Een hongerwinterkind blijft een ziekelijk kind

De hongerwinter van 1944-1945 in noordelijk en westelijk Nederland is een historisch drama, maar ook een buitenkans voor onderzoekers die studie maken van de invloed van ondervoeding op de gezondheid....

Door Ellen de Visser

De baarmoeder werkt als een weersvoorspelling. Als een ongeboren kind te weinig eten van de moeder krijgt, stelt de stofwisseling zich in op permanente ondervoeding. Is na de geboorte de schaarste voorbij, dan is het lichaam daar niet op voorbereid. Op latere leeftijd kunnen zo chronische ziekten ontstaan.

Dat prenatale ondervoeding blijvende gevolgen kan hebben voor de gezondheid van mensen, was alleen in Nederland vast te stellen. Hongersnood genoeg in de wereld, maar die is vaak langdurig van aard en beperkt zich niet tot de zwangerschap. Het Amsterdamse AMC ontdekte vijftien jaar geleden de Nederlandse hongerwinter als een ongekend onderzoekspotentieel. De hongersnood in de laatste oorlogsmaanden trof iedereen, het ging om een afgebakende periode van vijf maanden, de mate van ondervoeding is bekend, en de registratie was ook in de oorlogsjaren zo nauwgezet, dat vijftig jaar later betrokkenen nog konden worden opgespoord. Een historische catastrofe maakte een uniek experiment met de geschiedenis mogelijk, concludeerde medisch bioloog Tessa Roseboom in 2000 in haar promotieonderzoek.

Deze winter is het 65 jaar geleden dat het noorden en westen van Nederland in het zicht van de bevrijding moesten overleven op suikerbieten, tulpenbollen en een paar sneeën brood per dag. In mei, als de kinderen uit de hongerwinter 65 worden, publiceert Roseboom, inmiddels onderzoeksleider, samen met journalist Ronald van der Krol een boek over de studie, waarin alle resultaten op een rijtje worden gezet.

Van achthonderd kinderen die tijdens of vlak na de hongerwinter werden geboren in het Amsterdamse Wilhelmina Gasthuis, werd jarenlang nauwgezet de gezondheid onderzocht. Zij bleken een veel grotere kans te hebben op tal van ernstige aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten, suikerziekte, nierproblemen en borstkanker. Aanpassing van de foetus aan de ondervoeding in de baarmoeder speelt een rol, evenals het gebrek aan bouwstenen voor de aanleg van organen.

Tientallen internationale wetenschappelijke publicaties leverde de Dutch Famine Study op, plus nog immer aanhoudende buitenlandse aandacht: Roseboom reist de wereld over en is net terug uit Chili, waar ze de president heeft bijgepraat. In haar werkkamer in het Amsterdamse ziekenhuis laat ze enthousiast de minutieus ingevulde ziekenhuisdossiers zien die van de zwangerschappen zijn bijgehouden en die de basis vormen van het bijzondere onderzoek. Omdat er geen elektriciteit was en nauwelijks stromend water, bevielen veel vrouwen op sociale indicatie in wat toen nog de Universiteits Vrouwen Kliniek heette. ‘Extra eten’ staat er in priegelletters op de bruine kaarten.

Vijftien jaar nadat het AMC aan de hongerwinterstudie begon, gaat het onderzoek een nieuwe fase in: de komende jaren wordt ook de gezondheid onderzocht van de kleinkinderen van de vrouwen die zwanger waren in die laatste zware maanden van de Tweede Wereldoorlog, toen de rantsoenen maar 400 tot 800 calorieën per dag bedroegen. Aanleiding waren de opmerkingen van de vrouwelijke onderzoeksdeelnemers, zegt Roseboom. Zelf relatief vaak kampend met gezondheidsproblemen gaven zij aan dat ook hun kinderen minder gezond waren.

Dat alleen de moeders dit constateerden, is verklaarbaar, aldus Roseboom. De voorraad eicellen van meisjes ontstaat immers al voor de geboorte. ‘Dat betekent dat de eicellen waaruit de kleinkinderen zijn ontstaan, al zijn aangelegd in de hongerwinter.’ Achthonderd kleinkinderen vulden de afgelopen maanden online een uitgebreide vragenlijst over hun gezondheid in.

De gezondheidsproblemen van de hongerwinterkinderen hebben deels te maken met versnelde veroudering van de weefsels, zegt Roseboom. Maar omdat de kleinkinderen dertigers zijn, doen veel van die problemen zich bij hen vermoedelijk nog niet voor. Maar net als bij hun ouders kunnen die zich over een jaar of twintig opeens manifesteren. Genetisch onderzoek moet uitwijzen of de conclusie ‘Je bent wat je moeder at’ kan worden uitgebreid naar ‘Je bent wat je oma at’. Van tachtig vrouwen die in de hongerwinter zwanger waren, is dna verzameld, evenals van hun tachtig dochters en tachtig kleinkinderen. Dat wordt geanalyseerd door de universiteit van Southampton, waar wordt getracht de effecten van eerder dieronderzoek ook bij mensen te traceren.

De Engelse onderzoekers ontdekten dat ratten die tijdens de zwangerschap ondervoed waren, minder gezonde kinderen én kleinkinderen kregen, en vonden daarvoor een epigenetische verklaring: bij de kinderen van de ratten was de volgorde van de genen niet veranderd, maar waren ten gevolge van de ondervoeding bepaalde genen aan- of uitgezet, met gezondheidsproblemen als gevolg. Ook bij de kleinkinderen bleek de expressie van bepaalde genen veranderd.

‘Of een gen kan worden afgelezen, hangt af van de hoeveelheid methylgroepen die eraan hangen’, legt Roseboom uit. ‘Sommige voedingstoffen fungeren als methyldonor en leiden tot methylering van een gen. Vlak na de conceptie zijn genen gevoelig voor de invloed van de omgeving. Wij vermoeden dat bij de kinderen uit de hongerwinter bepaalde genen zijn gemethyleerd en dat die methylering is doorgegeven aan de kleinkinderen.’ Onderzoek moet allereerst uitsluiten dat er verschil bestaat tussen de expressie van bepaalde genen tussen vrouwen die in de hongerwinter zwanger waren, en vrouwen die ervoor of erna kinderen kregen. Daarna zal het dna van de kinderen en kleinkinderen eerst onderling en daarna met dat van de moeders worden vergeleken. De broers en zussen van de hongerwinterkinderen, die voor de geboorte niet aan ondervoeding zijn blootgesteld, fungeren als controlegroep.

Na vijftien jaar is Roseboom nog altijd verbaasd over de enorme effecten die zijn gevonden. Terwijl de hongerwinterkinderen slechts 200 gram lichter waren dan gemiddeld. ‘Dat is ongelooflijk. De helft van de vrouwen menstrueerde niet meer door de honger. Wie toch zwanger werd, moet erg fit zijn geweest.’ De enige vraag die nog moet worden beantwoord is of prenatale ondervoeding ook leidt tot een verhoogde sterftekans. Ze mag er nog niets over zeggen; de onderzoeksresultaten zijn geanalyseerd, een publicatie is aanstaande.

Wat kan ze ermee, met onderzoek naar de gevolgen van iets dat zich 65 jaar geleden heeft afgespeeld? Die vraag is haar vaak gesteld, zegt ze. Maar de historische catastrofe van toen blijkt ook voor de huidige generatie zwangere vrouwen een wijze les op te leveren: gezond eten tijdens de zwangerschap is cruciaal. Nu ligt de nadruk te veel op wat ze niet moeten eten en drinken, zoals wijn en foute kaasjes, en niet op wat ze vooral wél tot zich moeten nemen, zegt Roseboom. ‘Een goed begin in de baarmoeder is de beste preventie tegen hart- en vaatziekten en veel andere aandoeningen voor de komende generaties.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden