'Een grote stem is niet het belangrijkste'

Ze is bejubeld als 'een sweetheart met hersens', was de engel bij Messiaen én bij Joe Jackson. De New Yorkse sopraan Dawn Upshaw heet de perfecte stem voor de nieuwe eeuw te zijn....

Vijfhonderd exemplaren, dat moest de Symfonie der Klaagliederen van Henryk Gorecki wel kunnen halen, taxeerde de Amerikaanse platenmaatschappij Nonesuch. Het werden er ruim een miljoen. Gorecki, de Poolse avant-gardecomponist die zich transformeerde tot een pionier van de spirituele neoromantiek, zag zich wereldwijd gebombardeerd tot een held van de new age. Zijn Symphony of Sorrowful Songs werd het succes fou van de eigentijdse toonkunst.

Maar dat kwam ook door het geluid van Dawn Upshaw, een blanco, glashelder en kaarsrecht gefocust sopraangeluid. Als engelenzang plooide het zich over de orkestpartij ('tranquillo', 'tranquillissimo').

Het hitgehalte was nog amper tot klassiekemuziekvrienden doorgedrongen, of Dawn Upshaw was de sopraancoryfee, nu ook inderdaad als 'de Engel', in Messiaens opera St. François d'Assise, in de regie van Peter Sellars in de Salzburger Festspiele 1992.

Onder Stravinskyliefhebbers geldt Upshaws uittekening van de rol van Anne Trulove, versmade geliefde in de opera The Rake's progress, als de puurste die ooit op de plaat werd vastgelegd. James Levine en de Berliner Philharmoniker moesten en zouden haar hebben voor het lied van het kind-engeltje in Mahlers vierde symfonie, Das himmlische Leben.

In het Amsterdamse Concertgebouw was ze onder meer te horen in Schönbergs Pierrot lunaire met Reinbert de Leeuw, maar popvrienden zullen haar eerder kennen van Heaven & Hell, het album van Joe Jackson over de Zeven Doodzonden, waarin Upshaw met etherische vocalises tegenwicht biedt aan de 'Wellust', uiteraard in een nummer getiteld Angel.

En nu komt ze naar het Concertgebouw in Amsterdam om dezelfde zonde van zich af te schudden in Bachs cantate nummer 199, Mein Herze schwimmt im Blut. Rouw en boetedoening zal ze vertolken met een barokgroep onder leiding van Lucy van Dael. Maar ook met gebaar, mimiek en kostuum, in een speciaal op haar toegesneden regie van Peter Sellars.

Toegegeven, het boeket dat ik heb meegenomen komt van de benzinepomp en is van Tweede-Pinksterdagkwaliteit, maar iets heeft ze toch verdiend, toen ze zo vriendelijk was beschikbaar te wezen voor een interviewontmoeting in Finland, en te maken kreeg met onze afzegging. De nieuwe afspraak is op een logeeradres in Amsterdam-Zuid, waar we haar buiten op de stoep tegenkomen. Ze kijkt ongelovig.

'Dit is de eerste keer in mijn 42-jarige leven dat ik bloemen krijg van een verslaggever. Was dat nu echt nodig?'

Haar toon is direct, alsof ze een familielid tegenkomt op een verjaardagspartij. Ze is net gearriveerd, heeft honger en wil naar een eetcafé. Ze heeft geen zin de bloemen naar binnen te brengen en blijft er koppig mee op straat lopen.

'Mijn maag rammelt', zegt ze onverstoorbaar. Gestoken in spijkerbroek en suède jasje, oogt ze kleiner en taniger dan op het toneel en op foto's. The Diva Next Door, heet Dawn Upshaw op een 'onofficiële homepage' die wordt bijgehouden door een zekere Nick the Greek - een bewonderaar die kennelijk vertrouwd is met Stravinsky's operapersonages Nick Shadow en Baba the Turk. (Volgens een andere fan is ze 'een diva die haar eigen wc schrobt', terwijl een zekere Baba de Irakees van mening is dat ze het voorkomen heeft van 'maagdelijke jongen'.)

'Mijn hart zwemt in het bloed/terwijl het zondengebroed/mij in Gods heilige ogen tot een monster maakt', heet het in de cantate die Bach anno 1714 op papier zette. Acht sublieme deeltjes, met aria's die in tempo en uitdrukking oplopen van diep bedrukt naar opgelucht fladderend.

Die vreugde wordt overigens pas bereikt nadat de boetelinge zo verstandig is geweest 'al haar zonden' te werpen 'in de diepe wonden van de Heer'. Bachs noten zijn wat subtieler dan de woorden uit de stichtelijke bundels Gottgefälliges Kirchenopfer en Wo soll ich fliehen. Maar Upshaw heeft maling aan Europees gemeesmuil over de beeldspraken in Bachs cantate-teksten. Het dobberende hart mag pretty heavy zijn, de tekst neemt ze woord voor woord serieus, het liefst letterlijk. 'De emotionele spanwijdte is verbijsterend.'

Upshaw bracht haar geacteerde cantateversie vijf jaar geleden in première in New York, liggend op de grond, dansend over het toneel, respectievelijk gewikkeld in een lange sjaal als in een dwangbuis. Haar collega-zangeres Lorraine Hunt, die Sellars eenzelfde regieverzoek bleek te hebben gedaan, bracht haar versie tegelijkertijd in Chicago. 'De gebaren zijn soms lelijk en hard. Sellars is diep ingegaan op de pijn van het individu.'

Decor komt er niet aan te pas. 'Lorraine Hunt heeft het moeilijker. Die doet er ook nog de doodscantate Ich habe genug bij. In ziekenhuisdracht, met haar armen vol infusen.'

Upshaws programma in de Grote Zaal begint met liederen van Purcell, vindt zijn vervolg in een compositie van Jacob Druckmann, die zijn stuk Bo opdroeg aan Vietnamese bootvluchtelingen. Waarna Upshaw het pedaal zal bedienen van de computerelectronica die haar begeleidt in het stuk Lonh van Kaija Saariaho, een componiste die Upshaws sopraanhoogten ook op de proef stelde in haar opera L'amour de loin.

Oud-Chinees bij Druckman, troubadour-Occitaans bij Kaija Saariaho, Schmerzensreu und Tränenbrunn bij Bach. Voor beginnende Amerikaanse zangstudenten zou het ongeveer hetzelfde zijn als het Italiaans in een opera van Mozart of het Frans van Debussy, een verzamelsanskriet. 'Als je van huis uit niet vertrouwd bent met talen', zegt Upshaw, 'dan word je als zanger gedwongen juist heel erg in te gaan op de expressieve kant, op de betekenis van elk woord afzonderlijk. Als je er dan goede taalcoaches bij krijgt, gaan er werelden voor je open.'

Ziedaar een reden waarom veel Amerikaanse vocalisten, als ze door de barrière heen zijn, het als zanger-acteur zo goed doen in de Europese operatheaters. 'De opleidingen in de States zijn goed', zegt Upshaw. 'Maar ik vind dat er nog altijd te weinig aan acteren wordt gedaan.'

'Praat ik helder?', vervolgt ze opgewekt. 'Het lijkt me onprettig om op een interviewtape te moeten luisteren naar iemand met gegrilde zalm tussen haar tanden.'

Haar spreekstem is lager dan Anne Trulove of het Mary and the Baby op haar kerstplaat met de close harmony-groep Chanticleer doen vermoeden. 'Ik was een keer weg van huis', beaamt ze, 'ik voelde me niet lekker, kwam bij een KNO-arts terecht. ''Je zou wat hoger moeten praten'', zegt hij. Hij dacht dat mijn stembanden dan frisser zouden blijven. Ik heb het een paar dagen geprobeerd. Ik voelde me zó ridicuul. Het voelde als een aanslag op mijn identiteit. Ik had trouwens niet veel meer dan een verkoudheid.'

Geen Marilyn Monroe-gepruil bij Dawn Upshaw. 'Dat zou pas echt onattractief zijn.'

Met haar vader en moeder en haar drie jaar oudere zus maakte Dawn Upshaw halfweg de jaren zestig deel uit van de Upshaw Family Singers. 'Mijn zus zou liever hebben dat ik die naam niet noem, maar zo traden we op. Ik was vijf, zes. Mijn ouders waren van de civil rights movement, ze liepen mee in demonstraties; hadden de nagedachtenis van Kennedy en Martin Luther King hoog zitten. We zongen op scholen en in gemeenschapshuizen in Chicago. Liedjes van Pete Seeger en Bob Dylan en Joan Baez. Blowing in the Wind. Mijn vader speelde er gitaar bij en het publiek zong mee. Folk en musicalliedjes, daar ben ik mee opgegroeid.

'Mijn vader was theologiedocent. Hij begon ook een praktijk in psychotherapie. Maar hij was vooral predikant, van de United Church of Christ, of iets in die geest. Later is hij consulent geworden in het bedrijfsleven, om personeelsproblemen op de werkplek te verhelpen.'

- Het klinkt als een excellente achtergrond voor het Bachvertolken.

'Ik ben ze dankbaar. We waren een close family. Er waren een paar silly songs bij die mijn zusje en ik moesten zingen, niet de sterkste muzieknummers, maar altijd met een mooie gedachte voor luisterende kindertjes.'

- U heeft, met andere woorden, uw psychotherapie al gehad.

'Nou nee, ik ben later echt wel in therapie geweest. Maar niet vanwege mijn ouders. Ze hebben een goed effect gehad op mijn manier van muziek maken. Want wat ik ook doe, het heeft altijd te maken met de tekst, met een boodschap. Hun concentratie op woorden was typerend. Het was een manier van communiceren, van dingen symboliseren.'

'Objectiviteit' zal ze niet dulden, zondag bij haar masterclass in het Concertgebouw. Althans, 'niet het soort objectiviteit waarin alle noten op dezelfde manier klinken. Natuurlijk, er moet een solide geluid zijn, maar ik modelleer een melodie liever op een natuurlijke manier.

'Er bestaat een manier van zingen, die gaat alleen over het produceren van klank. Die gaat zo: Toeoeoeoeoet. Ik kijk daar niet op neer, maar het is niet de manier waarop ik wil werken. Het hebben van een grote stem is niet het belangrijkste. Mijn geluid is hoog en naar voren geplaatst. Als mijn stem goed gefocused is, kan de zaal nog zo groot zijn, maar dan zit ik altijd goed. Ook in de Metropolitan Opera. Het enige dat mij aan die zaal tegenstaat, is dat hij zo groot is dat gezichtsuitdrukkingen verloren gaan.'

Het was de hobolerares op de middelbare school, die haar toeknauwde dat ze een pretty good singer kon worden, mits ze de hobo vaarwel zei. De verscheurde tiener kwam terecht bij een zangdocent (David Nott) die haar de ene nieuwe compositie na de andere voorschotelde. 'Een praktijk waarvan ik lang heb gedacht dat dat overal zo ging.'

Ze verhuisde naar New York, waar ze studeerde bij de zangpedagoges Ellen Faull, die haar hoogte opkrikte, en Jan DeGaetani, die haar wees op een uiterst eigenaardig, maar reëel bestaand genre, de opera. Ze zong voor in de Metropolitan Opera, werd daar toegelaten tot het Young Artists-programma, debuteerde in Rigoletto met de woorden 'Ik volg mijn echtgenoot naar Ceprano; kalmeert u toch' (de complete rol van gravin Ceprano), waarna James Levine haar onder de hoede nam en haar in Figaro het podium opstuurde in de rol van Barberina.

'Angstaanjagend, want de regisseur was Jean Pierre Ponnelle. Hij pakte me bikkelhard aan. Ik liep huilend weg uit repetities. Hij vond dat ik te lang aan mijn noten bleef plakken, vond dat er een verhaal moest worden verteld, en had geen zin te luisteren naar mijn gekweel. Hij was wreed, maar hij had natuurlijk gelijk. Te veel met geluid bezig zijn, daar komt niets dan slechts van.'

'Wij willen sweethearts, maar met hersens', vatte de Los Angeles Times het vocale ideaalbeeld van de nieuwe eeuw samen. 'Met Upshaw worden we op onze wenken bediend.' The Guardian had een marginale bedenking bij het flexibele geluid: 'Ze ontbeert het stampvoeten en met serviesgoed gooien van de ware diva.'

Eredoctor Dawn Upshaw: 'Ik wou soms dat ik wat agressiever was. Sinds ik kinderen heb, is dat meer nog dan vroeger uit het plaatje verdwenen. Laten we het zo zeggen: Ik voel me wel lekker.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden