Een hek om de Noordoostpolder

Ze grijpen al meer dan tien jaar alle middelen aan, maar op de windmolens staat geen rem, voelen Henk Hoving en Piet Reinders.

CREIL - 'Als de overheid zich schaart achter de windmoleneigenaren en elektriciteitsbedrijven, kun je erop wachten dat overal in Nederland tegenstanders opstaan', zegt Henk Hoving aan de keukentafel van zijn boerderij in de Noordoostpolder.


'De gemeente, het waterschap en de ministeries schuiven alle bezwaren van omwonenden opzij,' vult Piet Reinders aan.


Hoving en Reinders vormen samen de ruggegraat van de antiwindmolenstichting De Rotterdamse Hoek, genoemd naar een kromming van de dijk rond de Noordoostpolder. Vanaf het land van Hoving is die goed zichtbaar.


Hun stichting strijdt al tien jaar tegen de steeds grootschaliger windmolenplannen in hun achtertuin. Geholpen door subsidies moet de Noordoostpolder over een jaar de grootste windenergieleverancier van Nederland zijn. Door stapeling van de subsidies voor innovatie en groene stroom, loopt de steun op tot 1 miljard euro.


Tienduizenden Nederlanders nemen straks de schone stroom af die in de polder is opgewekt. Het punt is, zeggen Reinders en Hoving, dat de lusten en lasten van schone energie oneerlijk worden verdeeld. Het kabinet haalt zijn doelstellingen, consumenten krijgen een goed gevoel van groene stroom - en zij zitten met de brokken en overlast door geluid, horizonvervuiling en bouwhinder.


Hoving erfde de boerderij van zijn ouders, die in 1957 met hun pasgeboren zoon naar de Noordoostpolder vertrokken. Reinders woont sinds 2000 in de polder. Zijn vrouw zocht een huis waar ze een moestuin kon beginnen en waar ze de zon het hele jaar kon zien opkomen en ondergaan. Het werd een leeggekomen boerderij aan de rechte wegen van Creil, een oase van rust, zelfs vergeleken met het Gooi waar Reinders vandaan kwam.


Nu zijn langs de oevers van het IJsselmeer 38 windmolens in aanbouw die ieder bijna 200 meter hoog worden. De betonnen funderingen zijn al gestort en waar de wintertarwe van Hoving ophoudt, begint de strook waar de dikke kabels komen te liggen die de opgewekte elektriciteit naar het hoogspanningsnet leiden.


Een hek om de Noordoostpolder, noemen de mannen de windmolens vanwege het verpeste uitzicht. Ze zijn veteranen in de windmolenproblematiek die in grote delen van het land de kop op steekt. Die zijn vooral het gevolg van de kabinetsplannen om de windmolenparken te concentreren in dungevolkte gebieden. Dat moet 'landschappelijke versnippering en verstoring' beperken.


Het lastige is dat in Nederland geen lege gebieden te vinden zijn. Dus zijn er over het hele land zo'n 150 actiegroepen opgericht die ieder voor zich strijden tegen de plannen voor het oprichten van windmolens in hun gemeente.


Landelijk krijgen de windmolens nauwelijks politieke tegenstand. De VVD ziet in windenergie een stimulans voor ondernemerschap, het CDA ondersteunt boeren met molens op hun land en de linkse partijen zijn enthousiast over de groene aspecten. De enige partij die zich tegen de windlobby heeft uitgesproken, is de PVV.


Het sterkste verzet komt van omwonenden zoals Hoving en Reinders. Hoving ondervindt dagelijks de last. Gisteren nog ontdekte hij dat de aannemer die de molens van elektriciteitskabels voorziet, zijn land over een grote strook kapot had gereden.


Hun ervaringen stemmen Reinders en Hoving somber. In de Noordoostpolder werd gesproken over compensatie voor burgers, maar daar is weinig van terechtgekomen. Ook heeft het kabinet de normen voor de geluidsoverlast verruimd.


Hoving: 'De windturbines in de Noordoostpolder zouden meer geluid maken dan mocht. Vlak voordat de Raad van State zou oordelen over onze bezwaren tegen de overtreding van de geluidsgrenzen, zijn de normen verruimd. Zo konden de windmolens er toch komen.'


Het kabinet heeft te veel haast gemaakt met het opschalen van windenergie, vinden Hoving en Reinders. 'De overheid is aangehaakt bij bestaande plannen voor windmolens. Om de lokaal levende bezwaren weg te nemen, heeft een aanjaagteam van het ministerie gekeken hoe de windparken zo snel mogelijk gerealiseerd konden worden,' zegt Hoving. 'Daarmee maak je geen vrienden. Het was beter geweest landelijk te onderzoeken waar die molens het best zouden passen, in plaats van voort te borduren op wankele lokale initiatieven.'


Alles hebben ze gedaan, zeggen Reinders en Hoving. Alle procedures hebben ze doorlopen, iedereen hebben ze benaderd, maar de molens kwamen er toch. Kennelijk, zeggen de poldermannen, gelden voor windmolens andere regels dan voor varkensflats, bedrijventerreinen en al die andere inbreuken op de spelregels voor de ruimtelijke ordening.


Ondertussen verkijken het kabinet en de elektriciteitslobby zich op de groeiende weerstand, vinden zij. 'Wij zijn niet tegen windenergie, maar tegen de manier waarop het hier is gegaan', aldus Hoving- die behalve boer ambtenaar is op het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. 'Dit beleid wekt weerstand, dat hoeft niet.'


Inmiddels zijn enkele boeren die een turbine hebben gebouwd op hun land, vertrokken uit de polder. Zij kunnen leven van de opbrengst van de elektriciteit die hun windmolen produceert, maar ze willen er niet naast wonen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden