Een grandioos gemaskerd bal, op wielen

Un ballo in maschera..

AMSTERDAM Het probleem van een gemaskerd bal is dat je niemand herkent. Dat kijkt niet lekker in een theater, waar het ‘who is who’ toch altijd de essentie is.

Een tweede probleem van Verdi’s opera Un ballo in maschera ligt in het tamelijk gangbare operaverschijnsel van een tenor die wordt vermoord en dan toch nog minutenlang doorzingt. In ongunstiger gevallen is dit voer voor operahaters.

Bij de Nederlandse Opera worden beide problemen grandioos opgelost. De dienstdoende tenor – Roberto Aronica in de rol van gouverneur Riccardo – heeft een stem van het kloeke, pakkende soort en is een prima acteur.

Frappant is ook de nieuwe, computergestuurde podiumtechniek die de Nederlandse Opera voor Verdi’s Ballo inzet. Die heeft een bal op wielen mogelijk gemaakt.

Het grote slotbedrijf speelt zich in de gewiekste enscenering van Claus Guth aanvankelijk recht voor je ogen af. Schitterend op z’n 18de-eeuws uitgemonsterd, danst men de gavotte. Maar ja, wie is wie?

Dan schuift de scène deels het beeld uit, met alles wat erop en eraan zit aan ornamenten, pruikenkoppen en feestmusici. Van opzij verschijnt de ruimte die aan de feestzaal grenst. Die toont de achterkant van de brille. Paleismuren blijken opgetrokken uit troosteloze latjes en steenwolplaten.

Nog het meest wordt de futiliteit van de macht verbeeld door de plaatsing van de machthebber zelf – Riccardo, in dit geval. Gescheiden van het feestgedruis en nog in zijn dagelijkse plunje, krijgt hij van binnendringende feestgangers een kogel in zijn mik en maakt hij, omstuwd door gekostumeerde onderdanen, nog zes aangrijpende slotminuten vol.

Van de rococo naar de Gamma, gewoon door een deur. Zelden zal Verdi’s spel van bloed, zweet en hoepeljurken effectiever zijn verbeeld, nu de muzikale en dramatische gelaagdheden in zijn opera uitdrukking hebben gekregen in een helder soort podiumgeografie.

Een oplossing die eigenlijk niet meer is dan een bijproduct van heldere ideeën in het brein van Claus Guth over leiderschap en verboden liefde. In Verdi’s opera heeft de macht reden noch toekomst en blijft de liefde ongeconsumeerd. De weg naar die dubbele anticlimax wordt in Guths regie met grote vastberadenheid bewandeld, opvallend genoeg in scènes die bol staan van capricieuze invallen.

Een leider (Riccardo) die zich presenteert als hedendaagse stropdaspopulist onder een ‘Weg naar de toekomst’-verkiezingsbord, een ‘page’ (Oscar) die de rol vervult van partijsecretaresse, een waarzegster (Ulrica) die zich ontpopt als Turkse poetsvrouw, samenzweerders met clownsneuzen, stemvee met wapperende pamfletten, een kerkhof in de vorm van een partijbureau met ontploft dak. Het is allemaal denk- en doenbaar in een opera waarin de leider de echtgenote begeert van zijn trouwste vazal (Renato), en waarin de echtgenote (Amelia) haar roomblanke inborst met enige moeite roomblank houdt, en toch voor overspelige wordt aangezien.

Maar zie er maar eens lijn in te houden met je spandoeken en clownsmaskers. Dat het in het Amsterdamse Muziektheater – letterlijk – op rolletjes verloopt, dankt de Nederlandse Opera mede aan het afzeggen van Richard Jones, een Britse specialist in spektakelwerk met duistere trekjes. De greep van de Nederlandse Opera naar een bestaande Ballo-productie – Claus Guth maakte haar in 2005 in Frankfurt – was een noodgreep.

En technisch niet van de veiligste categorie. De Opera van Frankfurt heeft een draaitoneel, dat met zijn 32 meter doorsnee het grootste is in Europa. Guth verdeelde het voor zijn Ballo in vier relatief kleine taartpunten, met elk een toneelbeeld. Het Muziektheater heeft een groter podium, maar heeft geen ingebouwde draaischijf. De nachtmerrie die vorig jaar ontstond door vastzittend mechaniek van een draaischijf in Mozarts Così fan tutte, speelde zich af op een hulpschijfje van 13 meter doorsnee.

De nieuwe agv-techniek met ‘automatisch geleide voertuigen’ is het Muziektheater op het spoor gekomen bij het Eurovisie Songfestival. De (onzichtbare) laserapparatuur die nodig is voor besturing, gas geven en remmen schijnt nog tot de eenvoudiger accessoires te horen.

Zelden zat er zoveel recensiewerk aan de verrichtingen van een rolwagen, maar de prestaties van de sopraan Tatjana Serjan (Amelia), de mezzo Marianne Cornetti (Ulrica), de soubrette Rosemary Joshua (Oscar) en de bariton Andrzej Dobber (Renato) zijn er niet minder om. Zonder een Riccardo van het stoer-maar-kwetsbare type Roberto Aronica en een Amelia van het lief-maar-imposante kaliber Serjan ben je als Claus Guth nergens. Hun weergave van het grote ‘het kan niet’ in de tweede akte, een van de fraaiste duetten die Verdi ooit schreef, is van inkervende betekenis.

Een sterrenrol is weggelegd voor het Operakoor en het Rotterdams Pilharmonisch Orkest onder leiding van Carlo Rizzi. Verdi’s suspense, morbide vrolijkheid en spektakeltragiek begint bij hun laserscherpe stemmen, gloedvolle strijkers, knetterende koper en snerpende piccolo.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden