Een harde klap voor de parochie van Johan Cruijff

Ik moest meteen weer denken aan de schitterende beelden van de slagboom bij de Amsterdam Arena op die dinsdagavond: ‘Johan Cruijff.’..

De slagboom ging onmiddellijk open en daar ging hij, de Verlosser, in zijn mooie auto. De zwijnenstal zou eens flink worden uitgemest, geestverwanten zouden het voor het zeggen krijgen en Ajax zou er weer helemaal bovenop komen.

Een paar dagen later schreef ik:

‘19 februari 2008 was een dag van de wederopstanding. Volwassen mannen raakten in een staat van euforie. Hij is terug en hij gaat, met behulp van een paar discipelen, Ajax de weg naar het beloofde land wijzen.’

Ik hoop dat iedereen hier nog steeds de milde ironie in herkent. We hebben bij Cruijff de neiging om er meer van te maken dan er is, maar zijn initialen zijn toch echt alleen maar JC omdat zijn ouders hem Johannes noemden en zijn vader Cruijff heette. Ajacieden godenzonen noemen heb ik trouwens ook altijd belachelijk gevonden.

Cruijff is geen Verlosser. Nooit geweest ook. Hij is evenmin El Salvador, de bijnaam die hij in Spanje zou hebben gekregen als voetballer van Barcelona en die in de Nederlandse pers te pas en te onpas opduikt, waarschijnlijk omdat het ons met zoveel trots vervult. Dat heeft ons landje toch maar mooi voor elkaar gekregen, dat een van ons dat grote vakantieland heeft bevrijd.

Daarover deed journalist Edwin Winkels vorig jaar in zijn boek Het Barcelona-gevoel een interessante onthulling. In Spanje weet niemand dat de bijnaam van Cruijff El Salvador is.

Toen de Cruyff Foundation voor een goed doel T-shirts met een afbeelding van Cruijff en diens vermeende bijnaam probeerde te slijten, was er in Spanje geen hond in geïnteresseerd.

El Salvador, daar hadden ze nou nog nooit van gehoord. Ik vermoed dat het een verzinsel is van de sportredactie van De Telegraaf in de jaren zeventig. Dat waren handige jongens die wisten hoe je een verhaal moest verkopen. Maar om in Spanje een verlosser te worden, moet je minstens vanuit Gibraltar naar Marokko lopen.

Cruijff was een geweldige voetballer, de beste Nederlandse voetballer uit de geschiedenis en op Pelé en Maradona na de beste uit de wereldgeschiedenis. Als trainer van Ajax was hij destijds vooral origineel en moedig, maar in Barcelona vloeide alles samen: zijn talent, zijn visie, zijn creativiteit, zijn durf en zijn onafhankelijkheid.

Barcelona was een sensationeel, bijna revolutionair elftal, een lust voor het oog, maar daarna is het altijd behelpen geweest met Cruijff. Waar hij voorheen mensen in vervoering bracht, als voetballer en als trainer, riep hij steeds meer ergernis op, bij steeds meer mensen, totdat zelfs zijn protegé tot de conclusie kwam dat zijn leermeester zich buiten de werkelijkheid had geplaatst.

Liever zeg ik het niet, het kost me zelfs moeite, maar wie de wereld wil hervormen vanuit de studio van de NOS, een golfkarretje of de speelkamer van zijn kleinkinderen, verliest zijn geloofwaardigheid. Cruijff zei altijd veel, maar hij dééd nooit iets. Ja. een column dicteren aan De Telegraaf, maar dat tel ik niet mee, hoe interessant en prikkelend die stukjes soms ook zijn.

Cruijff is de Hans Wiegel van het voetbal geworden. Steeds maar weer die hoop bij de achterban, in crisistijden. Steeds maar weer die opwinding – en altijd maar weer de teleurstelling omdat de hoogdravende woorden niet worden gevolgd door daden.

Cruijff werd geen bondscoach. Hij werd geen bestuurder, voorzitter of directeur van Ajax. Hij werd adviseur zonder enige verantwoordelijkheid; het type adviseur dat zich onmiddellijk terugtrekt als hij wordt tegengesproken, als zijn visie niet wordt gedeeld of hij zijn zin niet krijgt.

‘Zoek het dan ook maar uit met z’n allen.’ Ik hoor het hem zeggen.

We hadden het kunnen weten, en we wisten het eigenlijk ook. Cruijff deed bij de NOS meteen een poging het belang van zijn eigen rol te relativeren. Dat hij zelfs niet de moeite nam het rapport van de commissie Coronel even door te bladeren, was ook een aanwijzing.

Dat hij niet eens aan zijn vrouw had verteld dat hij adviseur van Ajax was geworden – ze moest het van Frits Barend horen – was een ander teken dat aan deze luid bejubelde rentree geen weloverwogen plan ten grondslag lag.

Cruijff zou even vertellen hoe het volgens hem moet. Meer niet. Hij was toch in de buurt en had die dinsdagavond niks anders te doen. Slagboom open en daarna weer snel terug naar Barcelona. Rapportje maken, Marco, John en Rob instrueren, klaar.

In de week van de wederopstanding schreef ik ook: ‘Ik heb mijn twijfels, maar van gelovigen verlies je het in een discussie altijd. Rationele vragen – ‘Maar hóé gaat Cruijff dat dan doen, van Ajax een voetbalclub maken waar het weer hartstikke gezellig is en die elke tegenstander, ook buitenlandse, voortaan vermorzelt in een grootse en meeslepende stijl?’ – worden niet eens gesteld. Het geloof is voldoende.’

Voor zijn parochie is het een harde klap. Steeds minder mensen geloven nog in Cruijff. Ze blijven niet aan de gang.

En verder is het natuurlijk allemaal ook ontzettend grappig, deze apotheose. Voor JC zal de slagboom wel weer een tijdje dicht blijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.