Een homoseksuele held

Hij was wat je noemt een klein talent, opgeleid op een kunstnijverheidsschool, sterk beïnvloed door Rik Roland Holst en Jan Toorop, maar nooit uit hun schaduw geraakt: Willem Arondéus (1894-1943)....

Rond z'n veertigste ruilde hij, teleurgesteld, de beeldende kunst in voor de letterkunde. Maar ook voor het schrijverschap leek hij niet in de wieg gelegd. Hij bracht het tot twee half en half autobiografische romans. 'Het werk van een dilettant', oordeelde Vestdijk in de Nieuwe Rotterdamsche Courant; 'om het welwillend te omschrijven', voegde hij er veelbetekenend aan toe.

De artistieke onsterfelijkheid zou hem dus ontzegd blijven. Maar de mens Arondéus leidde, als homoseksueel die er geen geheim van maakte, in veel opzichten een memorabel leven. En hij stierf, als verzetsheld voor een Duits vuurpeloton, in ieder geval een memorabele dood.

Die twee 'afwijkingen'van het gemiddelde inspireerden Rudi van Dantzig, choreograaf en romanschrijver (Voor een verloren soldaat) tot het samenstellen van een 'documentaire', waarmee Arondéus voorgoed voor de vergetelheid kon worden behoed.

Leven en dood zijn in het boek nadrukkelijk met elkaar in verband gebracht. Wat Van Dantzig betreft is de wijze waarop Arondéus voor z'n homoseksualiteit uitkwam en tegenover vrienden en kennissen geen verstoppertje wilde spelen met z'n vaste partners of losse vrijers, als het ware net zo'n maatschappelijke 'verzetsdaad'geweest als later, tijdens de Duitse bezetting, z'n illegale werk, dat min of meer werd bekroond met de overval op het Amsterdamse bevolkingsregister in 1943; en met de dood.

Er valt op het eerste gezicht wel wat te zeggen voor die vergelijking. Arondéus heeft lange tijd een verhouding gehad met een Urker visser met wie hij in nota bene Urk zelf een klein jaar openlijk heeft samengewoond in een huis dat hem door een mecenas-achtige kennis tijdelijk als atelier ter beschikking was gesteld. Later, toen hem door weer een andere begunstiger een onderkomen in Apeldoorn was aangeboden, kreeg hij een relatie met een Veluwse tuindersknecht met wie hij een poosje een huis in Woeste Hoeve deelde.

Dat riekt, vanwege die plekken, naar verbazingwekkende provocaties in een tijd (achtereenvolgens de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw) dat zelfs een Amsterdamse kroegbaas bij wie Arondéus een kamer bewoonde, namens de stamgasten vroeg of het met de losse matrozen die de huurder mee naar boven nam misschien wat minder kon.

Maar in de Urker en Veluwse praktijk blijkt het eigenlijk allemaal ontzettend te zijn meegevallen. Arondéus mag dan z'n seksuele voorkeuren niet onder stoelen of banken hebben gestoken, uit niets blijkt dat hij er z'n omgeving welbewust en demonstratief mee heeft willen 'uitdagen'. Voorzover we weten is hij op dat punt - anders dan in de oorlog - nooit op zoek geweest naar provocatief en riskant gedrag: wel artiest, maar geen enkele behoefte om de bourgeois te epateren.

Maar weten we genoeg van zijn leven en zijn aanvechtingen?

Van Dantzigs documentaire is goeddeels gebaseerd op de nagelaten dagboeken die van de vroege jaren twintig tot eind jaren dertig reikten, en op een deel van de overgeleverde correspondentie met vrienden. Je zou zeggen: voldoende stof om op z'n minst een impressie van de schrijver te krijgen. De vraag is altijd: hoe 'eerlijk'is iemand tegenover zichzelf en z'n omgeving?

Dat de dagboeken heel authentiek zijn lees je om te beginnen af van de stijl. Arondéus lijkt voor elke gelegenheid de pen op een andere manier te hebben opgenomen. Als hij later aan een roman begint, is z'n proza vrijwel ongenietbaar. De brieven aan Roland Holst jr. zijn al wat normaler, maar nog altijd met de tong uit de mond geschreven.

De vriendschap met 'Jany'is ontstaan via een werkcontact met de door hem bewonderde oom Rik. De oude Roland Holst meldt aan z'n neef dat hij kennis heeft gemaakt met een jong schildertje in wie hij wel wat ziet. 'Stel je voor', schrijft hij enigszins neerbuigend, 'een bleekneuzig zoontje van een costumier die Oscar Wilde adoreert en alles van hem heeft gelezen!'- en dat maakt die neef nieuwsgierig. Maar hoe hartelijk de relatie met de jonge Holst ook wordt, voor Arondéus is Jany van meet af aan niet alleen de geslaagde (en al gauw gevierde) prins der dichters, maar ook een heer van stand - en dat merk je aan de brieven: als van een 'mindere'aan een 'meerdere'.

Pas in de dagboeken lijkt Arondéus zichzelf: eenzaam, onzeker, tobberig, verongelijkt en voortdurend verlangend naar een soort artistiek en sociaal aanzien dat hem niet gegund wordt. In z'n liefdesleven maar half bevredigd door de twee vaste partners (die trouwens na de scheiding allebei een vrouw vinden en een gezin stichten) en bij gebrek aan 'makkerschap'nooit bevredigd door de scharrels van één nacht.

Het is beklemmende lectuur, die door Van Dantzig lichtjes is becommentarieerd, en meer niet. Jammer genoeg komt de 'documentaire'nergens in de buurt van een biografie, en tientallen intrigerende voorvallen uit het leven blijven onbelicht, want onuitgezocht.

Wat bijvoorbeeld dreef de weinig uitgesproken, politiek wat vage Willem Arondéus naar de heroïek van het verzet? In die laatste jaren heeft hij helaas geen dagboek bijgehouden, en Van Dantzig houdt het op een hang naar 'bevrijdingsdaden'die door zijn homoseksualiteit zou zijn gepredestineerd.

Het kan. Maar het zou ook kunnen dat Arondéus de bezetting zélf als een bevrijding uit de deprimerende, Hollandse jaren dertig heeft ervaren: net als Gerrit van der Veen, die andere niet helemaal geslaagde kunstenaar, werd hem door de Duitsers het alibi aangereikt om eindelijk echt 'onmaatschappelijk'te worden. En dat verschaft die dood na zo'n leven pas werkelijk iets heldhaftigs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden