Affiche Duits paviljoen, Wereldtentoonstelling Parijs, 1937.

Reportage Nazi-design

Een heikele onderneming: museumdirecteur op zoek naar nazi-design in Duitse depots

Affiche Duits paviljoen, Wereldtentoonstelling Parijs, 1937. Beeld Deutsches Historisches Museum

Directeur Timo de Rijk van Design Museum Den Bosch was in Duitsland om de tentoonstelling over nazi-design voor te bereiden, die voor volgend jaar gepland staat. 

Het Whatsappje de avond voor vertrek naar München, waar Timo de Rijk en Almar Seinen research zullen doen voor hun tentoonstelling over design uit het Derde Rijk, zet de zaken meteen op scherp. ‘We willen proberen te reserveren in Hitlers favoriete restaurant. Ga je mee?’

Ja, app ik terug. Als de directeur van het Designmuseum in den Bosch zegt dat hij weliswaar geen Hitler spoorzoeker is, maar dat een etentje in Osteria Italia wellicht een extra dimensie geeft aan het driedaagse bezoek, wil je erbij zijn als hij aan tafel gaat.

Meteen daarna denk ik: wat is dit voor nazi-toerisme? De Rijk, directeur van Design Museum Den Bosch, heeft sinds de aankondiging van de voorgenomen tentoonstelling veelvuldig benadrukt hoe zorgvuldig hij te werk wil gaan. Er zijn  gesprekken gevoerd met het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en het NIOD Instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies, die waarschuwden dat zo’n tentoonstelling goed geplaatst dient de worden in de context van de gruwelen van de Holocaust. En dan ga je eten op de plek waar Adolf Hitler graag een forelletje at?

Is dat nodig om een goede tentoonstelling te maken?

De avond erna, in een ander restaurant, komt het antwoord. ‘Het geboortehuis van Hitler hoef ik niet te zien, maar de plek waar de nazi’s elkaar in de jaren twintig troffen, in dit schokkend gewone buurtje in München, waar een paar stappen naast de Osteria een SA stamkroeg zat, en Hitlers officiële fotograaf Heinrich Hoffmann een zaak had en waar Hitlers latere echtgenote Eva Braun werkte, geeft inzicht in het ontstaan en de context van het nazisme, inclusief de toevalligheden die daar bij hoorden.’

Het is 23 februari 2018 als De Rijk in een interview met de Volkskrant vertelt dat hij met gastcurator Almar Seinen een tentoonstelling wil organiseren over nazi-design. Volgens De Rijk – die voor hij museumdirecteur werd hoogleraar designgeschiedenis was aan de TU in Delft – is de tijd rijp om de swastika, de uniformen, de propagandaposters en de tijdschriften in full colour die bij de gewone Duitsers op de deurmat vielen, uit de donkere hoeken van internet te halen. ‘Als je in een museum belangrijke stromingen in de designgeschiedenis wilt laten zien’, zegt hij in het interview, ‘kun je niet met een grote boog om de jaren dertig en veertig heen lopen.’

Almar Seinen en Timo de Rijk doen onderzoek naar nazi-design in München . Beeld Alicia Pawelczak

De afgelopen acht maanden kreeg De Rijk – de antifascistenbond AFVN niet meegerekend – overwegend positieve reacties en een enkele gefronste wenkbrauw. Helemaal onverwacht was dat niet; de laatste jaren werd het taboe rond het presenteren van nazi-uitingen meer en meer doorbroken. Dat is snel gegaan: werd tegen de Amsterdamse galeriehouder Michiel van Eyck in 2013 nog aangifte gedaan omdat hij een antiquarische uitgave van Mein Kampf te koop aanbood, inmiddels zijn er in Nederland twee uitgaven van Hitlers boek verschenen. Historicus Ewoud Kieft schreef in 2017 in opdracht van het NIOD Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme. Mijn strijd, de vertaling van uitgeverij Prometheus, stond deze zomer binnen een week in de top-3 van de CPNB Bestsellerlijst.

Dit móéten we doen, dat gevoel kreeg De Rijk steeds sterker. ‘In mijn wereld is het design uit het Derde Rijk de olifant in de kamer. Het wordt niet gewaardeerd omdat het ethisch geen goed design is. Wat ik met deze tentoonstelling wil bereiken, is dat we de verwachting van wat design is, en is geweest, veranderen. Design kan een volkomen perverse bedoeling hebben, maar kunsthistorisch toch van groot belang zijn. Al is het, in geval van nazi-design, maar omdat het de naoorlogse opvatting over wat goede vormgeving is tot op vandaag heeft beïnvloed.’

Ze voelden zich gesteund door Duitse instituten, die enthousiast hun medewerking toezegden. Eerst in Berlijn, daarna volgden musea en archieven in München. Hauptstadt der Bewegung werd de hoofdstad van Beieren tussen 1935 en 1945 genoemd. Hier werd het nationaal-socialisme uitgedacht. Hier hield Hitler zijn speeches in bierkelders, hier pleegde hij een coup in 1923 en hier zetelde het hoofdkwartier van de NSDAP, de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij.

Beeld Alicia Pawelczak

In het gebouw waar de administratie van de partij was ondergebracht en waar de geallieerden direct na de oorlog begonnen met het terughalen van roofkunst, zit nu het Zentralinstitut für Künstgeschichte. De Rijk en Seinen hebben een afspraak met Christian Führmeister, een typische academicus, halverwege de vijftig, die als hij zijn bril opzet ineens iets van George Clooney krijgt.

Als onderzoeker aan het prestigieuze onderzoeksinstituut voor kunstgeschiedenis is hij de man die alles weet van nazikunst. Hij behoort tot een, in Duitsland nog steeds select, groepje kunsthistorici dat vindt dat dit werk tentoongesteld moet worden. ‘Als je objecten uit deze periode – typografie, toegepaste kunst, grafisch design – in depots laat liggen, blijft er een waas van geheimzinnigheid omheen hangen. Je kunt alleen iets leren over de betekenis van al die voorwerpen door ze te bestuderen. Je wordt echt geen nazi door ernaar te kijken.’

Gehen wir in den Keller: die zin zullen we deze dagen vaker horen. Trappen af, gangen door. De mannen maken een foto van een deur waarop nog in het kenmerkende kalligrafische lettertype staat: Kein Zugang! En is dat nog een kast waar de NSDAP-administratie werd bewaard?

In het foto-archief onder het gebouw gaat er een rilling door Almar Seinen. Voor hem ligt een fotoboek uit 1938 van de Grote Duitse Kunsttentoonstelling in het Haus der Deutsche Kunst. Noem het een historische sensatie, zegt hij: zo dicht bij de geschiedenis te zijn dat je hem kunt aanraken. Door Hitler goedgekeurde kunst – als voertuig voor het verspreiden van de nazi-ideologie – is een van de onderwerpen die in de tentoonstelling in Den Bosch aan bod zal komen. Wat zou het mooi zijn als ze de fotoboeken in bruikleen kunnen krijgen. Führmeister heeft hen net op het spoor gebracht van haarscherpe films van de opening van de eerste Grote Duitse Kunsttentoonstelling, in 1937. Hitler had München uitgeroepen tot hoofdstad van de kunsten, het Haus der Deutsche Kunst, het eerste gebouw in zijn opdracht ontworpen, was af, hier zouden de landschappen, de naakten, de soldaten in de strijd worden getoond en verkocht.

De eerste wows en moet-je-dit-eens-ziens gaan over en weer. Führmeister trekt ordners uit kasten met foto’s van gebeeldhouwde koppen van Hitler, de maarschalkstaf van Hermann Göring, een eredegen van de SS. Het is enerzijds begrijpelijk dat Seinen en De Rijk opgetogen reageren, na zo lang alleen foto’s in boeken of op internet te hebben gezien. Maar de vraag dringt zich aan het einde van de dag toch op: met hoeveel enthousiasme mag je naar deze spullen kijken? ‘Met gepast enthousiasme’, vindt De Rijk. ‘Vooral over de ontdekking.’

Entree tentoonstelling 'Deutsches Volk, Deutsche Arbeit', Berlijn 1934. Beeld Deutsches Historisches Museum

Almar Seinen heeft onrustig geslapen. Op de tweede dag van hun bezoek vertelt hij tijdens het ontbijt dat hij droomde dat twee vrienden hem achterna zaten met papieren zakjes met hakenkruizen erop.

Seinen verzamelde als jongetje militaria. Tijdens zijn studie kunstgeschiedenis volgde hij een werkgroep over architectuur tijdens het Derde Rijk. Het was 1986, in de bouwkunst vierden postmodernisme en neoclassicisme hoogtij. Zelfs van architect Albert Speer kon weer worden gezegd dat hij, voor hij nazi-bouwmeester werd, tekende in een monumentale stijl die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw en vogue was. Seinen schreef een werkstuk over de architectuur van de Reichsautobahn. De wegen waren een voorbeeld van hoe de Blut-und Boden-ideologie in vormgeving werd uitgedacht: niet zo snel mogelijk van a naar b rijden was belangrijk, maar slingerend door het prachtige Duitse landschap, met omwegen om mooie uitzichten te hebben. Alles om het volk het gevoel te geven: we zijn trots op dit land.

Het was Seinen die al een tijd rondliep met het idee voor een tentoonstelling over de vormgeving van het Derde Rijk. ‘Ik ben na mijn studie altijd over de esthetiek van de vormgeving uit die tijd blijven nadenken. Thuis heb ik een verzameling van het IJzeren Kruis, de Duitse militaire onderscheiding, in 1813 ontworpen. Ik vind dat een ontzettend mooi ding. Het heeft een strakke vorm en een sterke symboolwaarde. Maar het is zo besmet geraakt door de nazi’s dat je het niet meer kunt laten zien. Realistische kunst? Heeft ook een smet opgelopen, door het als enige goede kunst te bestempelen en de moderne kunst als entartet. Heroïsche bronzen beelden van naakte mannen, monumentale architectuur: fascistisch. En zo kan ik nog wel even doorgaan.’

‘Het zijn net jongens in een snoepwinkel.’ Dat zegt Klaus Lankheit, hoofdarchivaris van het Institut für Zeitgeschichte, later die middag. Ook hier is het vrijelijk grasduinen in het rijke archief. Daar ligt het Organizationsbuch der NSDAP, honderden bladzijden met richtlijnen en voorschriften: RAL-kleuren van vaandels en vlaggen, hoe feesten te organiseren, welke muziek te draaien, hoe het interieur van je kantoor eruit moet zien. De cover van een tijdschrift, Der Untermensch in rode letters over het gezicht van een kaalgeschoren, dikke twintiger met een stoppelbaard. Een foto van een blonde officier met hoekige kaken. Leitheft der Reichsführer, een periodiek voor SS-officieren, zwarte cover, witte letters, de ss’en als bliksemtekens erboven.

‘Huiveringwekkend,’ zegt Timo de Rijk over die cover. ‘Maar ook mooi.’

Dat het makkelijk scoren is met nazi’s, hoort Seinen regelmatig van collega’s uit de museumwereld. Publiciteit verzekerd. ‘Alsof het ons om scoren te doen is.’ Voorlopig, vindt hij, leggen ze hun hoofd op het hakblok. Het gaat hun er niet om dat ze materiaal durven te laten zien dat anderen in kelders laten liggen. Ze willen behalve de vormgeving van de terreur ook de verleiding van het design blootleggen. Hoe kreeg Hitler zijn volk zo ver om een nieuwe oorlog te beginnen? De Rijk: ‘In de naoorlogse geschiedschrijving voert, terecht, de gruwelijkheid en de perversiteit van het naziregime de boventoon, maar in 1933 was de verleiding om achter de beweging aan te lopen heel groot. Mijn stelling is dat de vormgeving uit de periode tussen 1933 en 1945 sterk heeft bijgedragen aan de snelle verspreiding van de nazi-ideologie. Dat wil ik onderzoeken.’

Seinen: ‘Duitsland had de Eerste Wereldoorlog verloren en werd door de geallieerden gedwongen tot herstelbetalingen die het land in een diepe crisis stortten. En hier stond een leider op die werkgelegenheid schiep en zei: we staan met Duitsland aan het begin van een Duizendjarig Rijk. Omdat Timo en ik kunsthistorici zijn, kijken we naar hoe de nazi-ideologie in de kunst en de toegepaste kunst is uitgewerkt. En dan zie je dat dit op elk denkbaar niveau is gebeurd.’

Hij scrolt door zijn telefoon om plaatjes te laten zien. ‘Schrik niet’, zegt hij, ‘er staan nogal wat hakenkruizen tussen.’

Beeld Alicia Pawelczak

Even daarvoor had hij, lopend door het oude stadscentrum, gewezen op het logo van messenfabrikant Zwilling: een grafische voorstelling van twee witte mannetjes in een rood vierkant. Van de ontwerper, de graficus Wilhelm Deffke, bestaat een catalogus uit 1917 met logo’s die hij voor bedrijven ontwierp. Het hakenkruis staat er ook tussen; Deffke stroomlijnde het oude Germaanse teken tot een robuust, minimalistisch zwart kruis. ‘Ik probeer hier in München bewijs te vinden voor de theorie dat Hitler Deffkes ontwerp heeft gezien en het heeft doorontwikkeld tot het logo van de NSDAP.’

Zoals voor elke tentoonstelling die hij maakt, duikt hij ook hier diep in de materie. Thuis hangt al maanden een hakenkruis aan de muur.

Of hij daarmee niet te ver gaat? ‘Als je de verleiding wil blootleggen, wil ik weten hoe lang ik dat beeld, dat staat voor het grootste kwaad, kan verdragen. Gaat het vervelen? Ga ik manco’s zien?’

En?

‘Ik wacht tot ik het zat ben. Maar het trekt nog steeds mijn oog. Daar schrik ik van: waarom is het juist dit ding dat zo goed werkt?’

Het is, zegt De Rijk, het allermoeilijkste van deze tentoonstelling: ‘In een kunstmuseum laat je zien wat je mooi vindt en waar je achter staat. Wij moeten het publiek erop voorbereiden dat ze iets te zien krijgen dat ethisch niet is goedgekeurd. Tegelijkertijd willen we ook het mechanisme van verleiding laten zien. Eigenlijk wil ik dat bezoekers het museum uitlopen en denken: als ik, in die crisisjaren dertig, jarenlang op straat, thuis, op mijn werk, op de radio, in het museum, was omgeven door propaganda, als ik de vlaggen en de fanfare en de uniformen en de massabijeenkomsten had meegemaakt, dan was ik er misschien ook achteraan gelopen.’

Volksempfänger VE301, ontworpen door Walter Maria Kersting en Otto Griessing, in productie genomen in 1933. Beeld Deutsches Historisches Museum

Het team van Nieuwsuur, ook mee om verslag te doen van het bezoek aan München, heeft een idee. Ze hebben een foto gevonden uit 1937. Daarop staat Hitler in de hal van het Haus der Kunst. Willen De Rijk en Seinen op dezelfde plek gaan staan? Dan kunnen ze de twee beelden, van toen en nu, in elkaar laten overvloeien.

Zou Christian Führhrmeister hierop hebben gedoeld, toen hij op de eerste dag van het bezoek zei dat het maken van de tentoonstelling misschien wel interessanter is dan de tentoonstelling zelf? Het dunne koord waarop je balanceert als je aan een zo explosief onderwerp werkt? ‘Het was balorigheid van ons om eraan mee te doen’, zal De Rijk later zeggen. ‘Misplaatst omdat het over een onderwerp gaat dat geen balorigheid verdraagt.’

In de catalogus van de Grosse Deutsche Kunstausstellung van 1937, uitgestald op een tafel in het depot onder het Haus der Kunst, zit een rood velletje papier. Daarop wordt de tentoonstelling van Entartete Kunst aangekondigd, waarin de nazi’s wilden tonen welke kunst verdorven, ‘ontaard’ was.

De tekst begint met een rijtje kwalificaties. ‘Gemarteld canvas. Morbide fantasten. Geestesziek uitschot.’ In een korte inleiding wordt de bezoeker van het museum verwezen naar een paar straten verderop, waar werk hangt van ‘door Joodse klieken en literatoren geprezen producenten van ‘kunst’ waaraan de overheid in het verleden miljoenen aan belastinggeld heeft gespendeerd, terwijl Duitse kunstenaars van de honger omkwamen.’

Het Haus der Kunst is een belangrijke locatie voor De Rijk en Seinen. Hier hopen ze een originele maquette te vinden van het gebouw dat door architect Paul Ludwig Troost in opdracht van Hitler werd ontworpen. Neoclassicistisch qua vormgeving, hypermodern qua techniek. Voor het gebouw staat nog de vlaggenstok waaraan de NSDAP-vlag werd gehesen. Het plafond van de overkapping is versierd met een mozaïek van hakenkruisen.

Het Haus der Kunst is een perfect voorbeeld van hoe de nazi’s de verleiding inzetten. Verklaar München tot hoofdstad van de kunst. Bouw, in vier jaar tijd, een museum met een oppervlakte van zesduizend vierkante meter. Maak duidelijk dat hier kunst te zien is die de Duitse waarden vertegenwoordigt. Zet zo de Duitse kunstwereld in voor propagandistische doeleinden. Zeg tegen de inwoners van de stad: het museum is niet alleen voor de elite, jullie zijn allemaal welkom. Richt een restaurant in, maak een groot terras, organiseer dansavonden, laat het personeel alleen Engels spreken. Laat zien: moderne tijden breken aan. En bestempel daarnaast – ook al lijkt dat tegenstrijdig met de nagestreefde moderniteit – abstracte en expressionistische kunst als verdorven. Maak dan meteen een flutfoldertje voor een tentoonstelling van die kunst dat afsteekt tegen de catalogi van de kunsttentoonstelling van het museum. En hang de werken aan een paar armoeiige schotten – om het contrast met de witte wanden van het museum te benadrukken.

Beeld Alicia Pawelczak

De maquette die de heren zoeken is vernietigd, zegt curator Sabine Brantl maar meteen, als ze ons in de depots rondleidt. Maar onder dekens en lakens en bubbeltjesplastic komt van alles tevoorschijn wat ook interessant kan zijn om in Den Bosch te laten zien. Bronzen bewegwijzering van de hand van Troost, geïnspireerd op Bauhaus, originele lampen uit de hal, stoelen uit het restaurant, schoenendozen vol deurklinken, garderoberekken.

Brantl organiseert zelf tentoonstellingen over het verleden van het museum. Spannender dan een SS-uniform of een hakenkruis te laten zien, zegt ze, is het om te tonen hoe het dagelijks leven van de Duitsers werd vormgegeven. ‘Het roept onmiddellijk de vraag op: wanneer is iets nazidesign? Als het in opdracht van het regime is gemaakt? Als er een hakenkruis op staat?’

Het is een variant van de vragen die deze dagen worden opgeworpen. Is de Volkswagen Kever een fascistische auto? En waarom zijn we er dan na de oorlog in blijven rijden? De razendsnelle Mercedes die op de Wereldtentoonstelling van 1937 werd gepresenteerd, als bewijs van de moderniteit van Duitsland: is die fout? Is een stoel de duivel?

Ludwig Hohlwein, 'Winterhilfswerk', affiche uit 1933 Beeld Münchner Stadtmuseum

‘Alles wat in opdracht van de nazi’s is gemaakt en ideologisch is gemotiveerd, is nazi-design,’ zegt De Rijk als we later, in het Stadtmuseum, affiches bekijken die tussen 1933 en 1945 zijn gemaakt. Typografie van de terreur is het, vormgeving en reclame ingezet voor een perverse ideologie. Eén poster springt eruit, van Ludwig Hohlbein, een van de grondleggers van de affichekunst. Hij heeft voor grote (Amerikaanse) reclamemerken gewerkt, maar dus ook voor Hitler. Rood, wit, zwart, een geschilderde hand laat twee munten vallen, het doet denken aan Russische propagandaposters van begin vorige eeuw. De Rijk: ‘Als er geen hakenkruis op had gestaan, had het misschien tot de iconen van de affichekunst behoord.’

Of het museum de collectie wil uitlenen, vraagt hij aan de conservator. Die knikt. Op één voorwaarde: de posters mogen niet worden ingelijst. Tonen: ja. Vereren: nooit. De Rijk had het eerder al in soortgelijke bewoordingen gezegd: ‘Bij ons valt straks niets te beleven, wel te begrijpen.’

De tentoonstelling Design van het Derde Rijk is onderdeel van het programma 75 jaar bevrijding dat de bevrijding van het zuiden van Nederland herdenkt. Tegelijk met de tentoonstelling verschijnt een gelijknamige publicatie bij uitgeverij NAi010. In samenwerking met de Vrije Universiteit in Amsterdam wordt een wetenschappelijke expertmeeting georganiseerd. De bijeenkomst richt zich op de designgeschiedenis van totalitaire staten en de manier waarop musea met het onderwerp omgaan.

De invulling van de tentoonstelling staat nog niet vast staat. Thema’s wel: Framing Hitler – hoe Adolf Hitler als almachtige en alwetende Führer wordt geportretteerd door zijn fotograaf Heinrich Hoffmann. Vormgeving van de massa, entertainment en toerisme, sport en politiek (Olympische Spelen Berlijn 1936), de culturele agenda van de nazi’s, de vormgeving van de publieke ruimte (architectuur en stadsplanning) en het moderne leger.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.