Een gordijn tegen de kou

Ze waren decennia geleden de eersten die zich bekommerden om hun leefomgeving. Hoe kijken de pioniers aan tegen de hype die het milieu nu is geworden?...

tekst JEROEN KLEIJNE

Sinds Al Gore’s wereldwijde kruistocht met de film An Inconvenient Truth staat het milieu (weer) op de agenda, ook in Nederland. Op Prinsjesdag kondigde de regering aan te streven naar een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met 30 procent ten opzichte van 1990. Nederland moet daarom jaarlijks 2 procent energie besparen en in 2020 eenvijfde van zijn energiebehoefte halen uit duurzame bronnen, zoals wind- en zonne-energie.

Je zou bijna vergeten dat talloze milieuridders al decennia lang tevergeefs hebben geprobeerd de aandacht te vestigen op de milieuvervuiling en de opwarming van de aarde. En op de problemen die daar het gevolg van zijn.

‘Het klimaatbewustzijn is groter dan ooit, er kunnen wat mij betreft niet genoeg Al Gores zijn,’ zegt klimaatpionier Jan Juffermans (62). De ‘klimaatneutrale’ Juffermans werkt sinds 1978 voor De Kleine Aarde, centrum voor duurzaamheid in Boxtel. Van frustratie of cynisme, nu het milieu een hype is, bij hem geen spoor. ‘Natuurlijk schrik ik ervan als ik hoor dat Gore in zijn eigen huis enorm veel energie verbruikt, maar in zijn geval is dat niet zo belangrijk. Laat ’m maar lekker de wereld rond vliegen. Zo lang hij de juiste boodschap verspreidt, is dat een goede investering.’

Juffermans’ jaren-zeventigrijtjeshuis in Boxtel is herkenbaar aan de negen zonnepanelen op het schuine dak. Links op het tuinpad een enorme composthoop. De voordeur wordt aan het oog onttrokken door de lakens die klimaatvriendelijk te drogen hangen onder het afdakje. De elektrische deurbel is lang geleden vervangen door eentje die je met de hand kunt laten rinkelen. En hij trakteert de verslaggever graag op ‘CO2-neutraal’ diksap, gemaakt van Nederlandse zwarte bessen.

Het milieubewustzijn van Juffermans werd gewekt toen hij in 1972 in zijn eerste sabbatsjaar samen met zijn vrouw tien maanden lang grote delen van Azië doorkruiste. ‘Van Afghanistan tot Bangladesh, van Korea tot de Filipijnen: overal kwam ik armoede en honger tegen. Het eerste wat ik deed toen ik terugkwam, was minder vlees eten. Omdat ik weet dat daardoor uiteindelijk meer landbouwgrond beschikbaar komt en dus meer voedsel voor de wereldbevolking.’

In die tijd las hij in de krant over de oprichting van De Kleine Aarde. ‘Een eyeopener. Ik ben onmiddellijk donateur geworden en zoog alle informatie op die ik kreeg. Dat je bijvoorbeeld van organisch afval weer aarde kunt maken – dat vind ik nog steeds een wonder! Een paar jaar later heb ik bij De Kleine Aarde gesolliciteerd. Ik werd aangenomen en ben direct verhuisd naar Boxtel.’

Ook de bewustwording van Sjaak de Ligt (52) begon met een verre reis. Voor de ontwikkelingsorganisatie SNV werkte hij begin jaren tachtig in West- Afrika. Hij schrok van de verschrikkelijke ontbossing die hij daar aantrof. ‘Toen ik later hoorde dat 20 procent van de CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door ontbossing, ben ik me op alle mogelijk manieren gaan inzetten voor het planten van nieuwe bossen.’

Sindsdien realiseerde De Ligt nogal wat bosprojecten, vertelt hij aan de picknicktafel in de grote tuin van zijn vrijstaande huis in Dieren. ‘Ik begon bij de stichting Face, die in opdracht van de Samenwerkende Elektriciteits Productiebedrijven (SEP, het huidige Tennet) op veel plaatsen bossen aangeplant heeft. Van gemeentelijke bossen in Nederland tot projecten in Oost-Europa, Ecuador, Uganda en Maleisië. Het Leeuwarderbos was zelfs het eerste broeikasbos ter wereld.’

Later begon De Ligt voor zichzelf. Zes jaar geleden begon hij Trees For Travel. Via deze stichting kunnen reizigers de CO2-uitstoot van hun vliegmijlen of autokilometers compenseren door bij te dragen aan de financiering van bossen. Met bossen in vier werelddelen verwacht Trees For Travel in 2007 de uitstoot van 58.000 ton CO2 teniet te doen. Donateurs zijn honderdvijftig bedrijven en ruim tweeduizend particulieren.

Op bedrijven als Trees For Travel bestaat veel kritiek, onder andere van Greenpeace. Volgens De Ligt is dat niet terecht. ‘We moeten in de eerste plaats zo weinig mogelijk energie gebruiken. Daarnaast moeten we kiezen voor het gebruik van duurzame energie. En voor het restant blijft er dan compensatie over. Je kunt het zien als de glasbak van het vliegen.’

Gert Spaargaren, hoogleraar milieubeleid aan de Universiteit van Wageningen, is het met De Ligt eens: ‘Zo hebben we het ook gedaan met de luchtvervuiling door bedrijven. Het is begonnen met filters op pijpen, daarna zijn we gaan praten over schone productieprocessen.’ Sjaak de Ligt: ‘Het uiteindelijke doel is natuurlijk dat compensatie niet meer nodig is, omdat we alleen nog maar duurzame energie verbruiken.’

Het bevorderen van duurzame energie is het dagelijks werk van Dick van Elk (62). Met zijn coöperatieve vereniging De Windvogel strijdt hij al sinds 1985 voor windmolens. Tijdens zijn studie chemische techniek in de jaren zestig verbaasde hij zich erover dat chemische fabrieken vaak aan het water gebouwd werden. ‘Omdat je daar het eenvoudigst je afval kon lozen. De economie is dan leidend bij de keuzes die bedrijven en politici maken. Niet het milieu. Tot op de dag van vandaag is dat zo. Ze vergeten dat economie komt van het Griekse woord ‘oikos’, dat ‘huis’ betekent. Je moet als maatschappij je ‘huis’ op orde hebben. Je kunt het niet maken om je rotzooi over de schutting te gooien.’

In 1983 woonde Van Elk de Wereldraad van Kerken in Vancouver bij. De opdracht waarmee het gezelschap toen uiteenging, was iets te doen aan vrede, gerechtigheid of milieu in de eigen gemeenschap. Van Elk richtte bij thuiskomst een gespreksgroep op over duurzame energie. ‘Daar is De Windvogel uit voortgekomen. Windenergie is de best betaalbare vorm van duurzame energie en historisch gezien de meest logische. Er staan nu zo’n achttienhonderd windmolens in Nederland, maar honderd jaar geleden waren dat er ruim tienduizend. Ruim voldoende om te voorzien in de elektriciteitbehoefte van zeven miljoen huishoudens en alle bedrijven.’

Wie vanuit Amsterdam naar Van Elks woonplaats Reeuwijk rijdt, passeert twee windmolens van De Windvogel: langs de A2 bij Ouderkerk aan de Amstel en langs de A12 bij Gouda. Daarnaast heeft de vereniging molens laten neerzetten in Bodegraven, Halsteren en Den Haag. Alles bij elkaar voorzien de molens van De Windmolen tweeduizend huishoudens van stroom.

‘Onze molen in de gemeente Ouder-Amstel voorziet 25 procent van de bewoners van elektriciteit. We zijn in gesprek met de gemeente om daar 100 procent van te maken. Elke gemeente kan met windmolens in zijn eigen energiebehoefte voorzien, steeds meer gemeenten beseffen dat gelukkig.’

Hoogleraar milieubeleid Spaargaren juicht dit soort kleinschalige initiatieven toe: ‘Het is vooral goed dat mensen niet alleen kijken naar hun individuele energiebehoefte, maar initiatieven ontplooien op buurtniveau. Ik heb zelf zonnepanelen op mijn dak staan. Als ik te veel elektriciteit produceer, gaat dat terug in het net en kan iemand anders het gebruiken. Het basisidee moet zijn: geen afscheid nemen van moderne productie en distributie van energie, maar mensen op decentraal niveau meer betrekken. Een windmolen in een wijk zetten is hartstikke mooi, omdat je een rechtstreeks verband laat zien tussen opwekking én verbruik van energie.’

Naast zijn werk voor De Windvogel is Van Elk directeur van het automatiseringsbedrijf Advidata. De meters aan de muur van zijn kamer zijn geen stille verwijzing naar de opwarming van de aarde, maar een erfenis van zijn verleden als chemisch proces-ingenieur: in zijn bedrijf in Reeuwijk proberen Van Elk en zijn medewerkers zuinig om te gaan met energie en afval.

De koelte in zijn kamer komt door het raam dat open staat – airco is natuurlijk uit den boze. Elektriciteit komt van zonnecellen op het dak, Advidata pompt grondwater op om de kantoorruimte te verwarmen met behulp van een warmtewisselaar. En het bedrijf produceert slechts twee kilo afval per week, alleen wat verpakkingsmateriaal. Thuis gaat Van Elk al even zuinig om met energie. Zijn hr-ketel hoopt hij binnenkort te vervangen door een nog zuinigere energiecentrale, die restwarmte benut voor verwarming van zijn huis. ‘Ik trek liever een trui aan dan dat ik de verwarming een graadje hoger zet,’ zegt Van Elk. ‘Mijn vrouw vindt dat weleens oncomfortabel.’

Sjaak de Ligt bracht in de vijftien jaar dat hij in zijn huis woont zijn gasverbruik eerst terug van vierduizend naar 2.700 kubieke meter gas. ‘Alleen maar door muurisolatie.’ De besparing investeerde hij in vloerisolatie en een nieuwe hr-ketel met zonneboiler.

‘Nu zit ik nog maar op 1400 kuub.’

Voor zijn huis staan twee kleine afvalcontainers, maar die zijn zelden vol. Sterker nog: af en toe gooien de buren er hun teveel aan vuilniszakken in. De twee compostvaten in zijn tuin komen goed van pas op de Dierense zandgrond. De Ligt heeft zijn dakgoot afgekoppeld; overtollig regenwater verdwijnt in een van de twee vijvers. Hij heeft wel een afwasmachine, maar die wordt gevuld met water uit de zonneboiler. ‘In die zin ben ik een pragmaticus. In Afrika heb ik destijds mijn auto verkocht en ik heb er nooit meer een teruggekocht. Maar als ik toch een keer een auto nodig heb, huur of leen ik die gewoon. Ik doe geen dingen die ten koste gaan van mijn comfort.’

Pragmatisch: dat vindt milieubeleidskundige Spaargaren een uitstekende houding. ‘We worden ons bewust van de impact van ons gedrag op het milieu. Vervolgens moeten we een kritische dialoog voeren over de manier waarop we ons gedrag willen en kunnen veranderen. Je moet niet meteen zeggen: vlieg maar minder. Je moet zoeken naar schonere manieren om te vliegen. En soms kiezen voor andere manieren van vervoer. Ik moet deze week bijvoorbeeld naar Hamburg voor een congres. Ik kon een vliegticket krijgen, maar heb zelf een treinreis geregeld. Binnen een straal van 500 kilometer is de hogesnelheidslijn een uitstekend alternatief.’

Bij Jan Juffermans en De Kleine Aarde wordt het klimaatbewustzijn versterkt met de zogeheten mondiale voetafdruk. Volgens dit model neemt iedere wereldburger door te consumeren een deel van het aardoppervlak in beslag. Voor een inwoner van Bangladesh is dat 0,5 hectare, voor een Amerikaan 9,6 hectare.

De Nederlander heeft een voetafdruk van 4,4 hectare. Juffermans doet er alles aan dit gemiddelde naar beneden te krijgen. De klimaatfetisjist heeft zijn eigen oppervlakte bijna teruggebracht tot de gewenste 1,8 hectare. ‘Wat je kan doen, moet je doen.’

Gert Spaargaren heeft zijn twijfels bij de mondiale voetafdruk. ‘Je hebt criteria nodig om aan te geven dat een product een druk legt op het milieu, maar soms gebeurt dat te absolutistisch. Er is bijvoorbeeld een supermarkt die vanaf 2008 ‘foodmiles’ op alle producten wil zetten, dus hoeveel kilometer is afgelegd van de productie naar de supermarkt. Is dat we willen, alleen voedsel uit onze eigen buurt, van onze eigen boeren? Ik ben óók begaan met het lot van kleine boeren in ontwikkelingslanden. Ontwikkelings- en milieudoelstellingen moeten hand in hand gaan.’

In en rond Juffermans’ huis in Boxtel zijn de bewijzen van zijn besparingsdrang onontkoombaar. De A-label-koelkast staat ingesteld op 6 graden, de vloer is geïsoleerd met tonzon (een soort luchtzakken) en de open trap heeft hij dichtgemaakt met planken en een hergebruikte deur (‘uit 1908!’). Hoewel hij nog altijd het volledige reinigingsrecht betaalt, haalt de gemeente bij Juffermans niet meer dan drie containers per jaar op. In de kas (‘voor passieve zonneenergie’) staan bakjes voor alle soorten afval, van papier en karton tot kurk en metaal. ‘Als ze straks plastic gaan inzamelen, houd ik helemaal geen huisvuil meer over.’

De negen zonnepanelen op het dak leveren vrijwel alle benodigde elektriciteit; de dubbele zonneboiler zorgt van maart tot oktober voor warm water, ook voor de energiezuinige ‘hot fill’-wasmachine. In de badkamer loopt een aparte leiding van de wasbak naar de wc. ‘Als je geplast hebt, hoef je alleen maar heel even de kraan open te zetten.’ De zolder ligt vol dozen met spullen die ooit nog eens van pas kunnen komen (‘weggooien kan altijd nog’).

Volgens Juffermans is van elke woning een duurzaam huis te maken. Bijvoorbeeld met zijn eigen vinding: het gordijn waarmee de woonkamer gescheiden wordt van de eetkamer en de keuken. ‘Zo hoeven we in de winter ’s avonds alleen de kamer te verwarmen. Bovendien is het gezellig.’

Is dat nou nooit vermoeiend, dat klimaatneutraal leven? Hebben de drie nou nooit eens de behoefte zonder nadenken in een vliegtuig te stappen, of lekker lang te douchen? Juffermans: ‘Omdat ik weet dat het zinvol is, doe ik het met plezier. Reizen met de vouwfiets en de trein is pure luxe. De koffer gaat meteen achterop, dus je sjouwt geen meter. In 2004 ben ik op die manier naar China gereisd.’ Dick van Elk: ‘Ik ben van nature lui, maar de meeste aanpassingen zijn eenvoudig te realiseren.’ En Sjaak de Ligt: ‘Zoals gezegd: ik ben dus meer een pragmaticus. Als ik een keer zin heb om lang te douchen, doe ik dat gewoon.’

Met dezelfde laconieke houding reageren de klimaatpioniers op het ‘wegkapen’ van het milieu door zelfs autofabrikanten. De Ligt: ‘Je denkt natuurlijk wel even: dat wisten wij allang. Gelukkig is de burger slim genoeg om door die reclameretoriek heen te kijken. Autorijden doe je om ergens te komen. Het zal nooit een daad worden om het milieu te verbeteren, ook niet in een Toyota Prius of een waterstofauto. Bedrijven die zich met milieu gaan profileren zullen op hun beloften worden afgerekend. Ze moeten uiteindelijk doen wat ze beweren en daardoor zal het milieu minder worden belast.’

Juffermans: ‘Laat iedereen zich vooral groen voordoen. Dat geeft discussie en stof tot nadenken, en soms reden tot terugfl uiten. In combinatie met de komst van indicatoren voor duurzaamheid en duurzaamheidslabels wordt langzaam maar zeker duidelijk wat goed is en wat niet.’

Alleen hoogleraar Spaargaren heeft zijn twijfels over de uitwerking van de ‘groene golf’. ‘De individuele consument wordt te veel verantwoordelijk gesteld. Als hij maar geen vlees meer eet en geen auto meer rijdt, gaan de ijsschotsen niet naar de knoppen. Je kunt niet alleen maar roepen: jij moet je consumptie reduceren want je ‘voetafdruk’ is te groot. Het gaat uiteindelijk om politieke keuzen en de toekomst waar we met zijn allen naar streven. Overheden, instellingen en producenten moeten laten zien dat ze actie ondernemen en de burger uitnodigen om mee te doen. ‘Ik maak groene producten, op een aantrekkelijke manier, wil jij ze gebruiken?’ Dat is volgens mij de goede lijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden