Een heleboel Rothko's bij elkaar doen denken aan Engelse drop

Droge naald

Sommige schilderijen vind ik prettig om naar te kijken, en andere niet, daar komt mijn kennis van beeldende kunst wel zo'n beetje op neer. Het hangt natuurlijk ook van de context af: één schilderij van Rothko zegt mij niets, maar als je er een heleboel vlak naast, boven en onder elkaar zou hangen (dit valt eenvoudig te simuleren door in Google images 'Rothko' in te tikken) verkrijg je een fleurig, feestelijk geheel dat doet denken aan Engelse drop.

Daarom kom ik ook graag in musea; daar hangen vaak vrij veel schilderijen en er is haast altijd wel iets bij waar ik met plezier naar kijk. Je hebt mensen die in zo'n museum elk schilderij even lang bekijken, namelijk anderhalve minuut. Ik vraag me altijd af hoe dat zit. Vinden ze alles even mooi? Of vinden ze het oneerlijk tegenover de saaie of lelijke schilderijen om ze minder aandacht te geven?

Een paar dagen geleden was ik bij de opening van de 'Late Rembrandt'-tentoonstelling in het Rijksmuseum. Heel lang keek ik naar een familieportret dat me bijzonder goed beviel: vader, moeder en drie jonge kinderen. De kleinste zit bij de moeder op schoot en houdt haar borst vast, net als mijn kinderen het vroeger bij mij deden. Het kindje heeft een wat zwakke, pipse oogopslag en de moeder lijkt vagelijk bezorgd te kijken. Kinderen stierven toen veel en vaak, maar het wende natuurlijk nooit echt. Rembrandt zelf kreeg er vier, maar alleen zijn zoon Titus bleef leven en ook die werd maar 27.

Het oudste meisje op dat portret draagt een rieten mandje, maar wat zit erin? Zijn het bloemen? Of rode en witte bessen, zoals Lizzy Ansingh er later over schreef? Het lijken wel in cellofaan verpakte snoepjes, ook wel bekend onder de naam Celebrations, maar die bestonden toen nog niet.

Zó dicht stond ik met mijn neus op dat kostelijke schilderij, dat de suppoost al vermanend op me toegestapt kwam. Maar u weet wat het is met Rembrandt: wat van een afstand goud lijkt, of parels, of de bedeesde glimlach van een jonge bruid, of snoepjes in cellofaan, lijkt van dichtbij nergens meer op. Ja, op verf, in grove, ogenschijnlijk lukrake klodders.

Ik dacht aan Rembrandt, hoe hij honderdduizend keer achteruitlopend naar dat schilderij getuurd moet hebben, tijdens het schilderen, met dat tobberige vleeshoofd van hem. Achter mij hoorde ik een dunne vrouw met eng haar tegen een andere, helemáál enge vrouw zeggen: 'Nee, ik geef alleen om zijn etsen. Met de droge naald.'

Je bent zelf een droge naald, dacht ik toen. Maar ik zei het niet hardop.

Daar heb ik nu een beetje spijt van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.