Een helende somnambule

VOOR NEDERLAND begint het verhaal op 28 januari 1791. Op die dag werd de psychiatrische patiënte Batje van Nout door de regenten van het Rotterdamse burgerweeshuis ter behandeling overgedragen aan een gewezen officier uit het Franse leger, een zekere kapitein De Niphond....

René Bosch

Batje van Nout, die onder meer leed aan regelmatige stuiptrekkingen en een overgevoeligheid voor geluid, heette een hopeloos geval te zijn en leek een geschikte proefpersoon. De Niphond genas haar en won daarmee een aantal Rotterdamse artsen en andere notabelen voor de theorie en praktijk van wat ook wel de 'magnetische slaap door Mesmeriaansche betasting' werd genoemd.

Een van die notabelen beschreef wat er precies gebeurde. Batje van Nout werd tweemaal per dag door aanrakingen van De Niphond in een onbewuste toestand, de zogenaamde 'somnambule slaap', gebracht en begon daarbij een paar bijzondere kenmerken te vertonen. Niet alleen verdwenen binnen een paar weken haar voornaamste ziekteverschijnselen, maar de patiënte ontwikkelde ook het vermogen om in trance over het binnenste van haar lichaam te vertellen en zichzelf te diagnostiseren. Het meest spectaculaire was dat deze medische helderziendheid zich niet beperkte tot haar eigen lichaam, maar dat de 'somnambule' ook in staat bleek om bij andere patiënten, zowel mensen als dieren, de lichamelijke functies en een gepaste kuur te beschrijven. Aan de hand van geprevelde aanwijzingen van de slaapwandelende Van Nout genas De Niphond onder meer zijn zieke paard.

In zijn lijvige proefschrift De magnetische geest - Het dierlijk magnetisme 1770-1830 beschrijft Joost Vijselaar de fasen waarin de therapie in Frankrijk, Duitsland, Engeland en Nederland in zwang raakte en weer ten onder ging, en welke wetenschappelijke en sociale ontwikkelingen daaraan debet waren.

De 'magnetische slaap' was de ontdekking van de markies De Puységur, die weer voortbouwde op de theorieën van de Duitse arts Franz Anton Mesmer. Mesmer veronderstelde dat het universum doortrokken is van een onzichtbaar en onweegbaar 'fluïdum', een etherische substantie die zich onder andere laat kennen door magnetische verschijnselen. De stromingen van dit fluïdum zouden invloed uitoefenen op al het organische, of 'dierlijke' leven, met inbegrip van de mens, die er vooral via de zenuwen mee in contact stond. Veel onduidelijke ziekten kwamen voort uit een verstoring van de 'dierlijk-magnetische' huishouding en konden daarom worden genezen middels aanraking door een magneet of door iemand met de juiste magnetische kracht.

Mesmer en zijn discipelen hadden die gave. Hun aanrakingen brachten bij patiënten heftige lichamelijke reacties teweeg, die het begin van het herstel zouden markeren.

De magnetische praktijk volgens Mesmer beleefde vooral in Frankrijk een periode van grote populariteit. Maar daaraan kwam ook weer snel een einde, deels doordat de Franse revolutie de magnetische cliëntèle wegvaagde, deels doordat de samenstelling van die cliëntèle de sceptici in de kaart speelde. Het waren vooral zenuwzwakke dames die zich Mesmeriaans lieten betasten en de 'crises' die zij beleefden, konden gemakkelijk worden begrepen als voorbeelden van de hysterie waarvoor zulke dames toch al bekendstonden. Het extatische gehijg van sommigen onder hen was op een andere manier verdacht.

Die bezwaren golden minder voor de methode van Puységur, die zijn patiënten niet in drukke vervoering, maar juist in een toestand van serene dromerigheid bracht. Deze nieuwe gesteltenis, waaraan later de naam hypnose zou worden gegeven, ging bij sommige patiënten gepaard met visioenen van de eigen ingewanden en een onverwachte kennis van ziektebeelden en remedies. Een enkele 'somnambule' patiënt doorzag ook de kwalen van anderen met wie hij of zij een 'magnetisch' contact aanging. Puységur kon deze verschijnselen niet precies verklaren, maar ging er van uit dat de natuur aan het werk was. Wie in verbinding stond met het universele fluïdum, had een onbelemmerd inzicht in het fysieke bestaan, zo dacht hij.

Hoewel Puységur nu minder bekend is dan Mesmer, kreeg zijn versie van de dierlijk-magnetische therapie aanvankelijk de meeste navolging. De 'somnambule slaap' is tot ongeveer 1830 in verschillende landen uitgeprobeerd en besproken. De aard van de belangstelling was in ieder cultuurgebied anders, zodat ook het moment waarop het dierlijk magnetisme een groter publiek bereikte, per land verschilde, maar in hoofdlijnen tekenen zich dezelfde achtergronden af.

Zo was heel geletterd Europa aan het einde van de achttiende eeuw onder de indruk van de pas ontdekte relatie tussen zenuwen en elektriciteit. Die relatie was belangrijk, omdat juist naarstig werd gezocht naar remedies voor depressies en andere 'zenuwkwalen'. Met name onder de elites zouden die steeds vaker voorkomen. Het hiermee ontstane 'discours over zenuwen, zenuwziekte en elektriciteit', zoals Vijselaar het bij herhaling noemt, vormde de ideële bodem voor de dierlijk-magnetische therapie.

Daar bovenop kwam een toenemende belangstelling voor transcendente verschijnselen. Vrijmetselaars zochten al langer naar de goddelijke dimensie in de natuur en uit hun kringen stonden de eerste schrijvers op die beweerden dat 'magnetisch slapenden' met hogere waarheden in aanraking kwamen. Deze esoterisch getinte belangstelling bestond overal, maar beleefde haar grootste bloei aan sommige Duitse universiteiten ten tijde van de Romantiek. Gesteund door de natuurfilosofie van Schelling en ideeën over de hoge bestemming van de menselijke geest zagen schrijvers en wetenschappers rond de universiteit van Jena in het somnambulisme een bewijs voor het bestaan van een 'wereldziel', waarmee de mens via een 'zenuwdampkring' verbonden was.

Dankzij een anti-Franse, en daarmee anti-empirische onderwijspolitiek in Pruisen, wisten een paar idealisten deze interpretatie van het magnetisme te verheffen tot een officiële, door de overheid erkende leer.

In Nederland, met haar talrijke wetenschapsamateurs en ideeën over het psychische verval van de bloem der natie, viel het dierlijk magnetisme ook in goede aarde. Toch bleef het hier lang een marginaal verschijnsel. De echte hausse kwam pas na de erkenning in Duitsland en als bijproduct van filosofische import. Gangmaker was de jurist Pieter van Ghert, een epigoon van Hegel en een liefhebber van de nieuwe Duitse literatuur. Dankzij zijn demonstraties en lezingen in de Amsterdamse sociëteit Felix Merites en de vertaling van een reeks Duitse theosofische werken waaierde de magnetische mode na 1810 uit over het land.

Uit het boek van Vijselaar blijkt voor het eerst hoe ver dat ging. Talrijke gegoede burgers wendden zich tot magnetiserende artsen. Aan de universiteit van Groningen werd serieus experimenteel onderzoek verricht en bekende auteurs als Kinker en Bilderdijk schreven wijsgerige gedichten over het fluïdum als een door God gegeven 'bezielende stof'.

Kenmerkend was de manier waarop het magnetisme in de protestantse religieuze sfeer werd getrokken. Al vanaf het eerste begin, rond 1790, presenteerden predikanten de nieuwe therapie als een vorm van gebedsgenezing en in die trant werd ook later veel over het magnetisme geschreven. De blinde piëtistische dichteres Petronella Moens beweerde in 'somnambule' staat het goddelijk licht van het hiernamaals te aanschouwen.

Na 1830 verdween het dierlijk magnetisme even snel als het gekomen was. Empirisch ingestelde geleerden hadden zich er altijd al tegen verzet en door verschillende maatschappelijke factoren kregen zij overal in Europa de overhand. Vijselaars aandacht voor die bredere factoren, zowel bij de opkomst als de ondergang van het dierlijk magnetisme, maakt De magnetische geest tot meer dan een verkenning van zo maar een doodlopende zijstraat in de wetenschapsgeschiedenis. Het boek is in zekere zin verontrustend, omdat het laat zien hoezeer de maatstaven voor wat wel en niet als wetenschappelijk 'juist' en interessant wordt ervaren, kunnen afhangen van min of meer toevallige verschuivingen op een ander niveau. Hopelijk blijven de voorwaarden waaronder dit boek als wetenschappelijk juist en interessant wordt ervaren, nog even voortbestaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden