Een hondje achter je aan

Liever een demente partner thuis dan in het verpleegtehuis.

‘Om half twee mag u plassen. Dat is de afspraak’, zegt de verzorgster ferm. Mevrouw Vering laat zich weer terugvallen op de bank. Drie minuten later staat ze weer op. ‘Ik moet plassen! Is er een zuster om mij te helpen?’ Mevrouw Vering is hier pas, op het psycho-geriatrische hofje Zonnedal. Ze is blind. ‘Kan iemand mij helpen, ik moet naar de wc!!’

Ze dénkt steeds dat ze moet, en dan komt er niets, zegt de zuster. ‘Ze weet best dat ze om half twee pas weer naar het toilet mag.’ Heeft dat nou zin, vraag ik me af, om met demente mensen afspraken te maken en ze daar fijntjes op te wijzen?

‘Ik moet plassen, is er een zuster om mij te helpen?’ roept ze drie minuten later weer, en weer. ‘Mens, ga dan toch plassen!’ roept een medebewoonster boos.

‘Ja, maar ik kan zelf de wc niet vinden!’

‘Ach mens, dat kan je best, ga dan toch!’

Ik moet weg, met mijn keyboard en liedjesmap, naar het volgende hofje. ‘Mevrouw Broom en mevrouw Vering zijn aan het ruziën’, waarschuw ik de verzorgster. ‘Dat doen ze altijd’, zegt die.

‘Ik moet plassen!’, hoor ik mevrouw Vering jammeren als ik wegloop.

De hel op aarde is het soms, dit verpleeghuis, en ik kan u, lezer, ter geruststelling alleen maar zeggen dat men in de andere verpleeghuizen waar ik muziek maak, een stuk liever met de bewoners omgaat.

Wij niet
‘Dat hoeven wij nooit hè?’ zeg ik thuis nog eens tegen mijn man. Nee, daar hoeven wij niet heen. Mijn man en ik hebben met elkaar afgesproken dat als de een dement wordt, de ander die een niet in een verpleeghuis zet. Dagopvang, een dag of twee per week, dat mag wel, heb ik voorgesteld, ‘want demente mensen die bij hun eigen vrouw of man wonen, plegen die man of vrouw de hele dag als een hondje achterna te lopen. Die man of vrouw moet ook even rust krijgen’.

Zo hebben we het afgesproken, en ik was dan ook blij met het boekje Dan wappert mijn hart naar je toe - Liefde in tijden van Alzheimer van Janneke Harmsen - de Boer, dat ik met behulp van mijn daisyspeler heb gelezen. Jannekes man Dick wordt jong, halverwege de zestig, dement, en ze besluit hem niet naar een verpleeghuis te doen. Ze zorgt thuis voor hem, en dat doet ze voor hém, maar even goed voor zichzelf. Hun liefde voor elkaar wordt door de Alzheimer niet minder en Dicks ‘hele wezen is doordrongen van de man die hij vroeger was’, schrijft ze.

Hij is inderdaad het liefst de hele dag dicht bij haar en verwent haar met lieve woorden als ‘ik draag jou altijd bij me, ik hou van je’ en ‘ik ben zo gelukkig, het leven wordt steeds mooier’. (En dat terwijl Dick, voor hij ziek werd, had gesteld dat hij euthanasie wilde, als hij, net als zijn vader, Alzheimer zou krijgen. Nu wil hij niet naar een levenseindekliniek, hij wil bij Janneke zijn.)

Janneke vindt dat goed en fijn, mits ze maar voldoende de deur uit kan. Kinderen, vrienden en kennissen zijn er in overvloed om op Dick te passen als zij wil fietsen, naar de bioscoop of naar een vriendin. Ze stelt zelfs, in overleg met een hulpverlener, vier ‘opletvriendinnen’ aan die in de gaten houden of zij zich op de been houdt.

Hulptroepen

Zulke hulptroepen hebben mijn man en ik niet. Wij zijn geen sociale dieren, hebben geen grote vriendenkring, wij leven met ons gezin… Dus voor ons zullen er minder kansen zijn te ontsnappen aan onze demente wederhelft.

Toch zie ik mezelf liever met hem achter me aan door de tuin scharrelen en hand in hand naar de C1000 schuifelen, dan dat ik in een museum rondloop en hij in Zonnedal roept en roept en roept dat hij plassen moet zonder te worden gehoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden