Een heldere, geprofileerde boodschap loont

Aan de hand van een stelling die hij voorlegde aan kiezers, beschrijft Peter Kanne op vijf zaterdagen voor de verkiezingen de discrepanties tussen wat de partijen in hun programma’s voorstellen, wat hun kiezers willen en wat die kiezers dénken dat hun partij wil....

Marktwerking in de publieke sector heeft momenteel niet zo’n prettige bijklank. De economen Baarsma, Koopmans en Theeuwes beweerden vorige week in NRC Handelsblad zelfs dat de duivel in de Middeleeuwen een betere pers had dan marktwerking nu. Wat hen betreft ten onrechte. Of zij dat van die duivel empirisch kunnen staven, weet ik niet. Feit is dat vooral de linkse politieke partijen de maakbare samenleving helemaal hebben herontdekt en het vertrouwen in de markt tanende is.

Dat marktwerking in de publieke sector weinig populair is onder kiezers, heeft vooral te maken met beelden van ongebreidelde winsten, negatieve prijseffecten, verlies van banen en graaicultuur onder managers (bijvoorbeeld bij woningcorporaties). In de kraam- en thuiszorg gingen grote aanbieders (bijna) failliet door overnames, schaalvergroting en te lage tarieven. In de taxibranche daalden de prijzen niet maar werd het een chaos en bij TNT Post werden dit jaar 3500 werknemers ontslagen als gevolg van de liberalisering van de postmarkt. Na de bankencrisis willen velen nu een pas op de plaats maken met de marktwerking.

Vooral bij de PvdA is sprake van voortschrijdend inzicht als het gaat om de balans tussen overheid en markt. Wim Kok schudde midden jaren negentig zijn ideologische veren af en gaf openlijk toe dat het liberale gedachtengoed grote aantrekkingskracht op hem had. Dit vertaalde zich in acht neoliberale regeringsjaren. Wouter Bos probeerde die ideologische veren weer aan te plakken door in zijn Den Uyl-lezing afstand te nemen van het ongebreidelde marktdenken. Job Cohen stelde onlangs dat na het neoliberale tijdperk een zelfbewuste overheid nodig is, die de publieke zaak moet behoeden in naam van alle burgers.

De PvdA wil dus geen verdere marktwerking in de zorg en is het niet eens met de stelling: ‘Meer concurrentie tussen ziekenhuizen is nodig om te zorgen voor meer kwaliteit van de zorg in ziekenhuizen.’ Ook SP, GroenLinks en PVV willen geen concurrentie tussen ziekenhuizen. De kiezers zijn sterk verdeeld over deze stelling: een derde is het ermee eens, 39 procent niet en een kwart oordeelt neutraal. Alleen de CDA-achterban is het per saldo eens met de stelling. De kiezers van VVD, PvdA en D66 zijn het even vaak eens als oneens. Kiezers van de SP, GroenLinks en PVV zijn tegen. Kiezers van de meeste partijen weten vrij goed welke positie hun partijen innemen. Kiezers van de PvdA weten dat echter niet: 22 procent verwacht dat de PvdA het ermee eens is, 28 procent denkt van niet, 30 procent heeft geen idee.

De verwarring is begrijpelijk. In het vorige verkiezingsprogramma (2006) sprak de PvdA zich nog uit vóór marktwerking in de zorg: ‘We moeten er vooral voor zorgen dat ziekenhuizen en zorginstellingen concurreren op kwaliteit én kosten’, schreef de partij toen. Eind 2009 stemde de PvdA in met het plan van CDA-minister Klink van Volksgezondheid om ziekenhuizen meer met elkaar te laten concurreren. Nu schrijft de PvdA in haar verkiezingsprogramma: ‘Voor ons staat voorop dat niet de markt maar de overheid sturend moet zijn om publieke belangen als toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit zeker te stellen.’

Degenen die overwegen op de PvdA te stemmen hebben deze nieuwe inzichten nog niet helder voor de geest. Extra lastig is dat Job Cohen de persoon is die een heldere visie op de relatie tussen staat en markt moet overbrengen, iets wat hem minder makkelijk afgaat dan Wouter Bos.

Op andere sociaal-economische onderwerpen is de PvdA-positie duidelijker voor haar achterban. In het onderzoek waarop ik deze uitspraken baseer, heb ik 32 stellingen voorgelegd aan kiezers. Hiervan gaat de helft over sociaal-economische onderwerpen. Kiezers van PvdA en VVD weten per saldo het best waar hun partijen staan. En laten dit nu net de twee partijen zijn die deze week onze peiling aanvoeren. Van CDA, D66 en SP weten de kiezers veel minder goed wat ze precies willen. En dit zijn de partijen die dalen in de peiling. Misschien dat kiezers toch meer op inhoud afgaan dan wordt aangenomen. En dat een heldere, geprofileerde boodschap loont.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden