Een hangslot, neerkijkend op die enorme stad

Slotje

Liefde in Stockholm is stiller dan die in Parijs en daarom veel mooier.

Een hangslotje kopen in Parijs, je naam erop zetten met een stift en dan anderhalf uur zoeken of er nog een leuk plekje is waar je het aan de brug kunt hangen - voor mij was dat hetzelfde als Tante Toos die een tattoo van een dolfijn op haar enkel laat zetten. Wat ooit romantisch en spontaan was, verandert in de klauwen van de massa in een hamburger vol natte saus.

Dacht ik. Tot vanmiddag. Ik liep met mijn vriendin al vier dagen door Stockholm. Ik kocht een T-shirt van een uil die zelf weer een T-shirt aan heeft. Typisch Zweedse humor, want dat kan helemaal niet, een uil met een T-shirt aan. De tweede dag liep ik naast een Zweedse vrouw met een kinderwagen. Ze sprak met een andere vrouw, zonder kinderwagen. Ik hoorde haar, zonder enig accent, het woord 'spoorwegmuseum' zeggen. Daar heb ik een dag lang over lopen piekeren.

Wilde ze later, als haar zoon wat groter was, met hem naar het spoorwegmuseum? Had ze haar man ontmoet in het spoorwegmuseum? Misschien was haar zoon verwekt in het spoorwegmuseum. Zij met haar rug op een stukje kunstgras, de aanstaande vader als een locomotief, etc. Zo vulden we onze dagen in Stockholm.

Mijn vriendin zei gisteravond, niet opkijkend van haar laptop: 'Lionel Richie speelt hier vanavond.' 'Die is toch van dat blinde meisje? Dat zij hem gaat zitten kleien?' vroeg ik. Ja, dat was hem. Ik ging verder. 'Die is toch van de Commodores? Met die broeken. En die schoenen. Dat je niet één keer, niet twee keer, nee mensen, wie maakt me los, drie keer een vrouw bent? Dat is toch die met die lippen, die bedoel je toch, die Lionel?' En van 'We are the world', zei mijn vriendin. 'Half acht begint hij.' 'Lekker laten beginnen', zei ik.

Maar nu komt het. Vanmiddag liepen wij langs een pad. Monteliusvägen heet het. Met uitzicht op heel Stockholm. Een heel fijn paadje, met af en toen een bankje en afgezaagde boomstammetjes waar je op kunt leunen tijdens het kijken. Halverwege troffen wij een ijzeren hek aan en - nu moet ik bijna huilen - aan dat hek hing één hangslot. Eentje. Met een hele stad erachter. Het slot was opgehangen door Jorge en Pame.

Zij hadden hun namen op het slot geverfd, met een klein hartje ernaast. En meteen was ik om. Ja, dat is prachtig, samen een hangslot ophangen om elkaar de liefde te verklaren. Als het maar in Stockholm gebeurt. In alle stilte. Neerkijkend op die enorme stad, weg van de drukte. Mijn vriendin en ik keken naar een hangslot dat liever geen publiek had. Een hangslot dat alleen wilde zijn, net als Jorge en Pame waarschijnlijk.

Zo moet het zijn gegaan. Samen in de bus, met dat slot. Hij heeft net gedaan alsof hij het sleuteltje inslikte. Ze zijn uitgestapt in de Hornsgatan. Ze zijn naar het hek gelopen. Jorge heeft Pame gewezen waar hij en zijn ouders woonden. Ze heeft langs zijn arm gekeken en ze rook zijn jas. En hem. Daarna hebben ze het slot in het hek gehangen, het samen dichtgedrukt en het sleuteltje naar beneden gegooid.

Ze zijn heel even verlegen geweest. Ze hebben elkaar onhandig omhelst. Vier dagen later kwamen wij langs. Vijfendertig jaar ouder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.