Een grijze engel

Een literair tijdschrift dat een themanummer aan een choreografe wijdt is een uitzondering die aandacht verdient. Het bijna anderhalve eeuw oude, in Leuven gevestigde Dietsche Warande & Belfort, tegenwoordig gemoderniseerd tot DWenB, opent zijn nieuwste nummer met een vijftal bijdragen over Anne Teresa de Keersmaeker ter gelegenheid van de twintigste...

Hoofdredacteur Hugo Bousset zegt het in zijn voorwoord aldus: 'Jonge meisjeslichamen die engelachtig op repetitieve muziek dansen: ik kan me niets mooiers voorstellen.' Om de vrouw die dit mogelijk maakte te eren nodigde Boysset een dichter, een acteur, een regisseur, een critica en een schrijver uit om hun waardering voor De Keersmaeker op papier te zetten.

Het resultaat beslaat slechts vijfenentwintig bladzijden met merendeels 'notities', die opvallend weinig met De Keersmaeker van doen hebben. Josse de Pauw schreef een piepklein stukje over de betekenis van dansen ten tijde van zijn eigen puberteit, Gerardjan Rijnders haalt herinneringen op aan zijn samenwerking met De Keersmaeker voor de productie In Real Time en critica Elke van Lampenhout neemt haar eigen kritische vermogen onder de loep: 'Welk recht heb ik om te veronderstellen dat mijn visie op de buitenwereld inzichtelijk zou kunnen zijn voor om het even wie van mijn lezers?'

Erg eerlijk, maar als je als recensent jezelf dat recht ontzegt, kan je maar beter meteen zwijgen. Schrijver Pol Hoste maakt het nog bonter door vier pagina's te besteden aan zijn eigen, al weer zeven jaar geleden verschenen boek High Key.

Alleen Peter Verhelst komt met zijn vierdelige gedicht Glimlachend meisje en kamer met stoel in de buurt van het soort indrukken dat de voorstellingen van Bosas achterlaat. Vooral wanneer hij spreekt van 'een meisje/ dat zich nu in een kamer/ door haar eigen onthutste lichaam heen werkt/ terwijl een gezicht opdoemend uit je eigen gezicht/ me dodelijk glimlachend blijft aankijken'.

De magere oogst van het themagedeelte wordt goedgemaakt door een paar prachtige prozabijdragen. Zo is er weer een nieuwsgierig makende voorpublicatie van A. F. Th., ditmaal uit Knooppunt Hellegat, het tweede deel van de reeds lang verwachte romancyclus Homo Duplex. Hoofdpersoon Movo gaat in café De Lier op de vuist met de zoon van een Rotterdamse onderwereldfiguur, maar niet na hem eerst in onvervalst Rotterdams toegesproken te hebben: 'Ik doch, die gozer tromp nooit niet buiten of zo. Niemand hep jou ooit ergens gezien... niemand niet. Ik doch, die gozer is bedlegerig of zo... die liep iets of wat onder de leeën. Niet dan?'

Ander aanbevelenswaardig proza komt van de jonge Duitse Juli Zeh, van wie vermeld wordt dat ze een 'gediplomeerd schrijfster' is. Wat dat ook waard moge zijn, hoofdstuk 12 uit haar deze zomer in vertaling te verschijnen Adler und Engel is veelbelovend. Ook mooi, zij het op een geheel andere wijze, is Het woord, een kort verhaal van Vladimir Nabokov.

Nabokov waant zich in het paradijs en maakt zich te midden van duizenden engelen zorgen over zijn 'aardse vaderland'. Eén enkele grijze engel komt hem te hulp en zegt hem het geheime woord dat redding kan bieden. Nabokov schreeuwt het woord uit. Daarna verzucht hij: 'Mijn God! De winterse dageraad schemert groen door het raam, en ik weet niet meer wat ik schreeuwde...'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden