Een goudgrijze spiegel

In Stockholm begint de reis omdat de Zweden met hun traditioneel neutrale positie ervaring hebben met de Transsiberië-express, van belang als je de rit naar Peking wilt onderbreken in Petersburg, Moskou, Irkoetsk en Ulaan-baatar....

Stockholm ligt er stralend bij aan Mälaren, de diep het land instekende Oostzeefjord. Stock is paal of boom, holm eiland en het oorspronkelijke Stockholm, nu de oude stad, Gamla Stan ligt op een eilandje in Mälaren waar ook de Nederlanders sporen hebben nagelaten. Zoals de realistische observatie op de gevelsteen van het 17de-eeuwse koopmanshuis in Österlånggatan: 'Gaat het wel, men heeft veel vrinden/Keert het luck, wie zal ze vinden.'

Van die oude stad is het langs het water van Skeppsbron en over de sluizen naar het zuiden maar een paar honderd meter naar de terminal van de Estlandferry, zusterschip van de ongelukkige Estonia, maar nu waarschijnlijk de veiligste pontverbinding ter wereld.

We varen tussen de duizenden eilandjes en door gletsjers rondgeslepen rotspunten van de scherenkust tussen het vasteland van Scandinavië en de open Oostzee. Een paradijs met ontelbare zomervilla's, rode buitenhuisjes, verlaten natuurgebieden, vogelreservaten en verborgen bases van de Zweedse marine, waarin de vroegere Sovjet-Unie regelmatig probeerde door te dringen, zoals de onderzeeër van het Whiskey-type die op de rotsen liep.

Een paar uur in ganzenpas met minstens vijf andere veerponten naar Finland en Åland door de scheren. De veerschepen zijn buitenproportionele vaarbakken met weinig diepgang om te kunnen manoeuvreren en een opbouw als een kasteel om zoveel mogelijk passagiers en vertier te behuizen. Dat kwam de stabiliteit niet ten goede.

Na de buitenste scheren barst aan boord het ferry-leven los. Restaurants en bars, winkels, casino's, de hele santekraam waarmee dagjesmensen de illusie van een nacht miljonairsleven wordt verschaft. Een droef ensemble met betere dagen in een Russisch symfonieorkest speelt voor aangeschoten Zweden en Finnen naar believen country, blaaspoep, paso doble of zigeuner-schmelz, daarbij van stetson, jodelhoed, sombrero en Stehgeige wisselend.

Tussen al dat muzikaal geweld ook twee breekbare, oude Amerikaanse joden op weg naar Tallinn. Terugkomst of zoektocht? Tijdens de oorlog zijn in de Baltische staten de joden meedogenloos uitgeroeid.

De volgende ochtend naderen we door de Finse Golf de haven van Tallinn, eerste aanleg en hoofdstad van de voormalige sovjetrepubliek, nu eigen staat Estland. Bij de ingang bewaken ouderwetse kranen als bidsprinkhanen de eindeloze houtstapels. Tallinn is een van de laatste Noord-Europese steden met een middeleeuwse structuur. Onder vijftig jaar communisme is de stad volkomen uitgewoond, maar niet gesloopt voor de middenstandspaleizen die in Nederland de stadsschappen hebben verwoest.

Na de val van het sovjetrijk kwam in de jaren negentig met veel buitenlands geld een geweldige renovatie op gang. Ook omdat buitenlanders voor een spotprijs onroerend goed kochten van goedgelovige Esten die, voor het eerst in vijftig jaar over hun eigen huizen beschikkend, geen idee hadden van prijzen en dertig- of veertigduizend mark een ongelooflijk vermogen vonden. Voor de westerlingen tikte deze handel dubbel aan omdat ze de verwaarloosde panden ook nog eens voor spotstuivers door de doodarme Esten konden laten restaureren.

Dit is niet de enige ellende van het ongebreideld roofdierenkapitalisme. Het gevaar dreigt dat er, om het de toerist naar de zin te maken, een Soete Suyckerbolrenovatie ontstaat, inclusief bedienende bewoners in middeleeuwse klederdracht. De oude stad heeft nu al een hoog Anton Pieckgehalte, met nostalgische uithangborden, kelderrestaurantjes en straatstalletjes. De grootste drukte bestaat dan ook uit winkelende dagtoeristen uit Finland en cruisegasten uit Zweden, aangevuld met bussen Duitsers die de Heimatsfeer van het voormalige Oost-Pruisen komen snuiven, maar ook dure restauratieprojecten bekostigen.

We trappen er ook een beetje in en dwalen door de achterstraatjes omhoog naar de citadel Toompea, verbastering van Dom. Onder de platanen trekt een harmonicaspeler week-wenende tonen uit zijn muziekbalg. Hier ontmoeten oost en west elkaar in de Duits-Deens-Zweedse overheersingsburcht en de Russisch-orthodoxe kathedraal. Vanaf de balustrade heb je een schitterend zicht over stad en haven.

De benedenstad herbergde handwerkspatroon en -koopman, voornamelijk van buitenlandse afkomst want de Esten hadden tijdens de lange lijdensgeschiedenis in eigen land nauwelijks iets te zeggen. In de steden mochten ze niet wonen en veel meer dan lijfeigenen waren ze niet. Alleen tussen 1929 en 1940 kenden ze een korte periode van nationale zelfstandigheid, totdat de fascistische en daarna de communistische knoet weer heersten. Eén voordeel had het fascisme boven het communisme, zei de schrijver Jaan Kross, die onder beide regimes in de gevangenis belandde, het duurde wat korter.

Over hun zelfstandigheid zijn de Esten van nu dan ook heel gevoelig. In de binnenstad vestigen ze zich nog steeds nauwelijks. Daar zetelt de handel en heerst de toerist. We dwalen door de straten en steegjes, langs kramen met breiwerk: wollen truien, sokken, handschoenen, mutsen en jurken, onderlangs de stadsmuren en door pijnlijk gerestaureerde steegjes vol ambacht en handwerk, weeflinnen, bakpot en blaasglas. Maar ook lieve cafeetjes, theaters en galerijen.

Niet alles is strak gerestaureerd. Langs achterstraatjes en op binnenplaatsen bladdert het pleisterwerk nog nostalgisch van de muren. En als bewijs dat er geleefd wordt, verschijnen op al te helder stucwerk de eerste graffiti, kruipt het gras alweer tussen de straatkeien en wappert de was op de binnenplaatsen.

Bevrijdend is De la Gardie, een modern, transparant warenhuis in de hoofdstraat, van staal en inheemse materialen als hout en kalksteen, van Estse architecten met betoverende kabouternamen als Andres Alver en Tut Trummel, die voor hun modern gebouw tegen de nostalgiestroom moesten oproeien. Even imponerend, maar van een andere orde zijn de kelderruïnes die overbleven van het Russische bombardement van 9 maart 1944, waarbij 463 doden vielen.

We beklimmen de stadsmuur met de oude houten gaanderijen. Tussen oordeel en gevoel gaapt een brede kloof en wanneer de avond valt, laten we ons helemaal door de stad verleiden.

We hebben zoete herinneringen aan Tallinn en Estland en vieren dat . Dan beklimmen we de trein naar St. Petersburg, de elegante, maar gecraqueleerde oude dame die nu een facelift krijgt. Petersburg wordt in adembenemend tempo opgeknapt. Net als Tallinn en onder hetzelfde regime was ook deze stad weliswaar verwaarloosd, maar niet afgebroken voor notenbar en boetiek. Nieuwe daken, gestucte en geschilderde gevels en houtwerk, kortom Keynes in praktijk en werk voor duizenden, waarin zich dan alsnog de middenstand vestigt. Het levert de renaissance op van een schitterende stad aan de wijd uitwaaierende Neva, met grachten en bruggen als in Amsterdam, maar met de keizerlijke architectuur van Parijs, brede paleisgevels en riante binnenplaatsen.

Achter zo'n verwaarloosde façade aan de Nab Reki Fontanki, de Petersburgse Herengracht, schuilt het lastig te vinden Anna Achmatovamuseum. Op een paar gedichten van Osip Mandelstam na nauwelijks uitleg in het Engels. Maar veel ontroerende foto's van vergane tijd. Waaronder de wellicht laatste foto van Mandelstam in het zoveelste concentratiekamp, met die naar binnen getrokken blik, waarin hij zo op Brodsky lijkt. Onverzettelijk, maar al half dood gesard door het regime, dat door Nederlandse intellectuelen tot ver na Mandelstams dood aanbeden werd. 'Denn mich kann vom Leben nichts trennen.' Vitrines vol brieven en tekeningen.

Een verdieping hoger een tentoonstelling van foto's met zoals dat heet jonge intellectuelen en kunstenaars op een kennelijk half-illegale opening, arm-in-arm met een Russische Jan Cremer. Over dat alles doodse stilte en drie droeve waakvrouwtjes op stoffige stoeltjes.

Met de Raketa, de Russische vleugelboot, stuiven we over de Neva naar Petershof, het Baltisch Versailles van Peter de Grote, met zijn ongelooflijke vergulde fonteinen en paviljoens waaronder nieuwe die als kiprestaurant dienen voor de duizenden inheemse toeristen en trouwlustigen die hun huwelijksfoto laten maken. Terug nemen we de lokale bus langs kilometers groene kust, voormalig Sperrgebiet. Dat heeft als voordeel dat die kustlijn niet bebouwd en vrijwel ongerept is, evenals de Estse Oostzeekust waaronder het prachtige natuurpark Latheema. Maar of dat vlak bij Petersburg zo blijft? De hoogbouw rukt op.

In een vervallen wijk vinden we 's avonds het wat slordige Georgisch restaurant Tblisi waarvan de prijzen niet vervallen blijken. De uitbater heeft, om met Strindberg te spreken, een kop als een mediterrane rattenvallenverkoper en rekent voor vier glazen wijn meer dan voor de hele maaltijd. Dubbele glazen, zegt hij ter verklaring.

We logeren in de bruin gefineerde verdieping van hotel Moskva. Er is een theorie volgens welke communistische architectuur, vormgeving en kleurstelling, de laatste strontbruin, er op gericht waren de onderdanen in voortdurende staat van depressie te houden. De diarree

tinten dempten elke opstandigheid. Ook legde het communisme met zijn nadruk op smakeloze lelijkheid een egaliserend verband met de werkelijkheid van de meesten harer aanhangers: lelijke, dikke en gebrilde jongens en meisjes, herinner ik me uit mijn kindertijd, voelden zich in de communistische jeugdbeweging zeer thuis. Vormgeving en kleurstelling pasten heel wel bij de verontwaardigde geestesgesteldheid van de communistische medebewoners uit mijn geboorte-Betondorp: de religie der verongelijkten. Een andere rode erfenis is dat, anders dan in het westen, de jeugd hier kleiner is dan ik met mijn bescheiden een-meter-tachtig.

De kruiser Aurora, waarop de Revolutie begon, overigens een kopie, ligt voor het prachtige gebouw van de admiraliteit. Nederland, dat wil zeggen de Republiek, heeft bij het inrichten van de Russische marine een flink aandeel gehad. De vlag is dan ook rood-wit-blauw, zeetermen als matroos, schipper, stuur- en bakboord zijn Russische verbasteringen van het Nederlands.

Langs de Neva staan twee mismoedig ogende paarden waarop aan- en afgereden bruidsparen klimmen om gefotografeerd te worden, wat met veel gekir en gegil gepaard gaat. Vooral de mannen steken ongemakelijk in hun trouwkostuums. We zullen dat de hele reis lang zien: hoe armer de samenleving, hoe feestelijker de bruiloften.

En dan Gogol. Geen straat die de Nevski Prospekt te boven gaat, in ieder geval niet in Petersburg. Voor die stad betekent zij alles. Daar kan Nescio met zijn Sarphatistraat niet bij. Nu wordt de Nevski bevolkt door hoogbenige meisjes en mobielers met zwarte jacks; voor een minderheid is de welvaart losgebarsten. De buitenwijken geven een ander beeld: flats als verspreide grafstenen, half geplaveide straten, winkelwagentjes met kool en spek.

Een beproefde methode om een stad naar willekeur te zien is vanaf het centrum een radiale bus of tram nemen naar het eindpunt in de buitenwijken. Wie bij het Moskva-station tram nummer 90 bestijgt, eindigt na een rit door de stedelijke uienschillen op het Kalininplein waar in de lokale delicatessenzaal Samson voor 2 euro het beste broodje haring én Russisch bier én dubbele wodka wordt geserveerd. Geheel gesterkt keren we naar het centrum terug. De tram valt bijna uit elkaar. Wie de deuren dicht hoort donderen, denkt dat de oorlog uitbreekt. Hij davert door een van die duizenden vervallen industriewijken waar het leven zich mengt met de fabrieksruïnes.

Heerlijk Russisch bier: de tragiek van het Russische volk is onmetelijk, ook omdat men voor drie maal de prijs Heineken gaat drinken, waardoor de armlastige Russische brouwerijen nog verder in de problemen raken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden