Een heilige van niets

DE GROOTHEID van Franciscus van Assisi is dat voor hem de geest de letter was. Het is zijn tragiek geworden....

Er zit iets humoristisch, iets kinderlijks ook, in dat letterlijk nemen van opdrachten en teksten. Maar men plaatst zich ermee buiten de cultuur van overdrachtelijkheid en symbolisering die de letter vergeestelijkt en daarmee dragelijk maakt. Juist die cultuur heeft het christendom staande gehouden. Al tijdens zijn leven ontnam die cultuur Franciscus zijn letter. Hij werd de stichter en aanstichter van veel dat hij in zijn concreetheid nooit had bedoeld. Dat is zijn tragiek geweest.

Een monument van die tragiek is de dubbele kerk die boven zijn graf werd gebouwd. Aan de aardbeving, die hij zonder twijfel 'zuster schok' had genoemd en die het kerkgebouw deed scheuren, moet hij plezier hebben beleefd.

Nadat de Franse historicus Jacques Le Goff in een magistrale studie, La naissance du Purgatoire, het vagevuur in tijd en ruimte had gelokaliseerd, publiceerde hij vijf jaar geleden (na een werktijd van vijftien jaar) de biografie van de Franse koning Lodewijk de Heilige, Saint Louis, die hij na negenhonderd pagina's besluit met de even wanhopige als schittrende zin: 'Ten slotte, heeft Lodewijk de Heilige bestaan?' Ook de historicus lijkt machteloos tegenover de mythen en gevoelens waarin een grote figuur uit het verleden is opgegaan.

Twee jaar geleden koos hij opnieuw voor het leven van een heilige, van wie je je ook kunt afvragen of hij wel bestaan heeft (hij is in de macht van de idylle, van de heilige vertekening, van de mythe ook): Franciscus van Assisi. Het omslag van de Franse uitgave lijkt al bij voorbaat Franciscus tot verliezer te maken (voor het omslag van Saint Louis geldt hetzelfde): in kapitale letters staat daar Le Goff, als betrof het een instituut of de historische wetenschap op zich; daaronder in kleinere letters 'Saint François d'Assise', die hier echt de minderbroeder wordt. Met een bescheidener beletterd omslag is het boek nu in het Nederlands verschenen, Sint-Franciscus van Assisi.

Het boek is een verzameling studies die eerder elders verschenen. Men zou de meeste stukken kunnen beschouwen als voorstudies van een biografie (die Le Goff dus nooit zal schrijven). Naar eigen zeggen wordt hij al een halve eeuw door Franciscus gefascineerd: als historische figuur op het breukvlak van twee eeuwen, de twaalfde en de dertiende, en als mens, met tegenstrijdige karaktertrekken. De overweldiging door de charme en het charisma van Franciscus wordt hier wat impliciet uitgesproken. Van elke lyrische bewogenheid houdt hij zich in zijn studies ver. Hij werkt als historicus die poogt achter de fictie (en daartoe kunnen ook de voornaamste middeleeuwse vitae van de heiligen, van Thomas van Celano en de 'officiële' van Bonaventura, worden gerekend) de feiten tevoorschijn te halen.

Dat pogen mislukt voor een deel; met wat er is overgeleverd kan de moderne historicus vaak niet veel beginnen. Le Goff heeft niet, als Helene Nolthenius in Een man uit het dal van Spoleto, de archieven van Assisi geraadpleegd. Daarin neemt het optreden van Franciscus slechts een heel minimale plaats in, naast de talrijke burenruzies en vechtpartijen. De werkelijkheid moet kleiner, zeker anders zijn geweest dan de verdichte - theologisch, hagiografisch, partijdig - overlevering.

Le Goff geeft een heel goed beeld van die brekende tijd waarin Franciscus' leefde, maar of het middelpunt van zijn boek in die historische schets scherp zichtbaar wordt, is een vraag. Hoe weinig er zeker is, hoeveel vragen er blijven, bewijst de studie 'Op zoek naar de ware Franciscus'. De levensbeschrijvingen bewijzen het: de man van de letter wordt gemodelleerd naar de - partijdige - idealen van zijn verschillende volgelingen.

Le Goff laat dat heel goed zien. Voor de evangelische modelleringen, die ook zijn gestalte hebben bepaald - voor de tijdgenoten was dat geschiedenis, zij logen de heilshistorische waarheid - lijkt Le Goff een minder scherp oog te hebben. Hoe sterk Franciscus van Assisi is, kan dat zeer kritische en voorzichtige hoofdstuk bewijzen: de heilige wordt, als altijd, groter dan de feiten zouden willen.

De laatste twee hoofdstukken zijn het meest technisch. Le Goff onderzoekt het vocabulaire - het sociale en het culturele - van Franciscus' geschriften en van diens dertiende-eeuwse biografen. Hoe gebruikte men bestaande woorden - met hun bestaande betekenis en context - voor de weergave van de 'nieuwe' geschiedenissen en belevingen.

De hoofdstukken zijn niet gemakkelijk. Dat is mede hiervan het gevolg dat de auteur geen taalkundige is en al vrij snel de woorden naar een gekende historische situatie interpreteert. Wat nagenoeg helemaal buiten beschouwing blijft, is de bijbelse resonantie in het gebruik van veel woorden en uitdrukkingen, waardoor wat nieuw lijkt, oud is. In de paragraaf over het huis schrijft Le Goff: 'Vooral in het begin verwachten de franciscanen niet dat de leken naar hen toekomen om hun preken te horen. Daarom gaan zij naar de leken toe, en wel naar hun verblijfplaats bij uitstek: het huis.'

Een noot verwijst naar een zin uit de regel, vertaald: 'En welk huis zij ook binnengaan, het eerste dat zij zeggen is: Er zij vrede in dit huis.' Maar dat is nagenoeg letterlijk uit het evangelie overgenomen, wat niet wordt vermeld. Wat hier nu eigenlijk wordt beweerd, en dat geldt voor meer plaatsen, weet ik niet. Er staan prachtige delen in de stukken, over de stad - de minderbroeders waren de eerste stadskloosterlingen -, de kerk, het gezin, maar veel blijft toch, helaas, bij een aanzet.

Franciscus zelf is overdrachtelijk gemaakt en dat is hij acht eeuwen gebleven. Onder die cultuur de letter van zijn leven vinden, lijkt haast onmogelijk geworden. Wat hij wilde zijn - letterlijk bijna niets - is hem niet gegund. En zijn broederschap ook niet. Hij werd opgenomen in het grote kerkbedrijf. Dan ben je verloren. Met wie het geloof letterlijk neemt, kan de kerk weinig beginnen. Om hem te houden, wordt hij een heilige. Maar die heeft niet bestaan.

De vertaling van Joris Vermeulen is soms zo onnauwkeurig dat de tekst onbegrijpelijk wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden