Een goede minister begrijpt dat trouw wederkerig is

.

Wachtend op nieuws over de minister verschans ik me bij de benzinepomp tegenover de kazerne. De slagbomen zijn gesloten. Daar kom ik niet binnen. Het uitgestrekte kazerneterrein is verboden gebied en vandaag helemaal: politieke landmijnen overal. De minister staat op scherp.

Henry Hoving en Kevin Roggeveld kwamen van deze kazerne: 13 infanteriebataljon luchtmobiel. De mortiergranaten die ze mee naar Mali kregen waren rot; ze stierven niet voor, maar door het vaderland. Dat Nederland z'n soldaten slecht uitgerust overzee stuurt is bekend, de Rekenkamer schreef het twee keer duidelijk op. Bij de begrafenis van Kevin spraken zijn maten er schande van. Maar het belangrijkste wapen van een soldaat is nog steeds zijn loyaliteit, en dat is vrees ik waarom de minister steeds zo lauw kan reageren.

Bij de benzinepomp komen jonge soldaten zoals Henry en Kevin. Ze kopen er Red Bull en sigaretten. Zo ziet een beroepsleger eruit: tanige jongens die vrolijk de voordelen showen van hun jeugd en van hun subwoofers. Het zijn de werkbijen van defensie. Ze mogen niet in uniform over straat, dat is gevaarlijk, maar zijn desondanks eenvoudig te herkennen. Het is de schattende blik in hun ogen als ik ze vraag naar het lot van de minister, wijzend op de krantenbak van het tankstation met daarin De Telegraaf ('Waarom zegt Hennis geen SORRY?') en het Dagblad van het Noorden ('Minister Hennis ligt onder vuur').

'O, dat', zeggen ze. Dat is allemaal 'Den Haag', dat is iets van 'hoog daarboven'. Het zijn infanteristen, bijna klaar met de opleiding. Ze komen recht uit het bos, 'vijf uur slaap in drie dagen', en stuiteren nog wat na. Wat de 'hogen daarboven' betreft: het houdt ze niet bezig. De kunst van het soldaat zijn is blind vertrouwen op je meerdere. Mortieren in Mali? 'Duizend keer gaat het goed, één keer gaat het fout.'

De krantenbak van het tankstation.

Loyaliteit is de basis van elk leger. En dat is nu het echte probleem, zegt Jaap van der Laan als ik hem bel, de lokale afdelingsvoorzitter van de militaire vakbond. 'De minister staat altijd met het vingertje opgeheven vooraan in de wereld, en stuurt dan soldaten weg met slechte spullen.' Dat is niet van nu, dat speelt minstens al sinds Uruzgan. 'De loyaliteit neemt af', zegt Jaap, 'pelotonsgewijs lopen ze defensie uit.' Als ik ga kijken bij de banenwinkel van de landmacht vlakbij, tref ik niemand.

Dan verzin ik een list om toch de kazerne binnen te komen.

Kevin en Henry waren stoottroepers. Dat is een regiment met een geschiedenis. Op het kazerneterrein is er een museum aan gewijd; ik meld me als bezoeker en wordt vervolgens opgehaald door museumvrijwilliger Heine die me door de slagbomen gidst en over het grote, kalme terrein waar alles een afkorting heeft: gn mil vtgn.

Promotie voor de stoottroepers, aan het hek van de kazerne.

Het museum is het middelpunt van de kazerne, een monument voor de manschappen. De geschiedenis van de 'stoters' begint tijdens de bevrijding en eindigt vooralsnog in Mali; de museumzalen volgepakt met overzeese herinneringen.

Heine was zelf bij de stoottroepen, vertelt hij. Bosnië, Afghanistan, Irak. Het is dat hij drie jaar geleden met pensioen moest, anders was hij ook naar Mali gegaan. 'We zijn een professioneel leger', zegt hij een paar keer. 'Ik weet zeker dat de minister haar uiterste best heeft gedaan.' Hij geeft haar hoe dan ook '100 punten' - in het leger werken ze met de schaal van 1 tot 100, als het om beoordelingen gaat. 'In welk burgerbedrijf worden geen fouten gemaakt?'

Voor altijd soldaat, voor altijd loyaal.

Ik loop door het museum en de dood is overal. Tekst bij een foto van een begrafenis in Nieuw-Guinea: 'Ook deze bezigheid kwam helaas dikwijls voor'. De tentoonstelling is dooraderd met foto's van gesneuvelden. Lex van der Schuit, schietongeval. Emiliano van Ommeren, verkeersongeval. Jos Leunissen, slag bij Chora. Ronald Groen, operatie Spin Ghar. Tim Hoogland, vuurgevecht. Raviv van Renssen, Srebrenica. Ook in Srebrenica moesten ze het doen met oud en karig en ondeugdelijk materiaal.

De expositie eindigt met de foto's van Kevin en Henry. Heine zegt: 'De minister kan opstappen, maar wat dan? Beter maakt ze haar werk af.'

Kevin en Henry in het museum van hun regiment.

Ik denk aan alle ongelukken waarvoor defensie geen sorry wilde zeggen. Aan de chroom 6-affaire. Aan klokkenluider Fred Spijkers. Aan de korzeligheid waarmee defensie reageerde op het schrijnende verhaal in de Volkskrant van een door zijn maten misbruikte soldaat. Aan de commando's die een kameraad verloren omdat defensie geen veilige schietbaan regelde. Die beginnen nu een rechtszaak. Commando's die hun meerderen wantrouwen - het is van een niet te onderschatten ernst.

De minister verdwijnt en dan komt er een nieuwe - daarin heeft Heine gelijk. Maar een goede minister begrijpt dat loyaliteit wederkerig is, en handelt ernaar.

t.heijmans@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden