EEN HISTORISCHE MISSIE

Voor minister Kamp van Defensie was de zaak al lang afgedaan: de Nederlandse militairen zouden Irak in maart verlaten. Toch kreeg hij het moeilijk, toen de Britse ambassadeur Colin Budd plotseling een tegenoffensief inzette....

Het is oktober 2004. Henk Kamp zit op een sofa in het kantoor van gouverneur Al Hassani in As Samawah. De lokale Zuid-Iraakse leider torent in zijn leren stoel boven de Nederlandse minister van Defensie uit. Hij bedelt bij Kamp om koetjes en kalfjes voor de landbouw in de regio.

Kamp windt zich op: dít is de man die heeft verzuimd zijn militairen te waarschuwen voor een hinderlaag, die leidde tot de dood van militair Jeroen Severs, in augustus 2004. Kamp onderbreekt de monoloog van de gouverneur. Zijn veiligheidsdiensten moeten van de ophanden zijnde aanslag hebben geweten, maar hebben de Nederlanders onwetend gehouden, stelt hij verontwaardigd vast. Laat het de laatste keer zijn .

Al Hassani reageert gepikeerd. Hij legt de woorden uit als een dreigement om de troepen weg te halen uit Irak. 'U moet niet dreigen met vertrek. Dat is een aanmoediging voor terroristen.' Kamp repliceert: 'Ik ben niet gekomen om te dreigen met vertrek. Maar ik ben zeer bezorgd over de veiligheid van mijn mensen'.

De VVD-minister denkt wel degelijk aan het terughalen van de troepen. Niet op stel en sprong, maar - volgens de afspraak met de Tweede Kamer - in maart 2005. Hij brengt die boodschap over aan de Iraakse premier Allawi en op het hoofdkwartier van de Amerikaanse militairen in Bagdad. Vanaf dat moment zal de minister geen milimeter wijken.

De missie naar Irak is voor Nederlandse begrippen een historische. Veertienhonderd Nederlanders nemen deel aan SFIR (Stabilisation Forces Iraq) en proberen gedurende een jaar het gezag te handhaven in de zuidelijke provincie Al Mutthana. In de zomer van 2004 wordt er voor acht maanden verlengd, zodat de missie half maart 2005 ten einde loopt.

Maar de afronding ervan heeft aspecten van een thriller. Kamp zet in op vertrek, maar er zijn nog veel hobbels te nemen, want een groeiend aantal politici is drie maanden voor vertrek toch voor blijven .

'Dat is heel slecht', zegt D66-Kamerlid Bert Bakker. 'Dat schept onzekerheid bij militairen en bondgenoten.' Bakker leidde in 2000 een parlementair onderzoek naar de militaire missies van de laatste decennia. 'Deze missie was er één met high risk. Dit was wel even grote wereldpolitiek. Maar de discussie over eventueel verlengen pakte verkeerd uit. We hebben van Srebrenica geleerd dat je niet onduidelijk moet zijn over je vertrek. Als het er op aan komt, vergeet men dit nog wel eens. De geschiedenis ligt altijd op de loer om zichzelf te herhalen.'

In het najaar van 2004 groeit de druk op het kabinet om de troepen langer te handhaven. Begin november, op een Europese top in Brussel onder Nederlands voorzitterschap, laat de Iraakse premier Allawi zich zeer negatief uit over het voorgenomen vertrek van Nederland en andere Europese landen. Balkenende zit er tijdens de gezamenlijke persconferentie met een strak gezicht bij. Allawi's woorden halen de wereldpers.

Eind november zijn het vooral de Britten die Nederland op andere gedachten proberen te brengen. In Brussel doet de Britse minister Geoff Hoon van Defensie ook een dringend beroep op Kamp. Het is, volgens een ingewijde, een allesbehalve harmonieus gesprek. Kamp vraagt: 'Waarom doen jullie geen beroep op Frankrijk, Duitsland, België en andere landen die nog niets hebben gedaan in Irak?'. Dat is tegen het zere been. De Britten hebben een aantal Europese landen gevraagd naar de bereidheid de Nederlanders te vervangen; maar tevergeefs. Hetgeen betekent dat ze zelf het gat moeten vullen dat de Nederlanders achterlaten. Den Haag zadelt Londen met een probleem op.

Boze woorden

Vervolgens geeft Londen zijn ambassadeur in Den Haag, Colin Budd, de instructie de Tweede Kamer en de regering te 'bewerken'. Gewapend met een brief van het kabinet-Balkenende stort hij zich op het Binnenhof. In die brief, gedateerd 12 november, staat volgens de Britten onjuiste informatie. Budd wijst Kamerleden en ministers op de zin: 'Naar verwachting zullen medio maart 2005 de Iraakse veiligheidsinstanties in staat zijn regionale controle uit te oefenen'. Hoe valt dat te rijmen met de boze woorden van Kamp tegenover gouverneur Al Hassani over falende veiligheidsdiensten? De Britse commandant in de Iraakse stad Basra die het bevel voert over de Nederlanders, voorziet dat Al Muthanna het pas in de zomer van 2005 zonder buitenlandse troepen kan stellen.

Desalniettemin gaat Henk Kamp met een gerust gemoed het kerstreces in. Dan geeft Maxime Verhagen een interview aan Elsevier. 'Je moet een langer verblijf in Irak niet willen uitsluiten', zegt de CDA-fractieleider. Niet alleen Kamp is verrast, maar ook de Britten, zijn eigen fractie en CDA-minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken zijn dat.

Verhagen beroept zich voor een langer verblijf op bekende Britse argumenten, die na de stevige lobby van Budd uiteindelijk wortel schieten. De Irakezen in Al Muthanna zijn nog niet rijp om zelfstandig het gezag uit te oefenen. Kamp tandenknarst: wie kan nu het best beoordelen of de Irakezen geschikt zijn om het over te nemen van de Nederlanders? De Britten, die sporadisch opduiken in 'zijn' provincie, of zijn eigen militairen?

De race ligt weer helemaal open. Want in de Tweede Kamer krijgt de eenzame VVD-fractie die tegenover de eigen minister Kamp staat, gezelschap van het CDA. Nog vijf zetels erbij en er is een Kamermeerderheid.

Budd zie het momentum. Hij meldt zich bij iedereen, ook bij de PvdA, waar het voor hem een mission impossible is. 'Wat u doet, is op het randje', zegt Koenders tegen Budd. Het is zijn goed recht om te lobbyen, dat wil PvdA-Kamerlid Koenders voorop stellen. Maar het gaat wel erg ver om, zoals Budd doet, informatie van regeringszijde in twijfel te trekken. 'De Britse ambassadeur was hyperactief en lichtelijk intimiderend'. Vreemd vindt Koenders het ook dat Budd probeert een Kamermeerderheid te mobiliseren tegen het voornemen van het kabinet. 'Een dergelijk fanatisme heb ik niet eerder meegemaakt.'

Budd ruikt meer kansen en hij bewerkt álle betrokkenen. Van Cees van der Staaij (van de regeringsgetrouwe SGP), tot Tineke Huizinga-Heringa van de ChristenUnie en Mat Herben van de LPF. Herben: 'Met drie maanden erbij konden we de Britten blij maken, waarom niet? Zij zitten met de brokken als wij vertrekken.'

Budd steekt zijn tevredenheid niet onder stoelen of banken. Tegen de defensietop zegt hij: 'Ik heb een Kamermeerderheid voor vertraagd afbouwen.' Als Henk Kamp kennisneemt van de lichte euforie bij de Britse ambassadeur, ontploft hij. De voormalige belastingrechercheur uit Borculo is heel wat gewend sinds hij de wereld van de Haagse politiek heeft betreden. Maar een ambassadeur die Kamermeerderheden smeedt? Daar heeft Kamp nog nooit van gehoord. Het zit de minister al langer dwars dat Budd in zijn lobby het waarheidsgehalte van Kamps beweringen over het toekomstig zelfstandig functioneren van de Irakezen in twijfel trekt. Budd heeft het hem nooit recht in zijn gezicht gezegd,en ook dat zit Kamp dwars.

Kerstreces

Het is de eerste keer dat de term 'vertraagd afbouwen' valt. Budd kent in zijn tweede periode als diplomaat in Den Haag het klappen van de zweep. Als de Nederlanders niet verlengen, denkt Budd, dan moeten ze vertraagd afbouwen. Dan hebben de Britten hun zin en de Nederlanders ook.

Als het kerstreces teneinde loopt, komt het vergadercircuit weer op gang. De bewindslieden van de drie regeringspartijen vergaderen separaat tijdens het wekelijkse bewindsliedenoverleg. Op het ministerie van Binnenlandse Zaken komen donderdag 13 januari de D66'ers bij elkaar. Vice-premier Thom de Graaf is onvermurwbaar, maar de lobby van Budd heeft bij minister Laurens Jan Brinkhorst van Ecomische Zaken meer effect gehad. Brinkhorst geeft te kennen dat hij niet onwelwillend staat tegenover het vertraagd afbouwen.

De VVD'ers ontmoeten elkaar op het ministerie van Financiën. Vice-premier Gerrit Zalm en staatssecretaris Atzo Nicolaï, ook bewerkt door Budd, laten merken dat ze vertraagd afbouwen een optie vinden om over na te denken. Kamp raadt het af en vindt na zijn argumentatie de ministers Remkes, Verdonk en Hoogervorst aan zijn zijde. Zalm realiseert zich dat de VVD'ers morgen in de ministerraad duidelijk zullen zijn in hun steun aan Kamp.

Het CDA vergadert sinds de brand op het Catshuis in de Blauwe Zaal op het ministerie van Algemene Zaken. De stemming is vóór een langer verblijf. Balkenende wil dat alleen als álle coalitiepartners het eens zijn. Als D66 tegen is, dan is blijven voor hem geen optie.

Sommige christen-democraten koesteren hoop, want ze weten dat Brinkhorst neigt naar een langer verblijf en ook Zalm lijkt niet afkerig. Ze spreken onderling af dat ze morgen in de ministerraad in algemene termen over een langer verblijf zullen spreken, maar forceren geen besluit. Een CDA-bewindspersoon: 'We wilden Kamp de tijd geven om zijn draai te maken en hem uit te laten zoeken of het technisch mogelijk was.'

Vrijdagochtend 14 januari komt in de Trêveszaal het agendapunt SFIR aan de orde. Balkenende geeft Bot en Kamp het woord. Bot: 'Ik moet in mijn positie van minister van Buitenlandse Zaken melding maken van het feit dat de Britten en de Amerikanen enige druk uitoefenen om langer te blijven. Als wij vertrekken, komt dat ten laste van de Britten. Zou er niet iets te doen zijn in de sfeer van vertraagd afbouwen?'

Bot kijkt naar zijn collega Kamp. Hij slaat zijn oranje-paars gekleurde notitieboekje open en zet zijn microfoon aan. Rustig maar dwingend zegt hij: 'Als we langer blijven, dan moet de huidige groep militairen vier tot zes weken langer in Irak zijn. Die mensen zitten daar al vier maanden. Er zitten mannen bij, die in Irak vader zijn geworden. Dat past niet bij zorgvuldig omgaan met personeel. Bovendien wijs ik erop dat er geen onvoorziene omstandigheden zijn. We maken ons kwetsbaar als we zonder goede reden afwijken van een eerder genomen besluit.'

Kamp beklaagt zich over de door hem als grof ervaren lobby van Budd. De minister krijgt bijval van collega's, ook uit andere partijen. Zo is minister Hans Hoogervorst van Volksgezondheid opgezocht door Budd. De Graaf eveneens, en hij was not amused. Kamp belooft de overige ministers evenwel te laten uitzoeken of het militair-technisch haalbaar is langer te blijven.

Dan wordt er een rondje gemaakt. De VVD-ministers Zalm, Dekker, Hoogervorst en Remkes steunen Kamp, evenals de D66'ers De Graaf en Brinkhorst. De CDA-ministers Bot, Van Ardenne en De Geus zijn voor vertraagd afbouwen, Maria van der Hoeven is tegen. Donner en Veerman wachten het technische onderzoek van Kamp af. Balkenende stelt voor dat hij maandag met de twee meest betrokken collega's zal praten.

Jonge vaders

Terugkijkend zegt een minister: 'Kamp had onzinargumenten met zijn jonge vaders. Hij wilde gewoon niet.' Na afloop van de ministerraad zegt Bot dat er destijds een kabinetsbesluit is genomen om te vertrekken en dat er geen nieuwe inzichten zijn. Op zijn wekelijkse persconferentie stelt Balkenende dat de kabinetslijn helder is.

Om hoffelijkheid te tonen jegens de Britten zegt Balkenende ook: 'Het kabinet heeft tot taak om niet voorbij te gaan aan bewegingen in de Tweede Kamer en in het internationaal debat.' Kamp is niet ontevreden over de ministerraad. Terug op zijn ministerie, is het overwegende sentiment: we gaan weg uit Irak. Chef defensiestaf Dick Berlijn zoekt nog wel uit wat voor implicaties langer blijven heeft.

Toch wordt Kamp overvallen door Bot, die er kennelijk nog eens een nachtje over geslapen heeft als hij op zaterdag 15 januari de Volkskrant te woord staat op een nieuwjaarsbijeenkomst van zijn partij. Bot schetst het scenario van vertraagde afbouw, van 1400 naar 650 naar 200 man. Iedereen moet per eind juni weg zijn. Bot: 'Door 1400 man weg te halen, creëeren we in zuidelijk Irak een vacuüm dat de Britten moeten opvullen.'

Het bericht bereikt Kamp, die vindt dat Bot hier wel heel ver gaat, zeker na de stand van zaken in de ministerraad. Kamp zoekt geen contact met Balkenende en Bot. Budd en Bot kunnen hoog of laag springen: Kamp heeft de ministers van de VVD en D66 achter zich staan. Toch voelt hij zich in het defensief gedrongen.

Maandagochtend 17 januari moet Bot eerst herroepen wat die ochtend in de krant staat. 'Ik heb niet gezegd dat ik zelf een voorstander ben van verlenging. Maar ik heb gewezen op de internationale tendensen om te zien of Nederland langer kan blijven.'

Kamp voelt dat het een gelopen race is. De minister van Defensie zegt dat vertraagd afbouwen geen optie is, want daar wordt het slinkende deel achterblijvers kwetsbaar door. 'Vier maanden langer blijven tot 15 juli kan wel, maar levert problemen op. We moeten een bataljon uit de NRF (voor de snel inzetbare eenheden red.) trekken en kunnen dan de beloofde 4900 man aan de NAVO niet leveren. Dat bataljon moet worden omgebouwd voor Irak. We hebben geen Apache-helikopters meer voor de ondersteuning in Irak.'

Kamp herhaalt nog eens dat er geen onvoorziene omstandigheden zijn om terug te komen op het eerdere besluit. Balkenende en Bot leggen zich neer bij de kaarsrechte lijn van Kamp.

Hoe brengen we dat naar buiten, is dan alleen nog de vraag. Zo snel mogelijk, want de mensen in Irak en hun familie in Nederland moeten weten waar ze aan toe zijn. Om ieder misverstand uit te sluiten doen ze het met zijn drieën. Kamp heeft als enige zijn jas al aan, als de camera's draaien. Balkenende: 'Het is interessant om journalistiek soms tegenstellingen aan te wakkeren. Maar we hebben afgelopen vrijdag en vanochtend in goed overleg gezegd: we komen niet tot andere conclusies.'

Kamp beent tevreden in de richting van zijn departement het Haagse Plein over. Daar zegt hij: 'Het is óns land en wij nemen hier de besluiten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden