Eén grote kluwen van onmacht en verveling

Misschien wel de mooiste scène uit Drie Zusters van Anton Tsjechov zit aan het begin van het derde bedrijf, als de stokoude min Anfissa wordt vernederd en Olga, de oudste van de drie zusters, daarop heftig reageert....

Tsjechov, uit eigen ervaring bekend met hoe erg armoede kan zijn, toont hier zijn warm kloppend hart voor de sloeber, degene die afgesloofd en afgepeigerd doormoddert en daar niet voor wordt bedankt. In Drie Zusters van Toneelgroep Amsterdam, de voorstelling die dit weekeinde tijdens het Holland Festival in première ging, loopt die scène uit in een heen en weer geschreeuw tussen twee vrouwen. Alleen Marjon Brandsma, de oude min, zorgt heel even, een paar seconden, voor een invoelbare zielenpijn en levensangst. Maar dat gevoel wordt meteen weer weggeblazen doordat zowel Lineke Rijxman (Olga) als Janni Goslinga (Natasja) het op een schreeuwen zet.

Schreeuwen is een van de stijlkenmerken van Van Hoves visie op dit stuk. Het is in de twintig jaar dat hij theater maakt zijn eerste Tsjechov-regie. Hij is altijd met een boog om het werk van de Russische schrijver, om die binnenkijkjes in het menselijk onvermogen, heen gegaan.

Onmacht, dat is het eerste woord dat boven komt na afloop van Van Hoves debuut als Tsjechov-regisseur. Een onmacht, die zich hier laat gelden in het niet goed raad weten met de details en het meanderen van de ontelbare kleine en grote gebeurtenissen. Daarom dat schreeuwen, daarom ook die changementen, waarin acteurs en technici met allerlei meubels en zetstukken gaan slepen. Daarom die lukrake muziekkeuze, van stemmig-melancholiek tot snerpende klanken, van Nina Simone tot Russische kerkmuziek.

Wat wil Van Hove met zijn drie zusters? Alles behalve inleving, zo blijkt meteen. Geen enkele emotie, maar drie uur lang een parade van lamlendigheid en lethargie, waarover Drie Zusters natuurlijk ook gaat, maar zonder enig inzicht in waar die lamlendigheid vandaan komt, wat er onder ligt, hoe die zielen op drift zijn geraakt en hoe ze zijn afgestompt.

Van Hove toont de drie zusters (Lineke Rijxman, Marieke Heebink en Halina Reijn) van meet af aan als een onlosmakelijk trio, een onheilige drie-eenheid. Ze lijken niet alleen uiterlijk op elkaar (lange sliertige haren, chagrijnige gezichten, opzichtige zomerjurken), het zijn in wezen afsplitsingen van een en dezelfde, licht hysterische, tamelijk neurotische en hard aan een weekendje ontstressen toe zijnde vrouw. Deze drie zusters – opgesloten in het landhuis van hun overleden ouders en dromend van een beter leven in Moskou of waar dan ook – willen nergens heen, ze willen alleen maar vervelend zijn.

Ook de rest van het ensemble is niet meer dan één grote kluwen van verveling. Het maakt niet uit of de officier, de dokter, de broer, de leraar of de baron aan het woord is – ze zwetsen een eind weg, en het brengt ze helemaal nergens. Het is een opvatting, maar in dit geval eentje die leidt tot verkeerde acteurs in de verkeerde rollen, die zich moeizaam door de door Judith Herzberg opnieuw vertaalde tekst heen slepen – loom, routineus, of erger nog, middelmatig. Waarom speelt Pierre Bokma die als kolonel Versjinin de dames het hoofd op hol moet brengen hem als een wuft doetje? En waarom staat Hans Kesting als de timide broer Andrej zo toonloos te loeien, alsof het hem allemaal geen ene moer interesseert? Rolopvatting? Statement? En waarom lopen er twee kekke luitenantjes rond alsof ze zo uit Idols komen?

In een decor vol meubelstukken uit een Oostblok-antiquariaat, zijgen de spelers voortdurend vermoeid neer, of ze lopen wat heen en weer op het achtertoneel waardoor ze nauwelijks verstaanbaar zijn. Halverwege worden kamerschermen neergezet, die de spelers op het achtertoneel veroordelen tot een vaag schimmenspel. Ze worden letterlijk schaduwen van zichzelf – leuk bedacht op de zolderkamer van de dramaturgie, maar op toneel dodelijk saai.

Alleen Marieke Heebink (zuster Masja) begrijpt dat haar gevecht tegen de leegte een intens drama is, en als zodanig moet worden vormgegeven. Deze actrice laat in bevlogen acteren zien hoe Tsjechov haar rol ooit bedoeld heeft.

In het eerste bedrijf van Drie Zusters krijgt de jarige Irina een schilderij cadeau – hier een gouden lijst zonder inhoud. Het is illustratief voor deze voorstelling, die op papier zo veelbelovend leek: er is een gouden lijst maar er zit niets in, geen verbeelding, geen houvast. In de lijst gaapt een groot gat, zonder ziel, zonder bezieling, zielloos.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden