Een golf aan installaties

De Rietveld Academie in Amsterdam werkt samen met de academie in Paramaribo om het onderwijs daar een impuls te geven....

De oude bus bij de ingang van de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord moet een trendy cafeetje worden. Twee ‘straatkunstenaars’ uit Paramaribo zijn overgekomen voor de beschildering. Ramon Bruyning (1968) plakt en snijdt een sjabloon op een busruit: het silhouet van een dansende Michael Jackson.

André Sontosoemarto (1961) schildert aan de buitenkant: moonshine taferelen want dit wordt een moonshinebar.

De twee zijn beroemd in Suriname. Bruyning beschilderde de helft van de bussen in Paramaribo. Sontosoemarto is overal in de stad aanwezig met reclameschilderingen op muren, vaak beschilderde hij cafés van top tot teen. Ze nemen deel aan de door Nederland reizende tentoonstelling Schaafijs & wilde bussen. Die toont de rijkdom van de straatkunst op de karren van schaafijs, de bussen en de muren van Paramaribo. Vanaf 11 september in Heden Den Haag.

In de zalen van de Rotterdamse tentoonstellingsruimte TENT. werken vijf beeldend kunstenaars uit Suriname aan hun installaties. Dit is het andere gezicht van de kunst in Suriname, uit een kring kunstenaars rond de kunstacademie Nola Hatterman Art Academy. De expositie Paramaribo Perspectives toont het werk van negen Surinaamse, meest jonge, kunstenaars en van enkele Rotterdamse kunstenaars die met hen in Suriname hebben gewerkt in het kader van een samenwerkingsprogramma, dat hiermee na vier jaar wordt afgesloten.

Geheel gescheiden werelden zijn het niet. Ravi Rajcoomar (1973) hangt in zijn hoek van de expositieruimte zwarte mensenfiguren aan het plafond, met hun hoofden naar beneden, maar vertelt dat hij zijn brood verdient met reclame schilderen en het ontwerpen van websites voor zakelijke klanten. De echte kunst ziet hij als een levensvervulling. Daarmee kan hij kwesties aankaarten die hem beroeren, zoals het hoge aantal zelfmoorden in een kleine gemeenschap als die van Suriname. ‘Waarom springen zoveel jonge mensen van de Wijdenboschbrug’, vraagt hij zich af. Hij deed navraag in het omringende district Miheri. Liefdesverdriet hoorde hij het meest, relatieproblemen. Vroeger werd het aan armoede geweten, en eigenlijk denkt Rajcoomar dat dat nog steeds meespeelt, ze zijn daar arm. De zelfmoorden staan in de kranten, maar over de motieven hoor je weinig spreken. Hij wil het gesprek daarover openbreken met zijn confronterende beeld.

Muurschilder Sontosoemarto fantaseert over een overstap naar het leven van vrije kunstenaar, al heeft hij een zeer bloeiende reclameonderneming. Zijn strakke stijl is zijn handelsmerk, maar zodra hij daarvan afwijkt, krijgt hij commentaar van zijn klanten. Voor het Surinaamse biermerk Parbo bedacht hij muurschilderingen waarbij de schuimlaag tegen het dak van een gebouw klotste. Hij vindt het zelf heel goed: opvallend, aantrekkelijk, anders. ‘Maar de opdrachtgever zei: doe het de volgende keer toch maar weer zoals vroeger, André.’

Dat hij nu in dubio staat, komt mede door de Rietveld Academie in Amsterdam. Docent en illustrator Tammo Schuringa was een van de gastdocenten op de Nola Hatterman academie en zocht contact met Sontosoemarto en de andere straatkunstenaars. Hij stelde van hun werk een boek en de expositie Schaafijs en wilde bussen samen, met Paul Faber van het Tropenmuseum in Amsterdam. De samenwerking van de Rietveld Academie was bedoeld om de academie in Paramaribo een nieuwe impuls te geven. Het onderwijs was daar nogal ouderwets gebleven, erg gericht op techniek en vaardigheden, zoals het in de koloniale tijd door de Nederlandse kunstenares en docent Nola Hatterman opgezet. Schuringa zag op straat echter een bruisende, heel eigen, kleurrijke Surinaamse beeldcultuur.

Wat is de invloed van de komst van de Rietveld Academie en van de Rotterdamse kunstenaars? Dat is in TENT. snel te zien: installaties en sociale thematiek.

Voor Dhiradj Ramsamoedj (1986) openden zij een nieuwe wereld. ‘Ik zat vast met het tekenen en schilderen en overwoog maar helemaal iets anders te gaan doen. Toen zag ik hoe je ook in 3D kon werken, je kunt veel meer kanten op. Dat is echt iets voor mij.’ Hij bedrukte de aluminium kroezen die zijn oma verhuurt voor feesten en partijen met haar beeltenis en stalt er in TENT. 140 uit op een vakwerk van latten en balkjes, zoals de binnenkant van veel huizen in Paramaribo eruit ziet. In Paramaribo exposeerde hij deze installatie in oma’s eigen huis (dat grotendeels onbewoond is), een ode aan de grootmoeder ‘en haar standvastigheid’.

Dat was een half jaar geleden, toen Thomas Meijer zu Schlochteren van het Centrum Beeldende Kunst Rotterdam met Christopher Cozier de expositie SPAN samenstelde, een overzicht van de hedendaagse kunst in Suriname en van de samenwerking met de Rotterdamse kunstenaars. Over SPAN bracht het KIT onlangs een mooi boek uit. De tentoonstelling in TENT is een selectie uit SPAN, maar de kunstenaars maakten ook speciale installaties voor Rotterdam.

George Struikelblok (1973) liet kinderen in een weeshuis schrijven of tekenen op goedkope plastic spiegeltjes schrijven of tekenen, die hij nu in een woud op de vloer van TENT plaatste. Hij wil de kinderen – die volgens hem te veel verstopt zijn – via zijn kunstwerk laten spreken tot het publiek. Het overbrengen van een boodschap, het delen van zorg, ziet hij als de grote kracht van de kunstinstallaties. Hij werd zelf bekend met zijn zeer kleurige schilderijen en portretten. Daarin zoekt hij meer de schoonheid van zijn kunst, en die schilderijen verkoopt hij of maakt hij in opdracht. Daar kan hij niet van leven; hij is tevens docent aan de academie. Als je geen reclamewerk doet is dat voor een kunstenaar in Paramaribo de enige vaste bron van inkomsten.

Voor Struikelblok kwam zijn kunstzinnige zelfontdekking tijdens zijn vervolgstudie in Jamaica, aan de Edna Manley College of Visual and Performing Arts. Daar kwam hij in contact met veel meer moderne stromingen uit Europa, de VS en elders in de wereld dan op de academie in Paramaribo. De docenten stimuleerden de studenten daar om te experimenteren, een eigen, individuele stijl te zoeken, vertelt Struikelblok. Hij ging veel vrijer werken, liet zijn emoties de vrije loop.

‘Ik maakte nogal somber werk in die tijd. Ik was met de dood bezig: mijn vader stierf voor ik werd geboren, mijn tweede vader, wiens naam ik draag, ging dood toen ik 2 was. Ik was net zelf vader geworden, voelde wat ik had gemist en het viel me zwaar om juist toen zolang van huis te zijn, weg van mijn vrouw en kind.’ Terug in Paramaribo werd zijn leven een stuk vrolijker en dat laat hij van zijn doeken knallen.

Ook op andere kunstenaars van zijn generatie was de MA-studie in Jamaica van grote betekenis, onder wie Kurt Nahar (1972) en Marcel Pinas (1971). Zij studeerden daar eind jaren negentig. Pinas exposeert zijn werk internationaal, maar in Suriname zocht hij juist zijn geboortestreek op. Vanuit Moengo doet hij kunstprojecten in de dorpen. Pinas deed wel mee aan SPAN, maar is niet op de expositie in Rotterdam. De curatoren kozen ervoor werk te laten zien van een jonge pupil van Pinas: Ken Doorson (1978).

Doorson studeerde in Nederland, toen hij hoorde van het project in Moengo. Hij bewondert Pinas en besloot zich bij hem aan te sluiten, vertelt hij. Het is vooral het politieke engagement met zijn volk dat Doorson aanspreekt. Het zette hem weer aan het denken over de geschiedenis van de slavernij, het Nederlandse kolonialisme, de vlucht van zijn voorvaderen het bos in. ‘Na het einde van de oorlog met Ronnie Brunswijks commando wilde Pinas wat voor zijn geboortestreek betekenen. Dat vond ik heel bijzonder, dat wilde ik ook.’

In dertig dorpen geven Doorson, Pinas en hun vrienden cursussen: ‘tekenen, schilderen, dans, muziek. We halen buitenlandse kunstenaars naar die dorpen, die na hun verblijf dan een kunstwerk in hun gastdorp achterlaten.’ De dorpelingen doen geestdriftig mee, volgens Doorson. Het helpt bij het verwerken van het verre en recente verleden en brengt hen in contact met de buitenwereld.

In Rotterdam beschildert Doorson een stellage waaraan flessen hangen, die elk een clan uit zijn geboortestreek symboliseren. Die clans dragen nog steeds de naam van de plantages, waarvan dan de stichters waren weggevlucht het bos in. Doorson zegt veelbetekenend: ‘Nederlandse namen.’

Marcel Pinas is in het boek over SPAN kritisch over de Nederlandse bemoeienis. Hij studeerde na Jamaica aan de Rijksakademie in Amsterdam (zoals vele Surinaamse kunstenaars), en hij zegt dat het maar goed is dat hij eerst zijn eigen weg had gevonden in Jamaica, omdat ze in Amsterdam erg hun eigen kijk op hedendaagse kunst op de buitenlandse studenten willen opleggen. Rietveld-docent Tammo Schuringa heeft ook zo zijn twijfels. Als hij de golf aan installaties ziet, vraagt hij zich af of de Nederlanders de jonge Surinaamse kunstenaars niet te veel een bepaalde richting op duwen. Doorson begrijpt die kritiek wel, maar hij relativeert die ook: ‘installaties zijn niet louter een Nederlandse invloed, iemand als Kurt Nahar maakte ze al veel langer.’

In TENT. bouwt Nahar aan een installatie over de decembermoorden, het dominante thema in zijn werk. Hij heeft een benauwde, afgesloten gang voor zijn werk gemaakt. Aan het ene eind ervan staat een executiepaal met een vuilniszak als een kap over een hoofd. Aan het andere uiteinde heeft hij een Nederlandse vlag geschilderd. De rol van Nederland bij de moorden vindt Nahar nog steeds duister. Het taboe is niet alleen in Suriname.

Het gaat hem aan het hart dat een nieuwe generatie de namen van ‘mijn helden’, de vijftien democraten die door de militaire junta van Bouterse werden vermoord bijna twintig jaar geleden, nauwelijks meer kent. En dat zij die het wel weten, ‘bang zijn hun namen op de lippen te nemen’. Hij zegt: ‘Wij Surinamers sluiten onze ogen voor andermans verdriet; als niet onze eigen vader is vermoord laten we het maar.’ Tegen die houding gaat zijn kunst in.

Zo staat er in zijn ruimte een kast, ‘zo’n oude kast als in elk Surinaams huis staat.’ Die kasten zijn altijd dicht want ze herbergen de familiegeheimen, zegt Nahar. ‘Ik heb de kast juist wijd open gezet.’ Er zijn allerlei symbolische voorwerpen te zien, een reproductie van de Mona Lisa met het gezicht van de duivel bijvoorbeeld.

Ook in Paramaribo kaartte hij het weggedrukte verleden aan. De reacties waren heel verschillend, in de twee kampen rond de kwestie-Bouterse. Nabestaanden voelen zich gesteund, de Bouterse-aanhangers gaan aan zijn werk voorbij. Hij krijgt wel kritiek op zijn werk, en hoewel hij persoonlijk niet is bedreigd, hangt er een spanning rond. ‘Mijn eigen familie wil liever dat ik ermee stop, maar dat kan ik niet.’

Hoe het zal worden onder president Bouterse, is afwachten, zegt Nahar. ‘Hij heeft beloofd niets te ondernemen tegen de kunst en de pers. Dat hoop ik dan maar.’ En dat aan Nederlandse kant wordt getwijfeld of samenwerking zoals die met Rotterdam en de Rietveld Academie nog wel kan met het nieuwe bewind, vindt hij begrijpelijk. Maar hij zou het toch jammer vinden als het zou stoppen. Voor hem en de andere kunstenaars in Suriname is veel mogelijk geworden door de steun. Dat Surinaamse kunstenaars meer naar buiten kijken – naar Nederland, maar ook de Cariben – bevalt hem juist goed, ‘want in Suriname hebben wij een nogal eenzaam bestaan’.

President Bouterse, blijft uitwisseling?
De benoeming van Desi Bouterse tot president van Suriname zorgt ook voor onrust over de culturele samenwerking met Nederland. Kan dat nog wel? De Amsterdamse politiechef Welten veroorzaakte opschudding met zijn opmerking dat Amsterdam de contacten moest bevriezen, zeker op politiegebied, maar werd teruggefloten door Den Haag. Wat er gaat gebeuren blijft onzeker, ook in de culturele uitwisseling. De directeur van de Rietveld Academie, Tijmen van Grootheest, verwacht niet dat de gemeente de subsidiëring zal stopzetten, ‘voor uitwisseling van douane of politiegegevens kan ik me dat nog voorstellen, voor cultuur niet.’

In Rotterdam was het uitwisselingsprogramma net voltooid bij de verkiezingsoverwinning van Bouterse. Maar er was de wens voor een vervolg. Programmadirecteur Mariette Dölle van TENT. zegt dat zoiets niet meer vanzelfsprekend is, ook niet vanuit Suriname gezien. Bouterse heeft zich zeer kritisch uitgelaten over Nederlandse bemoeienis op allerlei vlak. Er wordt in Paramaribo en in Rotterdam overlegd over de ontstane situatie, zegt ze, maar het is te vroeg al conclusies te trekken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden