Een heel andere vliegtuigramp

In juli 1935 verongelukte de KLM-Fokker Kwikstaart vlak na de start bij Schiphol. Zes inzittenden kwamen om. De krantenverhalen van toen en de officiële lezing wijken flink af van de gebeurtenissen die een van de redders zich herinnert....

REGELMATIG droomt Kick Pruijs (84) uit Zaandam nog over de dramatische drie minuten van de vroege zondagmorgen van 14 juli 1935. In die droom is hij weer 19 jaar en is hij met dertig andere wielrenners vlakbij Hoofddorp vertrokken voor een wielerwedstrijd, georganiseerd door de Amsterdamse vereniging Olympia. Kicks verloofde Bep staat hem bij de start na te kijken, net als zijn verzorger oom Cas, bijgenaamd 'Cas leugenaar'.

De renners hebben net de voetriempjes aangetrokken, als ze een vliegtuig zien naderen. Op zichzelf is dit niet bijzonder, Schiphol is per slot van rekening dichtbij. Wel bijzonder is dat het vliegtuig in problemen verkeert. Het vliegt extreem laag en de twee propellermotoren aan de linkervleugel draaien niet. Even later slaat het vliegtuig met zijn lamme vleugel tegen het viaduct waarover de rijksweg Amsterdam-Den Haag wordt gebouwd. Daarna draait het om zijn as en blijft doodstil liggen.

Kick Pruijs nu: 'Met drie, vier man zijn we er naartoe gerend, de rest bleef staan kijken. In onze racebroekjes en met de wielerschoentjes aan sprongen we het toestel in. Overal gegil en geschreeuw. Mensen zaten nog in de riemen. Sommigen waren volledig apathisch. ''Riemen los, doe je riem los'', riep ik. We sleurden ze gewoon uit het toestel. Een van de eerste passagiers die ik eruit haalde, was een Noorse of Zweedse dame. Ze was volledig overstuur. Verstaan deed ik haar niet, maar begrijpen wel: haar man moest nog in het vliegtuig zitten. Ze waren op huwelijksreis. Ik zei tegen mijn meisje, dat buiten stond, op de vrouw te letten en zelf ben ik teruggegaan naar het vliegtuig. Later bleek dat haar man via een andere deur naar buiten was gesprongen.'

pruijs was getuige geweest van een vliegtuigongeval dat tegenwoordig uitvoerig zou worden bestudeerd door een commissie, maar waarvan destijds de toedracht volledig werd toegeschrevan aan wat de autoriteiten en de belanghebbenden erover kwijt wilden. Die versie schuurt flink met die van Kick Pruijs.

De feiten: het was, 14 juli 1935, een routinevlucht, de reis Schiphol-Hamburg-Kopenhagen-Malmö. De Fokker F22 Kwikstaart had de dag ervoor de reis ook gemaakt en zou die zondagmorgen de route opnieuw vliegen. Vertrek van het splinternieuwe toestel stond gepland voor half tien.

Een van de passagiers die achterin het toestel zaten, was de Deense hoofdingenieur Ove Peterson van de firma Burmeister & Wain uit Kopenhagen. Peterson, die ochtend met een Fokker F36 uit Londen gekomen, moest op Schiphol overstappen voor zijn vlucht naar Kopenhagen. De meest vooraanstaande passagier in het vliegtuig zat naast Peterson. Dr. Axel Gauffin, directeur van het Nationaal Museum in Stockholm had zaterdag het 50-jarig jubileum van het Rijksmuseum bijgewoond en wilde zondagmorgen met de Kwikstaart terugkeren naar Zweden.

Zijn keuze voor het ruim 21 meter lange vliegtuig was een keuze voor luxe. De Fokker F22 was zijn tijd ver vooruit. Met een maximumsnelheid van 265 kilometer per uur en een vliegbereik van 1550 kilometer was de viermotorige hoogdekker de jongste aanwinst van de KLM-vloot. Het bijzonder geriefelijke interieur en de ruime pantry maakte het mogelijk veel aandacht te besteden aan de maaltijden die aan boord werden verstrekt. De F22 kreeg dan ook al snel de bijnaam 'vliegend restaurant'. Op de vlucht naar Malmö zou steward J. Haberer de catering voor de vijftien hoofdzakelijk buitenlandse passagiers verzorgen.

Om half tien maakte de vijfkoppige bemanning - de gezagvoerder, twee werktuigbouwkundigen, de radiotelegrafist en de steward - zich op voor vertrek. Chef-mecanicien Grosfeld van de KLM had persoonlijk de controle van de motoren voor zijn rekening genomen en na het proefdraaien het vliegtuig goedgekeurd. Het wachten was op een Junker van de Deutsche Lufthansa die voor de Kwikstaart zou vertrekken naar Berlijn.

Voor gezagvoerder Heinz Silberstein betekende de reis naar Malmö even een trip heen-en-weer. De 31-jarige Duitser had bij de KLM 2200 vlieguren gemaakt, waaronder vier reizen naar het toenmalige Nederlands-Indië. Hij stond bekend als een bekwaam en onverschrokken piloot, die zijn vak tot in de finesses beheerste.

Om 9.38 uur maakte de Kwikstaart zich los van de grond. L. Versteegh, die net een familielid op het vliegtuig naar Berlijn had gezet en nu met zijn auto bij de uitgang van Schiphol stond, zag de Kwikstaart laag overkomen. Het regelmatige geronk van de motoren werd plotseling verstoord door geplof. De Kwikstaart bleef echter op zo'n 25 meter hoogte doorvliegen.

Even verderop was opzichter Hoogendijk van de nieuwe autoweg in aanleg van Amsterdam naar Den Haag - wat nu de rijksweg A 4 is - de eerste die de ernst van de situatie inzag. Hij liep op de weg bij het viaduct en zag het toestel op zich afkomen. De twee motoren aan de linkervleugel draaiden niet meer.

Ook op Schiphol werd een paar minuten na de start de ernst van de situatie onderkend. Chef Aler van de vliegdienst van de KLM zag vlammen uit de uitlaten van de motoren komen. Het maken van een bocht zou gepaard gaan met het inleveren van vliegsnelheid en onvermijdelijk leiden tot het neerstorten van de Fokker. De Kwikstaart maakte desondanks de fatale bocht, sloeg met de linkervleugel tegen een dijk en stortte achter de dijk neer.

De Haagsche Courant had de volgende dag een interview met een van de overlevende passagiers, ir. Ove Peterson. Die zei: 'Achteraf verbaas ik mij erover, maar toch is het een feit: de passagiers verkeerden niet in een paniekstemming, er werd niet geschreeuwd en gezien de omstandigheden werd er vrij ordelijk achter elkaar uitgestapt.'

Daartegenover staat de versie van Kick Pruijs: 'De paniek was enorm. Passagiers probeerden zo snel mogelijk weg te komen. Het toestel brandde nog niet, maar aan de voorkant, bij de cockpit, rookte de boel wel. Iedereen wist dat het toestel elk moment in de fik kon vliegen.'

De Haagsche Courant (bij monde van ir. Peterson:) 'De steward was ook buiten gekomen. Doch toen hij zag dat de passagiers zijn hulp noodig hadden, klom hij weer in het toestel om de passagiers bij het uitstappen behulpzaam te zijn (...) Ik heb alle achting voor de wijze waarop de steward zijn plicht heeft gedaan. Hij wilde ook de overige leden der bemanning te hulp komen.'

pruijs: 'Nog voor het toestel tegen het viaduct was gevlogen, zagen we iemand in uniform eruit springen en wegrennen. Dat moet de steward zijn geweest, want de rest van de bemanning zat voor in de cockpit. Ik heb de steward niet meer in de buurt van de Kwikstaart gezien. Er gaat een verhaal dat hij naar een ijscokarretje is gerend en een pakje ijsjes is gaan kopen tegen de schrik.'

In de Volkskrant stond een verklaring te lezen die KLM-directeur Albert Plesman acht uur na de ramp uitgaf. 'De zes slachtoffers zijn door dr. Hulst uit Leiden, aan wie de sectie is opgedragen, in samenwerking met dr. Slotboom van de KLM geïdentificeerd. Door deze medici is tevens vastgesteld dat deze slachtoffers bij de botsing met de grond om het leven zijn gekomen.'

Heel anders is de versie van Kick Pruijs: 'Voor het raam van de cockpit zag ik het gezicht van een bemanningslid. Gezien zijn uniform moet het piloot Silberstein zijn geweest. Hij stond met de vuisten op de ruit te rammen. Ik heb gedaan wat ik kon, maar ik kreeg die deur niet open. Ik heb getrokken, getrapt, maar door de klap moet de deur zijn verwrongen. Ik zag de piloot zo wegglijden, bedwelmd door de rook. Ik kon hem niet meer helpen.

'Buiten stonden mensen te schreeuwen dat ik uit het vliegtuig moest springen. Dat heb ik gedaan. Enkele seconden later stond het toestel in lichterlaaie. De brandweer probeerde nog met een waterstraal het vuur te blussen. Maar tevergeefs. De vier bemanningsleden die nog in de cockpit zaten, zijn levend verbrand.'

Een van de redenen waarom de versie van Kick Pruijs nooit de publiciteit heeft gehaald, is dat in zijn plaats het woord in de pers werd gevoerd door zijn goed van de tongriem gesneden oom Cas Pruijs, Cas leugenaar. De jonge Kick was veeleer verlegen en naïef te noemen.

In de dagbladverslagen is steeds sprake van de wielrenner Cas Pruijs, die een heldenrol kreeg toebedeeld. De 19-jarige Kick dorst er pas vele maanden later tegen in het geweer te komen: 'Het was crisistijd en oom Cas zei dat hij zo goede sier kon maken bij zijn baas en een beter baantje zou krijgen. Hij heeft ook een onderscheiding van de KLM gekregen, vertelde hij mij. Ik heb het laten begaan. Boos werd ik pas maanden later. Oom Cas kon voor mij de pot op. Hij hoefde ook mijn verzorger bij het wielrennen niet meer te zijn. Ik wilde gewoon zo weinig mogelijk meer met die man te maken hebben. Uit woede heb ik alle krantenknipsels over de vliegramp verscheurd. Daar heb ik nog steeds enorme spijt van.'

Waarom had hij zijn oom Cas niet op diens praatjes aangesproken? pruijs: 'Dat durfde ik niet. Je moet niet vergeten, het was crisistijd. Hij was de jongere broer van mijn vader, een gewone voddenman. En bovendien, we waren niet rijk en niemand had doorgeleerd. Gelukkig wisten ze in de wielerwereld wel dat ik het was, die in het vliegtuig was geweest. Ook de hoge heren.'

Kort na de ramp kreeg pruijs een brief van de voorzitter van de Nederlandse Wielrenunie: 'Met voldoening vernam ik van uwe poging om met uwe kameraden hulp te bieden aan de omgekomen bemanning der Kwikstaart. Al werd deze poging niet met succes bekroond, ze is toch alleszins te waarderen. Ik breng u ervoor mijn oprechte hulde en warmen dank.' Was getekend: Jhr. mr. Bergh van Heemskerk.

Van de KLM heeft pruijs nooit wat gehoord, behalve ruim 45 jaar later een telegram, toen hij 65 werd: 'We wensen u vele gezonde jaren te midden van uw familie en sportvrienden toe. Directie Koninklijke Luchtvaartmaatschappij NV.'

pruijs: 'Ik heb me altijd afgevraagd of dat telegram geen geintje was van mijn wielervrienden.'

En nu? De sporen van het verleden zijn uitgewist, op de regelmatig terugkerende droom van een bejaarde ex-wielrenner na, die overigens nog steeds een paar keer per week op zijn racefiets stapt. Kick Pruijs: 'Iedereen is overleden. Ik heb de KLM wel een keer een brief geschreven, antwoord heb ik nooit gekregen. Het gaat mij niet om geld, maar ik zou het een eer vinden op mijn 84ste eindelijk weer op de plaats te staan waar ik eigenlijk hoor, namelijk als jongen van 19 die op die juli-ochtend in 1935 verschillende mensen het leven heeft gered bij een nationale vliegramp.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.