Een grijze muis die dictator werd

Augusto Pinochet, daarvan hebben er twee bestaan. Er was een Pinochet van vóór 16 oktober 1998 en er was er een van ná 16 oktober 1998....

Het eerste beeld dateert van september 1973, direct na de staatsgreep in Chili. Op het staatsieportret van de nieuwe machthebbers zien we Pinochet te midden van de leden van de militaire junta: de armen over elkaar geslagen voor de borst, de kin vooruit en een uitdagende blik vanachter een zonnebril. Het lijkt of hij zijn best doet zo louche mogelijk over te komen. De foto behoort tot de iconografie van de politieke misdaad.

Het tweede beeld werd gemaakt op 3 maart 2000, op het vliegveld van de Chileense hoofdstad Santiago. Pinochet is uit het vliegtuig gehaald in een rolstoel, als een zieke, enigszins dementerende oude man. Maar plotseling verschijnt er een brede grijns op zijn gelaat, als Lazarus herrijst hij uit zijn rolstoel, en met ferme tred loopt hij op de hoogste militairen af om die te omhelzen. Met zijn act van lichamelijk en geestelijk wrak heeft Pinochet de wereld een loer gedraaid, met als resultaat dat hij weer thuis is. Veilig te midden van zijn vrienden.

Ruim 500 dagen eerder begon de persoonlijke nachtmerrie van de generaal die zou leiden tot een complete gedaanteverwisseling.

Augusto Pinochet is herstellende van een hernia-operatie in een privékliniek in Zuid-Engeland wanneer op 16 oktober 1998 enkele agenten van Scotland Yard zich op zijn kamer melden. De ex-dictator, die slechts een paar woorden Engels spreekt, denkt eerst dat zij hem een uitnodiging komen overhandigen. Voor een ontmoeting met zijn vriendin Margaret Thatcher, of misschien wel met koningin Elizabeth. Dan delen de agenten de stomverbaasde generaal officieel mee dat hij is gearresteerd.

Spaanse rechter

Nooit had Pinochet erbij stilgestaan dat hij eens ter verantwoording zou worden geroepen voor de misdaden bedreven tijdens zijn zeventien jaar lange dictatuur. In eigen land had hij die weg afgegrendeld met een amnestiewet, en bovendien hadden de militairen in Chili nog zoveel macht dat zij een vervolging van hun held konden blokkeren. En dat ex-dictators ver van huis, aan de andere kant van de wereld, in de kraag zouden kunnen worden gevat, was een optie die alleen in de idealistische hoofden van mensenrechtenactivisten leefde.

Maar de Spaanse rechter Baltasar Garzón dacht daar anders over. Garzón onderzocht al jaren de verdwijning van 260 Spanjaarden tijdens de Chileense dictatuur en concludeerde dat, bij het in gebreke blijven van de Chileense justitie, de Spaanse justitie bevoegd was Pinochet te vervolgen. Hij beschuldigde de generaal van terrorisme, moord en marteling en vaardigde een internationaal arrestatiebevel uit. Binnen 24 uur zat Pinochet vast in Londen.

Na een juridische strijd van ruim anderhalf jaar besliste het House of Lords dat Pinochet uitgeleverd mocht worden aan Spanje om daar terecht te staan. Maar een politieke deal tussen de regeringen van Tony Blair en José María Aznar, die hun landen buiten de netelige affaire wilden houden, voorkwam uitlevering. Minister Jack Straw oordeelde dat de ex-dictator gezien zijn zwakke geestelijke gezondheid niet in staat was voor de rechter te verschijnen en op ‘humanitaire gronden’ moest worden vrijgelaten.

Bij aankomst in Chili toonde Pinochet dat zijn vrijlating het resultaat was geweest van politiek gemarchandeer en zijn eigen toneelspel. De nieuwe rol van demente bejaarde zou hij, met succes, tot zijn dood blijven spelen: de meedogenloze dictator was voortaan een querulant die voorwendde zijn verstand te hebben verloren om uit handen te blijven van de Chileense rechters, die nu wel actie tegen hem ondernamen.

Geen Chileen kon vóór de staatsgreep van 11 september 1973 bevroeden dat Augusto Pinochet Ugarte zich zou ontpoppen als de almachtige heerser over het land. Pinochet was de grijze muis onder de militaire commandanten, en dat was precies de reden waarom de in het nauw gedreven socialistische president Salvador Allende hem tot opperbevelhebber had benoemd: van Pinochet viel niets te duchten. De 58-jarige generaal was een ultra-katholiek die liever vooraan in de kerk zat dan dat hij zich en public met politiek bemoeide. Een man bovendien die rijp leek voor zijn pensioen.

Pinochet was ook de laatste die zich aansloot bij het complot dat de andere commandanten smeedden met de CIA om ‘het communistische gevaar’ in Chili te bezweren. Maar toen de rookwolken van het bombardement op het Moneda-paleis in Santiago optrokken, bleek de grijze muis de sterke man van de militaire junta, die hem vervolgens tot president van het land uitriep. ‘In Chili beweegt geen blad zonder mijn toestemming’, verklaarde de kersverse dictator. De schijn had bedrogen, zoals zo vaak het geval zou zijn in het leven van Augusto Pinochet.

Een van de weinige dingen die bekend waren over Pinochet was dat hij altijd in verband was gebracht met het schenden van de mensenrechten. In 1959 al, toen hij als kapitein commandant was van een concentratiekamp in Pisagua. Als kolonel was hij betrokken bij de moord op een groep mijnwerkers, en als generaal bij de standrechtelijke executie van een aantal ultralinksen die verdacht werden van de moord op een ex-minister. Dat laatste gebeurde in 1971, toen Allende al president was. In zijn memoires vertelt Pinochet triomfantelijk hoe makkelijk hij Allende om de tuin leidde. Toen de president hem vroeg of hij de zelfde Pinochet was van Pisagua en van die mijnwerkers, ontkende hij: dat was Manuel Pinochet geweest, een naam die hij ter plekke bedacht. Het gebruik van valse namen zou een vaste gewoonte van Pinochet worden.

Lang voor de aanval op de Twin Towers in New York was 11 september al een traumatische datum voor Chili en de rest van Latijns-Amerika. De coup en het bombardement op het Moneda-paleis maakten niet alleen een einde aan het experiment van een democratisch socialisme in Chili, maar waren ook de inleiding van een genadeloze repressie die zich zou uitbreiden over het hele Zuid-Amerikaanse continent. Pinochet en zijn junta waren het symbool van alle militairen dictaturen die in de jaren zeventig en tachtig het politieke beeld van Latijns-Amerika bepaalden. En die, met de door Henry Kissinger ontworpen Doctrine van de Nationale Veiligheid in de hand, in naam van de strijd tegen het communisme op grote schaal martelden en moordden.

Het beeld van Chili, een eeuw lang een voor deze contreien bijna voorbeeldige democratie, werd dat van soldaten die burgers uit hun huizen sleepten en afvoerden naar concentratiekampen en foltercentra. Het eerste dat de wereld zag van het nieuwe Chili, waren opnamen van het Nationale Stadion in Santiago dat dienst deed als concentratiekamp en in de catacomben waar de eerste martelingen plaatsvonden.

Drieduizend moorden

De arm van het staatsterrorisme reikte tot ver over de grenzen. De DINA, de geheime politie van het bewind, achtervolgde politieke tegenstanders tot in alle uithoeken van de wereld. Generaal Prats, de voorganger van Pinochet als opperbevelhebber van de strijdkrachten, werd met een autobom vermoord in Buenos Aires. In Washington, op een steenworp afstand van het Witte Huis, werd Orlando Letelier, de minister van Buitenlandse Zaken van Allende, met auto en al de lucht in geblazen.

Volgens een in 2004 verschenen rapport van de Chileense regering zijn tijdens de zeventien jaar lange dictatuur van Pinochet drieduizend mensen vermoord of verdwenen, terwijl ten minste dertigduizend anderen op gruwelijke wijze werden gemarteld.

Als zoveel dictators in de geschiedenis was Augusto Pinochet er heilig van overtuigd dat de overgrote meerderheid van de Chilenen van hem hield, in zijn hoedanigheid van redder van de natie. Maar toen hij in 1988 een referendum over zijn aanbleven uitschreef, werd hij weggestuurd. ‘Het zijn allemaal verraders’, zou zijn eerste reactie zijn geweest. Niettemin maakte hij de weg vrij voor een overgang naar een democratie onder curatele: de Chilenen mochten weer een president kiezen, maar Pinochet bleef als opperbevelhebber dreigend op de achtergrond aanwezig. Hij verhuisde naar het militaire hoofdkwartier op nog geen 200 meter van het Moneda-paleis.

Pas begin 1998 waren de Chilenen verlost van de beroerde spreker met het falsetstemmetje dat zij allemaal feilloos konden imiteren, en zijn eeuwige dreigementen opnieuw het heft in handen te nemen. ‘Missie volbracht!’, zei de inmiddels 83-jarige Pinochet bij zijn afscheid als opperbevelhebber, terwijl hij een traan wegpinkte. Zijn resterende dagen zou hij gaan slijten als senator voor het leven, de laatste functie die hij voor zichzelf had gecreëerd. Zijn plaats in de geschiedenisboeken als de grootste Chileen aller tijden kon niet meer stuk.

En toen ging hij naar Engeland om zich te laten opereren aan een hernia.

President de facto Pinochet was internationaal altijd een paria geweest. Hij reisde zelden, omdat hij nergens welkom was. Een van de weinige uitzonderingen was zijn aanwezigheid in 1976 op de begrafenis van de door hem bewonderde Spaanse dictator Francisco Franco. Zelfs zijn Filipijnse collega-dictator Marcos blies een bezoek van Pinochet af, op het moment dat diens vliegtuig al in de lucht was. Een schoffering die hij Marcos nooit vergaf.

Maar na zijn terugtreden als president in 1990 trok opperbevelhebber Pinochet wel de wereld rond, in zijn tot dusver weinig bekende rol als wapenhandelaar. Groot-Brittannië dacht hij veilig te kunnen aandoen, want dat was het land van zijn goede vriendin Margaret Thatcher. De IJzeren Dame was de communistenvreter Pinochet eeuwig dankbaar voor diens steun tijdens de Falklandoorlog, die Thatcher in 1982 uitvocht met Argentinië. Vlak voor zijn operatie in een Engelse kliniek werd Pinochet dan ook op de thee genodigd door Thatcher. Maar hoe boos de ex-premier ook was over de arrestatie van haar vriend, verhinderen kon ze die natuurlijk niet.

Afgezien van zijn wonderbaarlijke wederopstanding uit de rolstoel bood de terugkeer van generaal Pinochet in Santiago, na ruim 500 dagen huisarrest in Engeland, het vertrouwde ceremonieel dat hem altijd had omgeven. De hoogste militairen vormden het welkomscomité, de militaire kapel speelde zijn favoriete deun, Lily Marlene, en de opgetrommelde aanhang van de nieuw gevormde Pinochettisten-partijen juichte de Verlosser als vanouds toe. Maar de veilige Chileense moederschoot waarin hij dacht terug te keren, bestond niet meer.

Enigszins beschaamd over het feit dat het een Spaanse rechter was geweest die had geprobeerd de ex-dictator te vervolgen, ging de Chileense justitie achter hem aan. Onderzoeksrechter Guzmán stelde hem in staat van beschuldiging wegens moord en foltering. De rechtszaken zouden zich blijven opstapelen tot het einde van zijn dagen, en in al die zaken had Pinochet de twee zelfde vormen van verweer. De eerste was dat hij te dement was om terecht te staan. De tweede dat hij nooit iets had geweten van de misdaden die in zijn naam waren bedreven.

De man die ooit pochte dat in Chili geen blad bewoog zonder zijn toestemming, pretendeerde nu dat de beulen van zijn regime op eigen houtje hadden gehandeld. ‘Ik wist van niets’, herhaalde hij tijdens de verhoren. ‘Ik heb nooit opdracht gegeven iemand te vermoorden. Mij informeerden ze alleen over de grote zaken, niet over de kleine dingetjes.’ Met kleine dingetjes bedoelde hij het dagenlang toedienen van elektrische schokken aan gevangenen, of het uit een helikopter in zee gooien van levende mensen. En indien hij dit wel geweten had, dan kon hij het zich in elk geval niet herinneren.

Het afschuiven van de verantwoordelijkheid door de generaal, die altijd heilig had geloofd in het axioma van de militaire hiërarchie, leverde hem een intense haat op van zijn voormalige ondergeschikten. Zoals generaal Manuel Contreras, jarenlang de baas van de geheime politie DINA en Pinochets rechterhand, veroordeeld onder meer voor de moord op Orlando Letelier in Washington. Pinochet weet donders goed dat hij altijd de bevelen heeft gegeven, zei Contreras vanuit de gevangenis, ‘maar hij is een lafaard die zijn ondergeschikten voor alles laat opdraaien’.

Pinochet verloor het respect van de militairen, die hem tot dat moment onvoorwaardelijk trouw waren gebleven, omdat hij verloochende wat hij altijd het opperste kenmerk van een militair had genoemd: eergevoel. Kort daarna lieten ook zijn getrouwen onder de Chileense burgers hem vallen. Die hadden uiteindelijk toegegeven dat Pinochet verantwoordelijk was voor het op grote schaal schenden van de mensenrechten, maar bleven volhouden dat hij in elk geval niet zoals andere dictators zijn zakken had gevuld: ‘Hij mag dan een moordenaar zijn, hij steelt tenminste niet.’

Maar ook op dat laatste punt viel hij door de mand. Een onderzoek door een Amerikaanse senaatscommissie bracht 128 geheime bankrekeningen in tal van landen aan het licht, met een tegoed van ten minste 27 miljoen dollar. Voor het verbergen van de rekeningen gebruikte Pinochet een hele reeks valse namen, gestaafd met valse paspoorten, en een serie spookbedrijven, op de zelfde wijze als de maffia grote sommen geld aan het zicht onttrekt.

Een deel van zijn fortuin zou Pinochet direct uit de staatskas hebben geroofd, maar het leeuwendeel kwam uit commissies die hij ontving voor zijn activiteiten als internationaal wapenhandelaar: hij leverde onder meer aan de Contra’s in de oorlog in Nicaragua en aan de Kroatische regering ten tijde van de Joegoslavische oorlog. Het Nederlandse bedrijf RDM betaalde Pinochet ten minste anderhalf miljoen dollar als commissie voor de aankoop door het Chileense leger van Nederlandse Leopard-tanks. De affaire leidde tot zijn huisarrest en bezorgde hem de bijnaam ‘de Chileense Al Capone’: de ex-dictator werd net als de maffiabaas gepakt wegens belastingontduiking en fraude.

Geen Lily Marlene

Aan het eind van zijn leven was Augusto Pinochet eenzamer dan de dictator in De herfst van de patriarch van García Márquez. Zijn 90ste verjaardag vierde hij opgesloten in zijn villa in Santiago, zonder jubelende aanhang voor zijn deur en zonder militaire kapel om nog een keer Lily Marlene voor hem te spelen. Pinochet was definitief een impresentable geworden: een man met wie niemand in het openbaar gezien wilde worden. Het enige verjaardagsgezelschap vormden zijn vrouw Lucia en zijn kinderen, die inmiddels wegens medeplichtigheid ook de politiecel van binnen hadden gezien.

Spijt over zijn misdrijven heeft Pinochet nooit getoond. Integendeel, hij bleef tot het einde van zijn dagen volhouden dat de Chilenen hem dank verschuldigd waren omdat hij hun land had gered uit de klauwen van het communistisch gevaar. Tijdens de vele verhoren waaraan hij werd onderworpen, klonk slechts één keer een glimp van twijfel door. Maar de intens katholieke generaal drukte die onmiddellijk de kop in, want hij was natuurlijk niet verantwoordelijk voor de daden van God. Nooit had hij bevel gegeven tot martelen of moorden: ‘Ik betreur en lijd onder deze verliezen, maar het is God die de dingen doet. Hij zal mij vergeven indien ik in een enkel geval te ver ben gegaan, al geloof ik niet dat dit gebeurd is. Alles wat ik heb gedaan, draag ik op aan God en aan Chili omdat op deze manier is voorkomen dat Chili communistisch werd.’

Augusto Pinochet is nooit door een rechtbank veroordeeld. Maar de processen hebben hem een heel andere plaats in de geschiedenis gegeven dan hij zichzelf had toegedicht: een crimineel die niet alleen duizenden landgenoten liet vermoorden en tienduizenden anderen liet martelen, maar ook de staatskas plunderde en als een mafiacapo zijn buit verstopte. En die, toen hij eindelijk ter verantwoording werd geroepen, alle schuld afschoof op zijn ondergeschikten en God zelve.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden