tekst Nell Westerlaken en fotografie Fulco Smit Roeters

Commotie in knollenland. De rust op de akkers bij het Noord-Hollandse dorpje Schoorldam werd eind augustus even verstoord door actievoerders. Tussen de groene velden verschenen in het wit geklede mannen en vrouwen. Ze rolden spandoeken uit en stonden de pers te woord in een veld met spruitjes. Foute spruitjes volgens Greenpeace. Spruitjes namelijk, waaraan in het laboratorium is geknutseld, zodat ze hun eigen insectengif produceren. Bladluizen die mee-eten van de koolplanten gaan er dood aan, alsmede de rupsen het verkort het leven van de lieveheersbeestjes, wellicht ook dat van de vogels en de hazen, en voor je het weet ben je bij de mens. Hier wordt met ons voedsel geëxperimenteerd, riep Greenpeace. Opruimen dus die handel.

Voedsel is emotie, en emotie daar zijn ze bij Greenpeace goed in. De milieugroep had gelijk: op het Noord-Hollandse veld werd geëxperimenteerd. Het betrof een veldproef met genetisch gemodificeerde spruitkool, waarvoor het ministerie van vrom toestemming had verleend aan het bedrijf Bejo Zaden bv. Het bedrijf haalde in het lab een stukje erfelijk materiaal uit een sneeuwklokje en plaatste dat in de spruiten. De bedoeling is een spruitenras te maken waarop geen gif hoeft te worden gespoten tegen de bladluizen en de rupsen. Elke plant is een bouwdoos van erfelijke eigenschappen. Bezit de plant een eigenschap niet en kan hij die ook niet krijgen via natuurlijke kruising, dan kan het gen met die eigenschap soms uit een andere plant worden gehaald en er in worden 'gebouwd', in het lab.

Greenpeace overdreef ook flink: het betrof in Noord-Holland nog lang geen verkoopbaar voedsel. Mocht het experiment slagen, dan wacht het zadenbedrijf nog jarenlange proeven, veiligheidstesten en procedures voordat de transgene spruiten, zoals ze worden genoemd, eventueel in de supermarkt komen te liggen.

Planten waaraan op deze manier genetisch is gesleuteld, zeggen de tegenstanders, zijn een gevaar voor de variatie in het planten- en dierenleven. En dat de mens er niets van kan oplopen, is nooit afdoende bewezen. Het tegendeel trouwens ook niet.

Terwijl genetisch gemodificeerde (gm-)planten in Nederland alleen op proefvelden worden verbouwd en de producten hiervan nog niet in de supermarkt te koop zijn, staan in de Verenigde Staten miljoenen hectaren vol gm-gewassen, met name soja en maïs. Vooral de soja komt in grote hoeveelheden naar Europa. Na het industriële tijdperk en de eeuw van de informatica zou de nabije toekomst zijn voorbehouden aan de bio technologie. Aan de verre horizon dagen enkele voorlopig nog theoretische perspectieven: supergezond voedsel, milieuvriendelijker gewassen en producten, en, toe maar, een belangrijke bijdrage aan de oplossing van het wereldvoedselprobleem. Groenten en fruit die hart- en vaatziekten helpen voorkomen, gewassen waarop minder onkruid- en insectengif hoeft te worden gespoten, rijst en maïs die grote droogte kunnen overleven. Hiernaast zijn allerlei toepassingen mogelijk in de non-foodsector, zoals katoenplanten die jeans-kleurig katoenpluis voortbrengen. Er wordt aan gewerkt. Willy Wortel is in de landbouw gegaan.

'Kijk, een zonnebloem is nooit ontworpen om lekkere olie te maken die zo gezond mogelijk is voor de mens', zegt Theo Saat, biotechnoloog bij het bedrijf Advanta VanderHave in het Zeeuwse Rilland. 'De plant zit zo in elkaar dat hij zichzelf zo goed mogelijk in stand kan houden. Met gen-technologie kan de zonnebloem zo worden veranderd, dat de olie die hij produceert gezonder is voor de mens. Denk ook aan industriële toepassingen. In de verfindustrie bestaat vraag naar een plantaardige olie met een andere samenstelling van vetzuren, die gebruikt kan worden in milieuvriendelijker verf. Die olie kan in principe worden gemaakt in de plant. Ander voorbeeld. Wij proberen hier voedermaïs te maken die beter is afgestemd op de behoeften van de koe. De boer hoeft daarvan minder te voeren en de koe produceert minder mest. Zo werken wij indirect mee aan het oplossen van het mestprobleem.'

Ook op andere plaatsen in Nederland wordt in laboratoria koortsachtig gewerkt aan het genetisch verbeteren van de toekomst. In het Wageningse instituut voor landbouwonderzoek cpro is een tomaat ontwikkeld met zeventig keer meer flavonolen, anti-oxidanten waarvan wordt geclaimd dat zij hart- en vaatziekten kunnen voorkomen. Er is een competitie gaande in het 'ontwerpen', 'opleiden' en 'aansturen' van planten. Neem de suikerbiet. Zowel in Rilland als in Wageningen is vrijwel gelijktijdig een suikerbiet gemaakt die een nieuw kunstje kan: hij produceert een bepaald type fructaan in plaats van sucrose. Uit sucrose kun je kristalsuiker produceren, het type fructaan in Rilland in onder meer geschikt voor gebruik in biologisch afbreekbare wasverzachter, het fructaan-type in de Wageningse biet is geschikt om caloriearme zoetstof van te maken, van de suikerbiet naar de zoetjesbiet.

'We denken nu genen in de aardbei te hebben gevonden die voor de smaak zorgen, daarmee zou je de kwaliteit van aardbeien kunnen verbeteren', zegt Erik Toussaint van het cpro. 'De volgende vraag is of de consument zit te wachten op een genetisch gemodificeerde aardbei. Daar zou vanuit het bedrijfsleven onderzoek naar gedaan kunnen worden.' In verschillende laboratoria zijn onder meer honing, bananen en aardappels in de maak met een soort vaccin erin om ziektes te voorkomen. Plantontwerpers zijn weinig genegen hun labgeheimen te onthullen. De concurrent luistert immers mee.

Iedereen wil er op tijd bij zijn als nieuwe transgene producten de markt op mogen. De toenemende commotie onder consumenten ten spijt, kopen van oorsprong chemische multinationals zoals Dupont, Novartis en Monsanto - de laatste ook wel de 'Microsoft' van de biotechnologie genoemd - zaadveredelingsbedrijven op, om de boot niet te missen. Niet dat het vernuft en de miljoenen die in het genetisch onderzoek worden gestoken meteen kunnen worden verzilverd. De nieuwe gewassen hebben een lange weg te gaan langs onafhankelijke laboratoria en ambtelijke burelen om goedgekeurd te worden. Maar de bedenkers willen er op tijd bij zijn, om patent op 'hun' plant te kunnen aanvragen. Dit patentrecht was tot voor kort voorbehouden aan God zelf.

Dat moet vooral ook zo blijven, vinden inmiddels velen onder wie prins Charles. Terwijl gm-gewassen in de Verenigde Staten al volop op de velden staan, is in Europa het afgelopen jaar een ware consumentenopstand ontstaan tegen gm-gewassen. Op zijn persoonlijke website kijkt de prins Charles de sitebezoeker aan vanuit een idyllisch bloemetjesveld. De prins neemt het op voor de lieveheersbeestjes en andere nuttige insecten, wijst op het gevaar dat er 'steriele' velden kunnen ontstaan, dat genetisch gemodificeerde gewassen zich spontaan kunnen kruisen met andere planten en dat het nut van de nieuwe gewassen vooral een economische kwestie is die alleen het belang dient van de producenten en verkopers. De prins mobiliseerde het verontruste deel van zijn onderdanen en dat is groter dan de aanhang van Tony Blair die de transgene gewassen verdedigt.

In Duitsland, Frankrijk en Engeland is een fel debat opgelaaid over de veiligheid van genetisch gemodificeerd voedsel voor de mens en over de effecten op het milieu, een discussie die in Nederland slechts flauwtjes op gang komt. 'In Nederland heerst over het algemeen meer een consensus-sfeer, hoewel de meningen de laatste jaren vaker botsen', zegt Frans van Dam van de stichting Consument & Biotechnologie, een denktank gelieerd aan de Consumentenbond. 'Al in het begin van de jaren negentig is hier een informeel overleg gevoerd tussen verschillende partijen, voor- en tegenstanders, over de etikettering van gm-producten. Dat zou in andere landen ondenkbaar zijn. In Duitsland heerst al jaren een anti-biotechsfeer en staan maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven veel verder uit elkaar. In Engeland is de discussie zwaar beïnvloed door de gekke-koeienziekte (bse). Van bse-vlees werd aanvankelijk gezegd dat het geen kwaad kon. De consument is door dat voedselschandaal het vertrouwen kwijtgeraakt in de controlerende overheid. Wat de Fransen betreft moet je niet vergeten dat het beschermen van de eigen landbouw meespeelt. De meeste gm-maïs en -soja komen uit de VS en Canada.'

In Amerika, waar wereldwijd gezien driekwart van de hoeveelheid gm-gewassen op het land staat, kijkt men wat verbaasd naar al de trammelant in Europa. Monsanto probeerde de Britten vorig jaar met een advertentiecampagne te overtuigen van de zegeningen van gm-producten. Britse kranten repten ondertussen over 'Frankenstein-voedsel'. Monsanto produceert ook chemische producten zoals onkruidverdelgers. Het bedrijf ontwikkelde onder meer een gm-maïs die de in eigen huis bedachte onkruidverdelger Roundup overleeft. Het onkruid op het land gaat kapot van het bestrijdingsmiddel, de gm-maïs niet. De boeren kunnen hierdoor spuiten als de maïs die resistent is gemaakt tegen dit middel boven de grond staat. Ze hoeven niet al eerder te beginnen, dus gebruiken ze minder gif en besparen ze op de (hoge) kosten ervan. Mooi toch voor het milieu? De boeren kunnen nu net zo veel spuiten als ze willen, betogen de tegenstanders, de maïs blijft toch wel overeind. De pr-poging van Monsanto veroorzaakte alleen maar meer lawaai.

Hij heeft een dik lijfje, oranje rood gevlekte vleugels, omzoomd met kleinere witte en gele vlekjes. Hij wordt sinds een paar maanden vooral omschreven als argeloos en onschuldig; de monarchvlinder is het onbedoelde slachtoffer van genetische modificatie, zo bleek eerder dit jaar uit Amerikaans wetenschappelijk onderzoek. Maïs die zo is gemodificeerd dat de Europese maïsboorder, een schadelijk insect, ervan doodgaat, is ook giftig voor de rupsen van de monarchvlinder. Een Amerikaanse milieugroep etiketteerde de velden met deze zogenoemde bt-maïs meteen maar als killings fields.

'Die rups is in een laboratorium gedwongen om zijdeplantbladeren te eten die met de hand bestoven waren met stuifmeel van gemodificeerde maïsplanten. Gebleken is ook dat de rups met stuifmeel bedekt voedsel ontwijkt als hij de vrije keuze krijgt', zegt Theo Saat van Advanta. 'Bovendien is die rups in de vrije natuur al lang verpopt als die maïs stuifmeel produceert. Die kritiekloosheid van de tegenstanders stoort me mateloos. Ongewenste bijeffecten heb je ook in de traditionele landbouw, zelfs in de biologisch-dynamische. Als wij aan een plant met honderdduizend genen één gen toevoegen, waardoor je minder onkruid- en insectenverdelgers nodig hebt, is dat positief voor de biodiversiteit.'

Er is, zegt Mirjam van Gool van Greenpeace, absoluut niet gekeken naar de effecten van genetische modificatie op lange termijn en ook niet naar de effecten als die gewassen heel grootschalig worden verbouwd. 'Genetische gemanipuleerde gewassen kunnen uitkruisen met traditionele gewassen. Planten zoals de bt-maïs produceren permanent, dag en nacht, insectengif. Spuiten, ook niet goed, gebeurt maar eens in de zo veel tijd. Wat zijn de effecten van gm-gewassen op bijvoorbeeld de vogels die deze insecten eten? Wat is het langetermijneffect op de gezondheid? Niemand weet het. Ook de overheid laat dat niet onderzoeken.' Ze denkt een paar seconden na voor ze zorgvuldig het voornaamste bezwaar van de milieu groepering formuleert: 'De on voor spelbare neveneffecten van het zonder voldoende kennis sleutelen aan de erfelijke code van planten. Op basis van de nu beschikbare kennis zeggen wij: hanteer het voorzorgprincipe, ter bescherming van het milieu en van de consument. Geen gm-gewassen op het open veld.'

Theo Saat van Advanta windt zich op over zulke uitspraken. 'Je hoort mij niet zeggen dat gm-voedsel honderd procent veilig is. Dat kan niemand beweren. Maar het is wel het meest onderzochte en daarom relatief veiligste voedsel ter wereld. De consument vraagt niet of andere, conventionele planten wel honderd procent veilig zijn. Hij beseft niet dat absolute veiligheid niet bestaat, ook al zal de verkoper zeggen van wel.'

De keuze is vooralsnog aan de consument.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden