Een halve eeuw na de boternacht Duitsch grondgebied zonder Duitschers

In de nacht van 31 juli op 1 augustus werd Elten in 1963 weer deel van Duitsland. Hoe is het nu in het dorp, beroemd door de botersmokkel?

ELTEN - Wollt Ihr auch Köln nicht? Die kreet werd in 1954 op het station van Elten geschilderd, uit boosheid over de bezetting van het dorp. Maar er klinkt ook spot in door over de Nederlandse expansiedrift. Kort na de Tweede Wereldoorlog bestond er een sterke lobby - ook koningin Wilhelmina was sympathisant - om Duits grondgebied tot en met het Ruhrgebied en Hamburg te annexeren ter compensatie van de schade die Nederland had geleden. Bij de fanatiekste aanhang ging dat gepaard met de wens de bevolking te deporteren: 'Het Nederlandsche volk verlangt Duitsch grondgebied zonder Duitschers.'


Dat was het plan van Frits Bakker Schut, secretaris van het Nederlands Comité voor Gebiedsuitbreiding (zie kaartje links). De regering kwam in 1946 met een bescheidener claim: 1.750 vierkante kilometer (120 duizend inwoners) inclusief wat belangrijke kolengebieden, maar ook die eis was voor de geallieerden onbespreekbaar. Uiteindelijk kreeg Nederland als voorschot op een schadevergoeding 69 vierkante kilometer - overwegend kleine grenscorrecties, plus twee dorpen: Elten (3.500 inwoners) bij Arnhem, Tüddern (5.000) bij Sittard, plus een stukje van Suderwick bij Dinxperlo. Een gebiedsuitbreiding die misschien 'met het blote oog' waar te nemen valt, spotte De Groene Amsterdammer.


De annexatie op 23 april 1949 verliep soepel, berichtte de Volkskrant. Alleen bij Delden werd de overdracht van een strookje grond verstoord door Duitse douanebeambten die hun Nederlandse collega's uitscholden voor dieven. Duitsland zette alles op alles om de gebieden terug te krijgen. Uiteindelijk kwamen de buren een bedrag van 280 miljoen mark overeen als Wiedergutmachung, maar bij punt 1 op het Nederlandse verlanglijstje, de hele Dollard, gaf Duitsland niet toe.


Op 1 augustus 1963 gaf Nederland bijna alle bezette gebieden terug, behalve de corridor van de N274, alias de 'neutrale weg' bij Roermond over Duits grondgebied. In 2002 werd die alsnog overgedragen. Natuurgebied de Duivelsberg bij Nijmegen is nog steeds Nederlands, na een lobby begin jaren zestig van natuurliefhebber en PvdA-parlementariër Marinus van der Goes van Naters.


'Ach ja, ik was jong, 19 nog maar', zegt Gerd Dörning bijna verontschuldigend over de 'verzetsdaad' die hij 63 jaar geleden pleegde tegen de Nederlanders. Samen met andere leden van de plaatselijk kegelclub kalkte hij in april 1949 de leus 'Wij willen Duits blijven' op een muur in Elten. 'We dachten dat de Hollanders ons dorp nooit meer terug zouden geven.'


Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Nederland, als voorschot op herstelbetalingen, Duits grondgebied toegewezen. Grenscorrecties - veel meer waren het niet. Daaronder was het dorp Elten, net over de grens bij Babberich. Met de wapens in de hand, de pantserwagens paraat, stormde de marechaussee op 23 april het dorp in. Van verzet was geen sprake; volgens de kranten werd alleen een 'dronkelap' die het Duitse volkslied aanhief door omstanders snel afgevoerd.


Vijftig jaar geleden, in de nacht van 31 juli op 1 augustus 1963, keerde Elten terug in de Duitse moederschoot. De marechaussee ruimde met stille trom het veld; er klonk applaus toen klokslag 12 uur een Duitse postauto de Eltener Markt op draaide. Daarna zette een colonne vrachtwagens zich in beweging. Want hoe rustig de annexatieperiode ook was verlopen, ze eindigde met een daverend eindschot dat bekend is geworden als de Boternacht van Elten, een semi-legale smokkeloperatie die de Duitse Bondsregering naar schatting tussen de 50- en 60 miljoen mark kostte.


20 ton koffie

'Ik weet het nog goed; het dorp stond vol vrachtwagens', vertelt hotelier Theodor Wanders (56). 'Weken daarvoor al schuimden handelaren het dorp af om opslagruimten, zalen, kelders en schuren te huren. Ja, voor mijn familie was dat een mooie dag. De Nederlanders waren erg strikt met de sluitingstijden in de horeca, maar die nacht viel alle regels weg.'


Dat gold ook voor de handel in levensmiddelen. Koffie, boter, varkensvlees en andere producten waren in Nederland veel goedkoper, voor een kilo boter werd in Nederland 2 gulden minder betaald. Exporteurs naar Duitsland betaalden forse importheffingen en waren gebonden aan een quotum.


Omdat te omzeilen stond Elten - net als het Limburgse Tüddern - de dag van de overdracht volgepakt met levensmiddelen, minstens 20 ton koffie en zo'n tienduizend varkens en heel veel boter, aldus de Arnhemse Courant. De jaarlijkse feestweek van de schuttersvereniging werd voortijdig afgebroken: de feestzaal was nodig als opslagplaats. Om twaalf uur 's nachts stonden die voorraden plots in Duitsland. Ondanks dreigementen vooraf - elk huishouden mocht slechts beperkte hoeveelheden koffie en boter in huis hebben - keek de Duitse douane werkeloos toe toen de colonne geparkeerde vrachtwagens zich in beweging zette.


'Rijk geworden? Nou de dorpelingen niet hoor', zegt een oudere mevrouw - ze wil niet met haar naam in de krant - die op de Zevenaarerstrasse in Elten een praatje maakt met een vriendin. 'We hadden thuis een boerderij', vertelt ze. 'De kelder was verhuurd; ik geloof dat er eieren lagen. Het geld dat we daarvoor kregen was het eerste spaargeld dat mijn ouders na de oorlog weer hadden. In Nederland kregen de boeren een vergoeding vanwege oorlogsschade; wij niet.'


Meer bedrijven hadden het moeilijk door de Nederlandse bezetting. Toch beschrijft de Duitse historicus Tim Terhorst de Nederlandse tijd als een periode van economische voorspoed voor Elten. Vooral door de groei van het toerisme. Elten - de A12/A3 was er nog niet- lag aan de doorgaande weg naar het Ruhrgebied, vlak bij het populaire Montferland. 'Veel Nederlanders wilden het nieuwe dorp wel eens bekijken.


Gouden periode

Jaarlijks kwamen er zeker tweehonderdduizend Nederlanders per bus, auto en fiets naar Elten, vooral ook voor het uitzicht van de 82 meter hoge Elterberg', aldus Terhorst. 'Je mag het best een gouden periode noemen. Oudere inwoners denken er ook overwegend met plezier aan terug.'


Volgens Terhorst was Adriaan Blaauboer, de Nederlandse landdrost, een soort burgemeester met vergaande bevoegdheden, 'een man met fingerspitzengefühl voor de wensen van de Eltenaren'. Blaauboer, naar wie een onooglijk straatje aan de rand van het dorp is vernoemd, werd vooral gewaardeerd, denkt de historicus, door zijn voortvarende aanpak van de woningnood. Nederland stak in de jaren vijftig 1,4 miljoen gulden in de bouw van sociale huurwoningen in Elten.


'Jazeker, die huizen staan er nog. In baksteen, grote ramen. Een aantal blokken rond de Zevenaarerstrasse wordt hier nog altijd Hoek van Holland genoemd', vertelt Theo van Emmerloot (73) die op de Eltener Markt in gesprek is met Gerhard Neerincx (83). Ze praten Duits maar beiden schakelen moeiteloos over op Nederlands. Van de annexatie in 1949 lagen ze niet echt wakker, vertellen ze.


'Toen de marechaussee hier binnentrok moesten veel Eltenaren stiekem een beetje lachen. Wat doen die Hollanders nou ineens gek. De onderlinge banden zijn hier in de grensstreek altijd hecht geweest, we werkten, we trouwden en we smokkelden samen. En nu ineens dat wapengekletter.' Van Emmerloot vult aan: 'In die jaren kwamen er soms Nederlandse journalisten met de gedachte, die moffen zullen wel boos zijn. Dat viel ze dan tegen, hè. Toen de Nederlanders vertrokken, waren we de enige gemeente in de wijde omgeving die niet rood stond.' Voor de dertien bezettingsjaren krijgen ze nog altijd iedere maand AOW uit Nederland overgemaakt.


Op de Eltener Markt is een groepje middelbare, wat te dikke Nederlandse mannen in fietskledij neergestreken voor Kaffee mit Kuchen bij de lokale Konditorei, om moed te verzamelen voor de klim over de Eltenerberg. Daarnaast doet de Nederlandse slijterij goede zaken. Een halve eeuw na de boternacht vormen prijsverschillen een belangrijke motor van de economie. Er wonen 1.450 Nederlanders in Elten, dat zo'n 4.800 inwoners telt, maar dagelijks komt daar nog een kolonne tank-toeristen (1,59 voor een liter euro) bij.


Toestroom

'Koffie is bij jullie nog altijd goedkoper; Nederlanders komen hier voor de Lotto, benzine en drank. En dan pakken ze ook de goedkopere boodschappen mee', vertelt Van Emmerloot. 'We hebben hier drie grote supermarkten', aldus Neerincx. 'Voor dit dorp zou eentje volstaan. Bijna tweederde van de omzet kom uit Nederland.'


Toch heeft die enorm toestroom van Nederlanders en de open grens de integratie niet bevorderd, vinden ze. Theodor Wanders valt hen bij. De geschiedenis van de hoteliersfamilie, is een voorbeeld van grensoverschrijdende liefde; zijn vader, grootvader, overgrootvader en betovergrootvader trouwden met een Nederlands meisje uit de grensstreek. 'De Nederlanders die hier nu wonen doen hun kinderen op school in Nederland. De sportverenigingen klagen steen en been. Alle busverbindingen vanuit Nederland zijn gestopt, de kinderen moeten altijd worden gebracht. Daar krijgen de ouder op een gegeven moment schoon genoeg van. Dan verhuizen ze vaak weer terug', aldus Wanders. 'Het zijn vaak mensen uit de Randstad, in ieder geval uit de grote stad, die hier een te groot huis kopen, maar geen idee hebben hoe het is om in een dorp te leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden