Een herfstig sprookje met wat vreemde woorden

Jeanne Prisser bericht over wat zich afspeelt in de voorhoede van de beeldende kunst. Deze week: een herfstig sprookje met wat vreemde woorden in Twente en kijken als een wietgebruiker naar een lavalamp in Rotterdam.

Arcadia in Diepenheim. Beeld Johannes Schwartz

Diepenheim, 1 november

Ik val voor één keer met de deur in huis. Een urgente kwestie: hoe pakt men het inburgeren eigenlijk aan? Het schijnt te beginnen met het spreken van de taal. Dat is de Amsterdamse curatoren Hanne Hagenaars en Heske ten Cate in elk geval gelukt in het Twentse Diepenheim. Zij mengen zonder blikken of blozen woorden als 'Wawollie' en 'Wozoco' in hun zinnen. Ik stond erbij en keek ernaar. Ze leidden me rond in hun tentoonstelling Arcadia, die ze voor kunstvereniging Diepenheim samenstelden over 'folklore, natuur en de buren'. Hun verhalen moest ik soms onderbreken met 'Wawattes?'

Dus, voor de niet-ingewijden: Wawollie is een grote tweedehandswinkel vlakbij, waarin alles op kleur gesorteerd staat. De kunstenaar Crystal Z. Campbell haalde bij de Wawollie vazen en potjes die ze met gips bewerkte tot ze archeologische vondsten uit een vergeten beschaving leken. Wozoco is de woonzorgcoöperatie. Hier raakte Abner Preis in de ban van de sokkenpoppetjes die de bejaarden tijdens de 'dagrecreatie' knutselen. Hij organiseerde een optocht van de Wozoco naar de kunstvereniging. Preis liep als een sjamaan voorop, de oude dames in rolstoelen erachteraan.

Terwijl we door het stadje liepen, kunst bewonderend bij de slager, op straat en in het 'Drawing Centre', vertelden de dames over de cultuurclashes. Zo was er die keer dat Ten Cate werd gevraagd of ze 'daar nog een maillot onder aan ging doen'. Ze wist wat haar te doen stond. En iedereen was steeds zo aardig en beleefd, vergeleken met de grote stad. Het maakte de tentoonstellingsmakers nieuwsgierig naar hoe het er bij de Diepenheimers 'van binnen' uitzag.

Een logische vraag, want stap twee in het inburgeren is: doordringen in de lokale gemeenschap. Fotograaf Johannes Schwartz bracht een bezoek aan de vergeten buren in het 'Polenhotel', waarin Slowaakse arbeiders en truckers verblijven. Er is namelijk nog zo'n typisch woord dat bij deze tentoonstelling hoort: het Twentse 'noaberschap' (nabuurschap). Goeie buren zijn, wat houdt dat in? Binnenkijken, aanschuiven en mee-eten. Schwartz bracht het in de praktijk bij de Diepenheimse Poolse Slowaken. Diepenheimers zetten hier, naar het schijnt, geen voet over de drempel, want het nabuurschap kent grenzen.

Een scherp randje in de prachtige tentoonstelling die verder vooral het stadje viert in al zijn dorpsheid. De harmonie, de schutterij, de kastelen, genoeg ingrediënten voor een herfstig sprookje met wat vreemde woorden erin.

*INFO*

Arcadia, folkore, natuur en de buren Kunstvereniging, Diepenheim, t/m 22/11

Rotterdam, 4 november

Na diepte-onderzoek heeft een mens behoefte aan oppervlakte; dit mens in elk geval. Als men zich al op maillotniveau met mij zou bemoeien, dan zou ik wel weten dat het tijd was om mij terug- en weer verder te trekken. En Dieu merci, die keuze heb ik.

Oppervlakte, wat zeg ik: een overdaad aan oppervlakte strekte zich voor mij uit in TENT, Rotterdam. Hier hoefde ik niet te spreken, noch te willen doordringen, doorgronden of inburgeren, ik hoefde niet eens ná te denken. Nee, kijken en ervaren moest ik, met al mijn zintuigen. Die zijn trouwens bezig aan een stevige opmars in de kunsten, maar daarover een andere keer.

In een warme, vochtige zaal keek ik naar een langwerpige bak vol zeepsop die tegen de achterwand stond. Daaruit werden, geheel automatisch en met een zacht zoevend geluid, twee vliezen van zeep opgetrokken in schermen ter grootte van Bonnetterie-etalageruiten.

Een 'oooooooh' ontsnapte mij. Even zag ik mijzelf weerspiegeld in twee dunne, trillende, half doorzichtige spiegels waarin de meest ongelooflijke kleuren door elkaar krioelden. Toen knapten ze kort na elkaar uiteen. Het mechaniek zakte weer omlaag en hup, daar kwam een volgend vlies.

Liquid Solid van Nicky Assmann i.s.m. Joris Strijbos. Beeld Nicky Assmann

Mijn mond hing nog steeds open, zag ik. Zachtjes blies ik naar het scherm, dat majestueus in- en uitgolfde, alvorens weer uit elkaar te spatten. Een volgend exemplaar bleef onwaarschijnlijk lang intact, trillend en soeverein, en ik nam mij voor geen vin te verroeren; eens kijken wie het het langst ging uithouden.

Maar toen stapten er twee kordate leeftijdgenotes de ruimte binnen, zegen naast mij neer en zuchtten 'ooooooooh'. 'Pats' zei het sop.

Nicky Assmann had dit fraais gemaakt, de installatie Solace. Een ander, nieuw werk (i.s.m. Joris Strijbos) was de korte film Liquid Solid, gemaakt over het bevriezen van zeep, en ook daarnaar heb ik gebiologeerd (doe die mond nu maar dicht) zitten kijken, als een wietgebruiker naar een lavalamp. Weer die kleuren, en een traag woelend verzet van vloeistof tegen de overgang naar een vaste staat.

Maar goed. Ik kan dit stukje niet vullen met nog meer 'ooooooh'. Het was allemaal uitzonderlijk mooi. Maar is de oppervlakte genoeg?, was de onmogelijke vraag die restte. Misschien moest ik afleren altijd maar dieper te willen graven. Ik ging naar huis, zeemde de ramen van binnen en van buiten en wachtte af wat komen ging.

*INFO*

Nicky Assmann - Radiant TENT, Rotterdam, t/m 10/1

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden