EEN HEERLIJK AVONDJE

GOD, wat was dat een heerlijke avond, vorig week woensdag. Als Rotterdammer mocht ik ervaren dat er op voetbalgebied nog iets mooiers bestaat dan Ajax zien verliezen, namelijk Ajax 1 èn Ajax 2 ten onder zien gaan....

Genoegen viel ook te beleven aan de ontzetting van progressieve scribenten die zich opwonden over de beloning voor de man die zo onbeschaamd was geweest de kloof tussen burger en politiek te verkleinen. Het grappigst vond ik echter de verkiezingsanalyse van Ruud Vreeman, die weigerde te spreken van 'een ruk naar rechts'.

De mensen die op de VVD hebben gestemd, hadden, liet hij Trouw weten, net zo goed op de PvdA kunnen stemmen. Nooit gedacht dat die Vreeman zo geestig uit de hoek kon komen.

Wat wel een beetje begint te irriteren, is het gemekker over 'populisme' en het 'inspelen op sentimenten' waaraan de liberalen hun overwinning te danken zouden hebben.

Jarenlang heeft de PvdA stemming gemaakt tegen CDA/VVD-kabinetten en geprobeerd een slaatje te slaan uit het ongenoegen over de - hoogst noodzakelijke - bezuinigingen. Was dat geen populisme?

En waarom speelt iemand die, onder verwijzing naar talloze studies, betoogt dat een fors bedrag van de ontwikkelingshulp en de Europese structuurfondsen verspild wordt, meer in op sentimenten dan de politicus die deze zakelijke kritiek uit zogenaamde solidariteitsoverwegingen verkiest te negeren?

Beseft moet overigens worden dat de liberale lente kortstondig kan zijn. Het succes van de VVD hangt momenteel sterk af van één persoon en het kiezersgedrag is grillig. In ieder geval wel structureel lijkt de aftakeling van de sociaal-democratie.

Het enige overgebleven sterke punt van de PvdA is Wim Kok, die in zijn eentje de nederlaag bij de Tweede-Kamerverkiezingen beperkt heeft (slechts twaalf zetels). In haar meest recente 'wetenschappelijke' studie, het interview-boek Regenderwijs, heeft de Wiardi Beckman Stichting geprobeerd dit laatste monument van de sociaal-democratie omver te halen door bewindslieden te laten onthullen dat Kok eigenlijk een onaangename, nurkse man is, maar veel kiezers zien in hem nog steeds een sympathieke, betrouwbare boekhouder. Arnold Koper kan wel betogen dat de PvdA niet alle kaarten op de premier moet zetten (Forum, 11 maart), maar wat is het alternatief?

Het kernprobleem voor de sociaal-democraten is dat veel minderbedeelden voor wie ze als zaakwaarnemers hebben gefungeerd, in feite nogal rechtse ideeën aanhangen. Jan met de pet stemde op de PvdA omdat de partij voor zijn belangen op leek te komen, niet omdat hij het beginselprogramma onderschreef.

Nu grote delen van de - sterk verbrokkelde - arbeidersklasse dusdanig geëmancipeerd zijn dat zij zich durven te roeren, blijken zij in hun visie op menig maatschappelijk vraagstuk sterk af te wijken van de sociaal-democratische doctorandussen in de Tweede Kamer. De sociaal-democratie, zo hebben Leonard Ornstein en Max van Weezel in hun boek De verloren erfenis aangetoond, is in zekere zin het slachtoffer van haar eigen succes geworden en vormt een zuil op drijfzand.

Onjuist lijkt dan ook de stelling dat de PvdA bij de statenverkiezingen beter had gescoord als zij haar idealen duidelijker voor het voetlicht had gebracht. Als zij, zoals Paul Kalma in zijn column 'Het loon van de angst' bepleitte, in kwesties als het immigratiebeleid gekozen had voor een opstelling à la Jan Pronk, had zij misschien meer steun van linkse intellectuelen verworven, maar niet van 'de zwakken in de samenleving'. Het loon van de moed zou een nog sterkere afkalving van de traditionele achterban zijn geweest.

Zolang zij geen alternatief voor de liberale maatschappij heeft en het imago van degelijke bestuurderspartij ontbeert, kan de ideologisch verdwaalde en verdeelde PvdA zich slechts op een electoraal voordelige wijze profileren door te hameren op het aambeeld van het inkomensbeleid, van sentimenten en belangen (halen, hebben, houden). De PvdA als Partij van de Armoede dus, die op grond van de klassieke sociaal-economische tegenstellingen uiteindelijk het paarse kabinet zal opblazen.

In 1956 vroeg Joop den Uyl zich in een essay over liberalisme en socialisme af welke nuttige rol een liberale partij nog zou kunnen vervullen in onze samenleving. De VVD zag hij als een belangengroepering van groot-werkgevers, grote boeren en middenstand. Veertig jaar later, na het uiteenvallen van de rode familie, de déconfiture van het socialisme en de perfectionering van de verzorgingsstaat, lijkt de vraag naar de bestaansgrond van een sociaal-democratische partij eerder op haar plaats.

Wat kan een PvdA die meer wil zijn dan een sympathieke, maar kleine getuigenispartij, anders doen dan zich opwerpen als belangengroep voor de achterblijvers?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden