Een honderige lach

De schrijver Martin Bril ziet de Slag bij Waterloo, 18 juni 1815, opnieuw voltrokken worden. Hij verzamelt alles wat hij over Napoleon kan vinden en schreef er een boek over....

Dan sta je dus op 41 meter hoogte, na 226 treden, daarbij 34 bejaarde Japanners ontwijkend (‘Hé jongens, opschieten, de bus vertrekt’), en valt vijf jaar Napoleontische manie in het mandje.

‘Je probeert wat je ziet,Te vullen met wat je weet.’

Dus hier op de Heuvel van de Leeuw in het Belgische Waterloo, met uitzicht op het licht golvend landschap, ziet Martin Bril alles waarmee hij zich de afgelopen jaren aan Napoleontische feiten, smeuïge verhalen, en kleurrijke waanzin heeft volgestopt.

Hij ziet de veldslag waarbij 140 duizend soldaten tegenover elkaar stonden, op 18 juni 1815. De vierkante infanterieformaties en de opstellingen van de cavalerie. De roodharige maarschalk Michel Ney, die er namens Napoleon in knalt. Napoleon zelf, ergens verderop, de grote militaire strateeg midden in het moorddadige laagland, op z’n witte paard. Uitgerekend die dag was de keizer niet scherp, omdat z’n aambeien opspeelden.

Hij ziet paarden omvallen, mannen sneuvelen en, iets naar links, de kruitdampen rond de boerderij wegtrekken. De dreunende aarde, of een ongekende militaire manoeuvre die niet zo was bedoeld, maar wel goed uitpakte.

Bril ziet een historische dag in Waterloo zich voltrekken, omdat hij die historische dag in Waterloo al jaren ziet voltrekken in zijn eigen hoofd, in gemaakte reizen of in een van die vele boeken die hij moest lezen.

‘Hoe meer je weet,hoe meer het betekent.’

Maar hij ziet ook geen ene moer, net als die bejaarde Japanners of het verliefde Franse stelletje. Laat staan dat je weet hoe het rook, op die dag, al die kapot gestoken gasten, die paarden, de kanonnen en de hele bliksemse boel. Want eigenlijk valt er vanaf de Heuvel van de Leeuw niks te zien. Het is leeg – leeg landschap.

Wat je feitelijk ziet, is een mooi geconserveerd stuk land. Alsof er een groot hek omheen staat, waardoor niemand het durft te betreden.

Het landschap doet alsof er niks aan de hand is, weet Bril, rokend op de top, de bronzen leeuw in zijn rug. Alles gaat gewoon door, er is niks aan de hand. Dat bewijst hoe krachtig het leven is, veldslag of geen veldslag. Duizenden doden die leegbloeden op dezelfde grond – niks van te zien. Een troostrijke gedachte, bovenal.

Je kunt dus naar Waterloo in Wisconsin gaan, of naar Waterloo in Iowa, of naar Waterloo in Texas, of naar Waterloo in Indiana of naar Waterloo in Driehuis, maar dat is een voetbalclub. Maar je kunt ook met je gloednieuwe scheurijzer, met de radioshows van Bob Dylan op de achtergrond, de 220 kilometer van Amsterdam naar het echte Waterloo pakken, en dan heb je een historische dag uit. Beetje ouwehoeren, en klaar. Leuk toch? En dat allemaal vanwege De kleine keizer – Verslag van een passie, zijn net verschenen boek over Napoleon.

Ooit zat de wereldgeschiedenis voor Bril overzichtelijk in elkaar. Het begon na de Tweede Wereldoorlog, en toen had je rock-’n-roll en korte rokjes. De eerste oorlog was de Vietnamoorlog, en dat was nog meer rock-’n-roll. Dan kreeg je het oproer in het Parijs van 1968 en Johnson Moordenaar, dat werk. Toen kwam dat gedonder met de RAF in de jaren zeventig, de punk, en toen viel de Berlijnse muur.

De rest was onzin. Maar ja, je wordt ouder, en je gaat je op de wereldgeschiedenis storten. Eerst gewoon, de jongenskant van de zaak: de militaria, het geknal en het betere grove werk. Vervolgens, via de liefde voor Frankrijk, Napoleon.

Het begon met een Penguin-uitgave over Napoleon, van Paul Johnson. Die beviel. Daarna surfte hij nietsvermoedend naar Amazon.com en werd hij overvallen. Er was behoorlijk veel over Napoleon geschreven, je kunt zelfs zeggen dat er over geen enkel historisch figuur zoveel is geschreven. En mateloos zoals hij is, moest hij alle boeken hebben.

Hij kreeg mee dat ze daar op de Amerikaanse militaire academie in Westpoint nog steeds hun tanden stukbijten op het grote militaire vermogen van Bonaparte. Dus toen brak de Irak-oorlog uit en zat hij met Napoleon in zijn hoofd naar de aanval op Bagdad te kijken. Een rare bedoening, al met al, want alle manoeuvres – afgezien van de bewegingen vanuit de lucht – leken ingegeven door zijn 1,67 meter hoge nieuwe held.

Hij kon niet meer terug, daar kwam het toch op neer. Hij ging op weg, met almaar aanwakkerende passie.

Hij zocht in Europa, en stuitte overal op zaken die met Napoleon te maken hadden, of anders wel met zijn generaals, zijn veldslagen of de tieten van zijn maîtresses. Er was altijd wel iets bijzonders te vinden in Tsjechië, Italië of Frankrijk of zelfs Nederland: wetenswaardigheden over zijn strategie, zijn grootheidswaanzin, zijn tomeloze energie, zijn snuiftabak of zijn honderige lach.

Hij was in Napoleon, en dan heb je als schrijver zijnde snel een boek. Wat De kleine keizer vooral niet is, is een boek van toen en toen en toen. Of de auteur ontdekte zus en zo, wat weer in relatie staat met het een en ander, historisch gezien.

Zijn oude leraar Frans, de heer Van Schaijk, die op zijn verzoek het boek doorliep, noemde het een récit anecdotique – een romantische biografie. Napoleon en ik, dat is het wel. Alle verhalen biljart hij via de band, via zichzelf dus, in een opgewekte groove, met een hoog informatief gehalte.

Alle genres lopen door elkaar: reisverhalen, erotische anekdotes, historische reportages en alledaagse overpeinzingen. Het lijkt nergens op, en het moest deze hobby een beetje afronden, anders blijft dat geëmmer maar doorgaan: boeken kopen, op reis, weer erover lullen.

Hij is niet de man die onlangs vrijgegeven Russische archieven door gaat vlooien. Of precies gaat uitzoeken wat de achtergronden zijn van een van de gevallen Nederlandse soldaten. Hij zocht niet naar de ultieme waarheid, maar staarde naar de zorgvuldig gearrangeerde mythe.

‘Hoe meer je weet,Hoe minder vat je erop krijgt.’

En nu ligt hij op de grond in de museumwinkel in Waterloo. Onder een enorme verzameling bontgeschilderde tinnen soldaatjes is een zorgvuldig in elkaar gezette maquette te zien van een boerderij aan de rand van het slagveld. En dat is niet niks, zo’n miniatuur, die moest hij van dichtbij zien.

Voor de boekenkast van de winkel komt hij erachter dat de boekenproductie over Napoleon niet stilstaat: er zijn er weer genoeg bijgekomen die hij niet heeft, en dat is het ergste.

Zoals dat boek waarin dag voor dag staat beschreven wat Napoleon deed. Exact tweehonderd jaar geleden, leest Bril voor, kocht hij in Bayonne voor 60.000 franc een kasteel, Chateau de Marraq, dat hij een dag later al betrok. Mooi hè.

Napoleon Bonaparte (Corsica, 1769 – Sint Helena, 1821) mocht óók graag lezen, en dat pleit toch voor hem. Hij had een hysterische honger naar informatie en liet mobiele bibliotheken in koetsen aanleggen, met daarin de verzamelde wereldliteratuur, woordenboeken, atlassen en aardrijkskundige verhandelingen. Geen batterij hoeren, wijnkisten of bontjassen ging mee op oorlogspad. Onderweg werd niet geneukt. Daarvoor had de klein geschapen Napoleon het te druk.

Aan de overkant, naast Café Wellington, staat hij in zeer klein formaat standbeeld. De letters zijn eraf gevallen, en een groep Franse schoolkinderen holt het parkeerterrein op. Bril start de auto, en Bob Dylan vertelt het verhaal over de Amerikaanse countryzanger George Jones die, zoveel zoop dat op een dag zijn vrouw zelfs de grasmaaier verstopte, omdat hij daar mee naar de slijterij reed.

Via George Jones kom je dan weer bij Elvis en Napoleon. Want die hebben dus met elkaar te maken, al bakte Elvis er niks van in het leger en had Napoleon een nietszeggende stem. Volgens Bril hadden beide grootheden parallelle fases in hun levensloop. Je hebt de jonge Napoleon, de langharige, die huis hield in Castiglione of Arcola, die erg lijkt op de Elvis rond de oerknal van de rock-’n-roll, in de Sun-studio van Sam Phillips. De grotere slagen, zoals in Austerlitz, verwijzen naar de Elvis en zijn perfecte, miljoenen verkopende RCA-singles. Wat te denken van de pafferige Napoleon, op het eind, en de Las Vegas Elvis.

En dan is er ook nog de gezamenlijke eenzaamheid, eigenlijk het belangrijkste thema van dit boek. De tol van de roem, want Napoleon was in zijn tijd de allerberoemdste mens op aarde. Altijd maar alleen, in wezen.

Je denkt dat zo’n gozer lekker onder de mensen is, zegt Bril, met zijn kameraden zit te zuipen, of dat er genoeg wijven en jachtpartijen zijn. Maar niemand durfde hem aan te spreken, of wist wat er in hem omging, waardoor het altijd stil was om hem heen. Toen werd Napoleon ook nog eens verbannen. Afscheid van Frankrijk, en dat hij langzaam de Franse kust ziet verdwijnen, en naar dat eiland gaat waar hij zal sterven. De tragiek van de macht.

‘Heb je macht, is het eigenlijk niks.Ben je het kwijt, moet je naar een eiland.’

Zijn laatste hoofdkwartier, Le Caillou, je kunt er zomaar naar binnen, vlakbij Waterloo ligt het. Overal geschilderde Napoleons aan de muur, met telkens een ander hoofd, maar altijd een trillende w als mond. Uniformen en wapens, het skelet van een jonge huzaar.

Ooit zag Bril in Waterloo de nagespeelde veldslag. Een aandoenlijke aangelegenheid van bierdrinkende mannen die één keer per jaar hun geüniformeerde snor laten staan. De nep-Napoleon was helemaal niet slecht, totdat ie mobiel ging bellen, toen viel ie door de mand.

Zo, het gietijzeren hek van de boerderij valt dicht, de knekelput volgestort met omhoog gerooide soldatenbeenderen was het laatste evenement.

Geinig toch, zo’n passie, zegt Bril, en stapt weer in zijn wagen. Je komt nog eens ergens, en je steekt er ook nog wat van op ook. De geschiedenis op je eigen manier herschrijven. Het persoonlijk maken, hopen dat je mensen erin mee kunt sleuren. ‘Op naar de volgende verslaving.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden