Een hele wereld van vroeger

Archeologen hebben Australië altijd een bijzonder gebied gevonden. Immers, bestonden op andere continenten millennia geleden al uitgebreide boerengemeenschappen en rijke culturen, de oude Australiërs bleven maar jagen en verzamelen voor de kost, door alle eeuwen heen....

Dat speelde de Europeanen die het zuidelijke continent gingen koloniseren, een mooi argument in handen. Zo konden ze de aboriginals als primitief, als een minder soort mensen afschilderen, gespeend van cultuur. Mensen bovendien, die heus nog niet zo lang in Australië waren, nog maar tienduizend jaar.

De laatste decennia is dit beeld in onbruik geraakt. Dat is niet zozeer afgedwongen door politieke correctheid, als wel door deugdelijk archeologisch onderzoek.

Bijvoorbeeld de studie naar Lake Mungo, New South Wales, een belangrijke site, waar in 1968 de 25 duizend jaar oude resten werden gevonden van een gecremeerde vrouw, de oudste bewezen crematie ter wereld. En het skelet van de man dat er later werd ontdekt, is minstens dertigduizend en misschien wel zestigduizend jaar oud. De man was ritueel begraven, een teken dat ook de Australiërs van die tijd al rituelen kenden.

Kunst is er ook allang trouwens, zoals blijkt uit de geschilderde of gegraveerde geometrische figuren van minstens twintigduizend jaar geleden, die op diverse plaatsen op het continent zijn gevonden. Zij werden opgevolgd door figuratieve kunst, waaronder afbeeldingen van mensen die volgens kenners diversiteit in de samenleving laten zien.

Het verhaal over Australië is na te lezen in de Wereldatlas van de Archeologie, een dik naslagwerk dat voor minstens de helft uit illustraties bestaat. 'Australië' beslaat twee hoofdstukjes van elk twee bladzijden, éénderde van het grotere hoofdstuk over Australië en Oceanië waarmee het boek eindigt.

Wie daar al lezend is aangekomen, heeft een lange tocht achter de rug langs zo'n beetje alle grote beschavingen van de wereld, tot ongeveer het begin van de christelijke jaartelling. De beschrijving ervan, voor een groot publiek, is gemaakt met medewerking van zestien archeologen en andere deskundigen, allen afkomstig uit Engels sprekende landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.

Dat heeft niet verhinderd dat de atlas een evenwichtig geheel is geworden. Alleen al door zijn structuur weerspreekt hij de klassieke notie dat er alleen in Europa of het Midden-Oosten ontwikkelde beschavingen bestonden - daarbuiten hooguit op een paar andere plekken.

Zo is er een uitgebreid hoofdstuk over Midden-, Zuid- en Oost-Azië, dat niet alleen de voor de hand liggende civilisaties in India en China beschrijft, maar ook zulke relatief onbekende episoden als de Bronstijd in Zuidoost-Azië en de vroege rijken in Korea.

Het gedeelte over Amerika gaat niet alleen over de bekende culturen van maya's, inca's of azteken, maar ook over de bizonjagers van Noord-Amerika en de heuvelbouwers daar.

En 'Afrika' bevat naast egyptologie de oude 'zwarte' beschavingen ten zuiden van de Sahara. Overigens is het hoofdstuk over Europa en West-Azië toch het grootst, met zijn verhalen over de volkeren van het Tweestromenland, de Grieken en de Romeinen en de culturen elders in het oude Europa.

De kleine hoofstukjes in elk gedeelte zijn per stuk twee bladzijden groot. Ze worden gedomineerd door kaarten van het behandelde gebied, waarop de archeologische vindplaatsen staan en verder zijn er plaatjes van vindplaatsen of voorwerpen, met aparte tekstjes daarbij.

Tezamen vormen de hoofdstukken over de beschavingen het derde deel van de atlas. Twee kleinere delen gaan eraan vooraf, één over de evolutie naar en de verspreiding van de Homo sapiens en één over het gebruik van het vuur, het schrift en andere revoluties.

De auteurs maken, voor zover relevant, keurig melding van de onzekerheden die er in hun wetenschap bestaan. Zo beschrijven zij de twijfel bij sommige deskundigen of de Homo habilis inderdaad tot het geslacht Homo moet worden gerekend. Ook het recente vermoeden dat er misschien al 33 duizend jaar geleden mensen in Amerika rondliepen - in plaats van maximaal dertienduizend jaren her - laten ze niet ongenoemd. Dat pleit voor hun nauwkeurigheid.

Maar summier is het allemaal wel. Twee bladzijden per beschrijving van een beschaving of episode daarvan, die dikwijls vele honderden jaren omvat, dwingt tot beknoptheid. Probeer maar eens een archeologisch ongelooflijk rijke periode als het oud-Egyptische Nieuwe Rijk te beschrijven in twee pagina's, waarvan de helft uit illustraties bestaat.

De vondst van het graf van Toetanchamon in 1922 bijvoorbeeld, toch een majeure gebeurtenis in de egyptologie, kan dan alleen maar worden aangestipt.

Behalve beknopt zijn de teksten ook nogal droog en opsommerig, hijgerig soms. Hoewel toegankelijk, lijken ze niet gemaakt om ze met rode oortjes te consumeren. Dat is niet erg, mits de atlas niet wordt gehanteerd als leesboek, maar als naslagwerk, voor het onderwijs misschien of voor bij de televisie.

Al moet het dan niet over Nederland gaan, want dat land komt er bekaaid af. Er zijn wel enkele verwijzingen, zoals die naar het Bandkeramiek-volk in onder meer 'Zuid-Nederland' (zij waren de eerste Nederlandse boeren, zevenduizend jaar geleden in Zuid-Limburg) en een prehistorisch graf in Stein, maar daar blijft het zo'n beetje bij.

Geen sarcofaag uit Simpelveld (Limburg) dus, met zijn gave Romeinse reliëfs. Geen kano van Pesse (Drente) van 8500 jaar geleden in de tekst, het oudst bewaard gebleven vaartuig ter wereld. En geen Trijntje, het 7500 jaar oude skelet uit Hardinxveld-Giessendam (Zuid-Holland).

Maar goed dat er ook archeologische gidsen over Nederland zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden