'Een Griekse tragedie? Vreselijk.'

Gisteren is ze genomineerd voor de Theo d'Or, de meest prestigieuze toneelprijs voor een actrice. Begrijpelijk, op het toneel kun je niet om haar heen....

Van onze medewerkster Marian Buijs

Hecabe, koningin van Troje, heeft na de nederlaag tegen de Grieken haar man, haar positie en haar zoon verloren. In de loop van het stuk wordt ook haar dochter van haar afgenomen en door de Grieken gedood en ze ontdekt dat ook haar laatste zoon is vermoord. Tot slot neemt de Griekse opperverrader Odysseus haar mee als slavin.

Hoe speel je zo'n opstapeling van ellende? Eimers laat geen traan. Haar vertolking is zo geserreerd dat je er koud en stil van wordt. Het ene moment siddert ze, even later barst ze uit in schril gelach. Vragend: 'Het is toch zo dat je soms gaat lachen als het té erg wordt? Ik hou niet van huilen op het toneel, maar ik zoek wel naar een verbeelding die van binnenuit komt. Laatst stond ik bij mijn 'dode' zoon en ineens hief ik mijn handen ten hemel, helemaal vanzelf.'

Toen Mirjam Koen haar vroeg voor De Trojaansen zei ze eerst nee, terwijl ze in vrijwel geen regie van Koen ontbreekt. 'Een Griekse tragedie? Vreselijk. Al die verzen en die koorzangen. Maar de vertaling van Gerard Koolschijn trof me, zo hedendaags, zo prachtig. Mirjam zei, als jij die Hecabe niet speelt, doe ik het helemaal niet. Ik ken maar één Hecabe en dat ben jij. Niet vleierig of zo, ze meende het. De hele repetitietijd heeft ze me mijn gang laten gaan. Ik werd er wel eens kwaad om, ik wilde meer aandacht.'

Dat ze aan het toneel zou gaan, zat er al in vanaf haar melkgebit. Hoewel er thuis geen sprake was van kunst of cultuur. 'Mijn vader was sigarenmaker, een arbeidersgezin. We woonden in een huis met een tuin, ik speelde daar vanaf mijn derde toneelstukken. Zong liedjes bij de buren, dan kreeg ik snoep of een stuiver. Op de nonnenschool heb ik veel inspiratie opgedaan: ik mocht vaak mee naar de kerk, voorbereidingen doen voor de mis. Ik had voor catechismus een tien.'

Van school werd ze afgetrapt. Kon zich niet concentreren. Op haar vijftiende ging ze werken. Ponstypiste bij een bank. Daarna telefoniste bij de landbouwhogeschool in Wageningen. 'Mijn ouders waren apetrots dat ik een rijksbetrekking had. Dat was zekerheid. Maar ik ging dood. Pas op mijn vierentwintigste kwam ik weer tot leven.'

Een hoogleraar die zijn kamer tegenover haar balie had, zei op een dag dat ze naar de toneelschool moest. 'Ik zei, wie moet dat betalen? Ik had nog nooit een toneelstuk gezien, dacht dat Shakespeare een componist was, (waar ik achteraf natuurlijk gelijk in had). Maar ik ging wel toelatingsexamen doen voor de toneelschool in Arnhem. Dat kostte toen 150 gulden. Die hoogleraar stopte mij geld toe en dat is hij blijven doen. Tot zijn dood was hij mijn maecenas.'

Ze slaagde, maar ze had gelogen dat ze MMS had. Het bleek geen bezwaar, ook met alleen lagere school kon je dat jaar voor het eerst een kunstopleiding doen. 'Ik genoot. Leerde bewegen, zingen, spreken. Ineens liep ik 's middags om drie uur op straat. Negen jaar had ik van acht tot vijf binnen gezeten. Klokken op zo'n prikklok. Nog altijd ben ik te vroeg op afspraken, met het idee dat je dan tijd wint. Dat zit er nog in. Elke week moest ik mijn prikkaart laten zien en was ik elke dag tien minuten te vroeg geweest, dan mocht ik vrijdag een uur eerder weg.'

Het toneel is nog altijd het mooiste wat haar is overkomen. Werk gaat voor alles. 'Spelen neemt me totaal in beslag. Het is een intieme vorm van communiceren die veel energie en wilskracht vergt. Elke avond weer. Thuis is het stilte. Ik heb een kat, Dirk Eimers. Met Dirk kan ik uren kijken naar een miertje, wat dat betekent voor die poes. Daar word ik rustig van. Kinderen? Een gezin? Nooit gewild, totaal ongeschikt.'

Achterberg is haar bijbel. Net als Bob Dylan. Toen ze nog op de bank werkte, kwam daar elke week een oudere heer. Hij bleek de zwager van Gerrit Achterberg. 'Ik had toen een vriendje die van gedichten hield. Hij vertelde mij dat Achterberg in Opheusden had gewerkt als onderwijzer. Ik ging Achterberg lezen, fietste naar het huis waar hij had gewoond. Ik reed als het ware even langs de contouren van zijn leven.'

Het liefst werkt ze in kleine groepjes, met vertrouwde mensen een voorstelling te maken. Zoals Spes Bona eerder dit seizoen, naar het boek van Toon Tellegen. 'Dat is ook een dichter. Ik hou van die compactheid van taal. Zo'n Griekse tragedie is een heel ander verhaal: een epos, dicht tegen opera aan. Maar Euripides is ook een soort Dylan, die trapt ook tegen heilige huisjes en legt je dingen in je mond waar je zelf verbaasd van staat. Eigenlijk elke avond opnieuw.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden