Een Hamlet met twee hoofden

Luk Perceval maakte een schitterende, rigoureuze bewerking van ‘Hamlet’ in Hamburg, Ivo van Hove regisseerde een esthetische ‘Misantroop’ in Berlijn....

Door Hein Janssen

Het zal tijd worden, dat ik met een hartelijk applaus word ontvangen. Dat zie je de Vlaamse theatermaker Luk Perceval denken als hij afgelopen zaterdag na de première van Hamlet door de gangen van het Thalia Theater in Hamburg doolt. Een beetje verrast toch door de enorme bijval waarmee het doorgaans zo kritische publiek zojuist zijn regie heeft beloond. Het applaus is langdurig en ovationeel.

Perceval zelf heeft de voorstelling niet gezien. Voor het eerst in zijn leven is hij niet aanwezig geweest bij zijn eigen première. Hij heeft in de buurt van het theater een hapje gegeten en is pas na afloop van de voorstelling teruggekeerd. Na een intensieve repetitieperiode bleek dat de zware tekst in het repetitielokaal nooit helemaal tot zijn recht kwam. Daarom moest hij nu zijn spelers los laten, vond hij, juist op de première van Hamlet, in een rigoureuze bewerking die het zwartste en somberste in de mens naar boven haalt.

Daar houdt het Duitse publiek dus van, van de totale deconstructie van een van de grootste klassieke toneelstukken uit het wereldrepertoire. Perceval houdt er trouwens ook van: eerder ging hij zo te werk in Molière waarin hij vier komedies van Molière mixte en in L. King of Pain, een exuberante bewerking van King Lear die de mens in totale aftakeling toont.

Luk Perceval is, althans als theatermaker, geen vrolijke Frans, geen levenslustige flierefluiter die lachend door het leven gaat. Zijn Hamlet is een twee uur durende hartenkreet uit de onheilspellende onderwereld van de menselijke psyche. Hamlet als een pamflet, een statement, als een laatste bericht uit het dodenrijk. Perceval en zijn bewerkers hebben Shakespeares stuk uit de traditie losgewrikt, op z’n kop gezet, binnenstebuiten gekeerd. De tekst is herschreven in harde, kale taal, de scènes zijn uitgebeend, alleen de personages zijn hetzelfde gebleven. Pas in de dood kan de mens in retrospectief terugzien op zijn daden, of het nalaten daarvan – dat is de strekking.

De belangrijkste ingreep: Hamlet wordt door twee acteurs gespeeld, die als een soort Siamese tweeling aan elkaar zijn vastgeklonken. De ene, oudere Hamlet is de onbuigzame, bedachtzame denker, de andere de roekeloze doener. Hoofd en hart, binnen-en buitenwereld, het zit er allemaal in en het illustreert de schizofrenie die in ieder mens schuilt. Moet Hamlet zijn moeder straffen die zich zo snel na zijn vaders dood in een vreemd bed verschanst? Moet hij zijn principes verloochenen omwille van de macht, of trouw zijn aan zijn vrienden? Gaat het in het leven om wraak of vergeving?

Schitterend hoe die twee Hamlets een voorstelling lang met elkaar die innerlijke strijd leveren, en soms zelfs met elkaar in dialoog gaan zoals in de ‘sein oder nicht sein’-monoloog. Gaandeweg groeien ze letterlijk uit elkaar om tenslotte in één lichaam en geest terug te keren. Dat alles in een wrede voorstelling die oogt als een rariteitenkabinet: Hamlets moeder Gertrude is een wulpse tante Pollewop, Polonius zit in een rolstoel, Laertes loopt op stelten, er zijn maar liefst vier Ophelia’s en Perceval heeft aan het eind ook een halve schoolklas op het podium staan – allemaal kinderen die wezenloos voor zich uitstaren.

Met elkaar zetten zij een stroom aan droombeelden in werking, als in een nachtmerrie. Soms levert dat hysterisch en zelfs irritant theater op. Zoals in de beroemde toneelspelersscène waarin Hamlet een rondreizend gezelschap vraagt de moord op zijn vader na te spelen, in de hoop de moordenaar te ontmaskeren. Die scène wordt gespeeld door een mallotig uitgedoste acteur die allerlei spastische bewegingen maakt terwijl hij een seksueel geladen tekst uitstoot. Ook de manier waarop de oudere Hamlet als een wezenloze zombie praat en oogt, is eerder afstotend dan dat je in hem geïnteresseerd raakt.

Dat zal ook wel de bedoeling zijn, want Perceval maakt vaker theater dat bewust wil provoceren. Maar er zijn ook angstaanjagende en aangrijpende momenten, zoals wanneer de jonge Hamlet zich losrukt en in staccato zijn smart en wanhoop uitschreeuwt. Ook de live gespeelde en smartelijk gezongen klaagliederen van Jens Thomas zijn om koud van te worden.

Het allermooist is het toneelbeeld: metershoge kledingrekken vol grauwe jassen waartussen de spelers voortdurend verdwijnen. Kleding die een levenlang dienst heeft gedaan, maar nu is afgedankt, net als het leven zelf. Traum und trauma staat er in het programmaboekje – droom en doem, waarmee deze Hamlet afdoende is samengevat.

Binnenkort komt de voorstelling naar de Stadsschouwburg in Amsterdam, in de serie internationale producties waar deze Hamlet voorbeeldig in past. Perceval is vorig seizoen in Hamburg als vast huisregisseur van het Thalia Theater begonnen nadat hij het wel gezien had bij de Schaubühne in Berlijn. Daar voelde hij zich niet gelukkig, bij het gezelschap niet en in de stad niet. In Hamburg kreeg hij niet de start die hij gedroomd had: zowel zijn voorstelling over de Kennedy-dynastie als zijn regie van Gorki’s Kinderen van de zon werden zuinigjes ontvangen. Daarom was de opluchting groot toen zijn ontregelende Hamlet zaterdag zo enthousiast onthaald werd door een zeer divers Hamburgs publiek – van uitermate chique bourgeoisie tot überhippe jongelui.

Een dag later was ook Ivo van Hove een opgelucht man. Afgelopen zondag debuteerde hij in Berlijn, bij de Schaubühne am Lehniner Platz met zijn regie van Molières De Misantroop, hier Der Menschenfeind geheten. Toneelgroep Amsterdam en de Schaubühne wisselen dit jaar hun artistiek leider uit: Thomas Ostermeier regisseert later dit seizoen Spoken van Ibsen in Amsterdam en Van Hove nu dus Molière in Berlijn. Ook het Berlijnse publiek beleefde, afgaand op het lange applaus, een fijne toneelavond met de Vlaamse gastregisseur uit Amsterdam.

‘Gelukkig geen boegeroep, wat hier af en toe toch gebruikelijk is’, zei Van Hove achteraf. Hij memoreerde dat dit Berlijnse theater voor hem toch ook een heilige plek is, vanwege de roemruchte theatergeschiedenis ervan. Of Van Hove met zijn Molière-regie in die geschiedenis wordt opgenomen, zal de toekomst uitwijzen. Maar het zal nog niet eerder zijn gebeurd dat de misantroop Alceste (hij wordt gespeeld door Lars Eidinger) tijdens een feestmaal op toneel zijn broek laat zakken en vervolgens drie dikke knakworsten in zijn kont propt. Dat alles bovendien door een cameraman gefilmd en uitvergroot op een scherm geprojecteerd. Vervolgens steekt Alceste ook nog een stokbrood door zijn gulp en spuit een fles mayonaise leeg. Het is de verbeelding van een hedonistische, in zichzelf gekeerde wereld, waarin iedereen vooral met zijn iPad bezig is.

Stevige effecten derhalve, die Van Hove en Eidinger toepassen om de miserabele gemoedstoestand van deze mensenhater te onderstrepen. Emotioneel invoelbaar wordt die haat niet, want de esthetiek speelt ook in deze Van Hove-regie de hoofdrol. Het toneelbeeld is breed uitgemeten en strak: een grijswitte muur met een videoscreen, een glimmende speelvloer, overal glazen wanden, 25 helverlichte tl-balken en een alom aanwezige cameraman – het zijn vertrouwde ingrediënten in het theater van Van Hove en zijn vaste vormgever Jan Versweyveld. In dit geval overigens volkomen op zijn plaats, omdat het de satirische komedie van Molière eigentijds maakt op een niet geforceerde manier.

Het voortreffelijke ensemble van de Schaubühne blijft in dit dwingende concept overigens sterk en autonoom overeind. Met Lars Eidinger in een fenomenale hoofdrol; hij is de man die hypocrisie bestrijdt maar geveld wordt door een onbereikbare liefde. Bruut, breekbaar, angstaanjagend soms, en tenslotte intens eenzaam.

Honesty van Billy Joel en Not ready to love van Rufus Wainwright zijn de popsongs die Van Hove in Der Menschenfeind laat klinken. Een hang naar eerlijkheid en niet klaar zijn voor de liefde – daarover gaat zijn Misantroop. Maar ook over de hardheid, ijdelheid en valse vleierij in de theaterwereld zelf, want verschillende scènes spelen zich achter in de kleedkamers af en worden live gefilmd en geprojecteerd. In de krochten van het theater wordt geroddeld, gevochten, lief gehad en gehaat – de wereld in het klein, maar dan uitvergroot.

Dat is ook wat de Hamburgse Hamlet en Berlijnse Misantroop verbindt: het is theater rechtstreeks uit de verkleedkist. Zowel de enorme hoeveelheid oude jassen van Perceval als de gestileerde vormgeving van Van Hove prikkelen op een direct theatrale manier de verbeelding. Van Hove toont dat alles in een smetteloze voorstelling, ondanks de zakken vol vuilnis die aan het eind over het podium worden uitgestort.

Liefde wordt lust in deze Misantroop, feest wordt chaos, theater wordt een kermis van ijdelheid. Dat uiteindelijk die hele artistieke rotzooi de volgende ochtend door de schoonmaakploeg van de Schaubühne weer moet worden opgeruimd, is pas echt decadent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden