Een honderdjarige in kantoorartikelen

Als een aderontsteking hem niet had geveld tijdens een verblijf in Napels had Jacobus Ahrend nòg zijn handelsonderneming in kantoorartikelen gerund....

Jacobus Ahrend. Een van de nazaten had voorzichtig geïnformeerd hoe de pater familias in de bedrijfsgeschiedenis zou worden vermeld. Toch niet al te sympathiek, zeker? Inderdaad, capabel was ie, Jacobus, maar een aangenaam mens? Allesbehalve. 'Hij stond bekend als een klier', zo drukt Koenders het kernachtig uit. 'Iemand die doodvalt op een cent.' De anekdote doet de ronde dat de oude Ahrend een raamloos kantoortje kwam binnenlopen, de vinger ophief, naar de tl-bakken wees en zei: 'Uit die lampen. Geld is de kern van mijn negotie'

De creatieve inbreng bij Ahrend kwam van de Schröfer-tak. Jan Schröfer, oprichter van meubelfabriek De Cirkel in Zwanenburg, vroeg in 1934 om financiële steun van Ahrend toen het hoofdkantoor van de Arbeiderspers moest worden ingericht. Schröfer, liefhebber van Bauhaus en De Stijl, bracht de contacten met architecten als Gerrit Rietveld en Jan Buys in, en na de oorlog industrieel ontwerper Friso Kramer en zijn neef, grafisch ontwerper Jurriaan Schrofer. En dan was er de derde poot van het concern, A. van de Kamp, smid te St. Oedenrode die in 1931 bij de familie Ahrend informeerde of er belangstelling bestond voor het produceren van stalen bureaus.

Honderd jaar geleden begon Jacobus, zo klein van postuur dat de klanten er soms schroomvallig van werden, een commissiehandel onder de naam Weduwe J. Ahrend & Zoon. Moeder had de handtekening onder de akte gezet. De eerste artikelen: een tekentafel en een passerdoos.

Nu viert Ahrend feest met een herinnering aan die eerste passerdoos in een soort sigarenkistje met daarop het nieuwe en het oude logo, een sierlijke cursieve letter die met twee benen in de 19de eeuw staat. Het is de weerspiegeling van de oude Jacobus, een selfmade ondernemer, autodidact en patriarchaal. Hoe kleinzielig ook, diezelfde Ahrend was wel zijn tijd vooruit, zelfs zo dat het bedrijf op zeker moment als nouveauté een art director binnenhaalde die de integratie tussen industriële en grafische vormgeving tot stand bracht. Dat diezelfde afdeling na verloop van tijd, zoals Koenders zegt, 'een staat in de staat' werd, en dus weer bij het bedrijf moest worden getrokken 'omdat ze niet commercieel genoeg opereerde', hoort bij de lange historie van ups and downs.

Koenders, terugblikkend op een eeuw Ahrend, memoreert drie zware momenten in de bedrijfsgeschiedenis. Die moeizame beginjaren, de stammenstrijd na de dood van Jacobus tussen de drie divisies (Ahrend, Schröfer en Van de Kamp) en de dreigende overname door Bührmann Tetterode, eind jaren tachtig. Die laatste dreiging lijkt nog steeds oud zeer naar boven te halen.

Koenders haalt een Volkskrant-artikel uit de lente van 1989 aan, waarboven de kop: 'Een woedende Koenders: die mensen zijn gek, knettergek.' Weken was het oorlog in de grafische- en de papiersector. En Ahrend plaatste een cynisch getoonzette advertentie: 'niet alleen de buurman is geïnteresseerd in onze cijfers.'

Maar de handelsonderneming is weer in rustiger vaarwater beland. Weliswaar heeft de kantoormeubelmarkt er wel eens florissanter voorgestaan, de afzet van artikelen blijft bevredigend (Koenders: 'Zolang er niks anders voor handen is, heeft iedereen wel een hangmap nodig.') en het buitenland lonkt. Na wat geflirt met het Verre Oosten en Amerika, concentreert Ahrend zich tegenwoordig met redelijk succes op de buurlanden.

Ahrends solide reputatie begint haar vruchten af te werpen in bepaald niet makkelijke afzetgebieden als Engeland en Duitsland, waar de concurrentie hard is en de eisen, zoals die van brandveiligheid, zwaar. Nederland daarentegen stelt weer hoge normen op het gebied van arbeidsomstandigheden.

'Een postorderbedrijf in kantoorartikelen.' Zo omschrijft Koenders de honderdjarige. De prospectussen ademen inderdaad die geest: van tekentafels tot papierbakken, van Tipp-Ex tot een schootcomputer, 'nu voor een aantrekkelijke jubileumprijs'. En niet te vergeten het succesvolle Mehes-bureauprogramma waarvan Koenders weet dat de M voor mens staat en de H voor humaan, maar die S?

Mehes, een ontwerp van Friso Kramer, mag dan al weer dertig jaar oud zijn, het gaat steeds beter lopen, niet in de laatste plaats dank zij de droomopdracht die Ahrend in 1986 verwierf: het leveren van tig-duizend Mehes-meubelstukken aan de Hongkong & Shanghai Bank in Hong Kong. Van contacten met architecten moet Ahrend het hebben, in dit geval Norman Foster.

Op dit cruciale moment in de geschiedenis weet hij niet hoe het kantoor van de toekomst er uitziet. 'Misschien heeft het publiek al voldoende aan een vierpootstafel.' Met die strengen kabels die nu nog in goten over het bureau liggen, kan het wel eens afgelopen zijn. 'Ik voorspel dat ze vervangen worden door een infrarood signaal in het plafond waardoor je al die kabels niet meer nodig hebt.' Zo ver is het nog niet. Net zo min als de ontwikkeling van het kantoor aan huis. 'Als bedrijven willen doorzetten dat hun personeel vaker thuis gaat werken, zullen ze ook het standaard meubilair moeten leveren. Omdat ze zich aan de Arbo-wet moeten houden.'

Bij een postorderbedrijf horen exotische artikelen. Zoals het elektriseerapparaat dat Ahrend in de jaren dertig in zijn assortiment opnam, toen handel met Indonesië bloeide. Het apparaat, zo memoreert kunsthistoricus Dirk de Wit in het jubileumboek dat Wim Crouwel heeft vormgegeven, 'was gewenst voor niet alleen elke dame om schoonheid en een frissche teint te behouden, haaruitval te voorkomen, den haargroei te bevorderen, migraine en hoofdpijn te berdrijven. . . niet alleen elke sportsman. . . elke hoofdarbeider. . . doch in elk gezin.' Het diende voor zo'n zeventig lichamelijke storingen, van aambeien tot zenuwachtigheid.

Toch zat de kracht van Ahrend niet in dit soort apparaten maar in het kantoor, met als 'vaandeldrager' de Revolt-stoel van Friso Kramer. De Revolt kwam uit de stal van de Cirkel, en moest concurreren met Ahrends aartsrivaal in Nederland, Gispen. De ontstaansgeschiedenis was moeizaam. Het regende klachten over de eerste series. Een architect schreef: 'Ik raad U aan de stoel te laten ontwerpen door metaalwerkers en meubelmakers, niet door grafici. Een stoel moet niet alleen aardig voor het oog zijn, maar men moet er ook op kunnen zitten en liefst langer dan een jaar.'

Hoewel ook de Ahrend-directie met de Revolt-stoel in haar maag zat, kwam het succes dan toch. Met tienduizenden is hij verkocht, maar zegt Koenders nu, hij haalt het bij lange na niet bij de gewone kantoorstoel 220, die in een veelvoud de fabriek verlaten. Vier jaar geleden werd de Revolt, in modieuze kleuren gespoten en technisch verbeterd, voor de tweede keer de markt opgestuurd. Het werd een memorabele flop. Van de vijfduizend die er werden gemaakt, zijn er zesduizend door Ahrend-mensen gekocht, zo luidt de grap in het bedrijf.

In vier afgehuurde treinwagons uit München of met speciale vluchten uit Engeland: de 1800 Ahrend-werknemers stromen vandaag van heinde en verre naar de RAI in Amsterdam, waar onder leiding van Joop van den Endes feestdivisie het eeuwfeest wordt gevierd. In het gerenoveerde kantoor aan het Singel hangt sinds februari een tegeltableau van kunstenares Dora Dolz, dat het 'dankbare personeel aan zijn werkgever heeft geschonken'. Het geeft blijk van een restant familiegevoel dat nog in het bedrijf moèt hangen.

Jaap Huisman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden