‘Een goed schilderij ken je nooit’

Na ruim zestien succesvolle jaren neemt Frits Duparc afscheid van het Mauritshuis – met pijn in het hart. ‘Je kunt beter niets kopen, dan onder je niveau.’ Door..

Koningin Elizabeth leende hem negentien Holbeins die Windsor Castle nog maar zelden hadden verlaten. Hij wist bijna alle Vermeers ter wereld bij elkaar te krijgen voor een inmiddels legendarische tentoonstelling. Hij verwierf in 1999 een Rembrandt voor het destijds ongekende bedrag van 32 miljoen gulden.

Frits Duparc (59) neemt na 16,5 jaar afscheid van het onder zijn leiding tot vermaard museum uitgegroeide Mauritshuis in Den Haag. Maandag draagt hij het directeurschap van het museum, dat een aantal topstukken uit de Gouden Eeuw herbergt, over aan zijn opvolgster Emilie Gordenker. Duparc is een gentleman die zachter praat naarmate hij zijn boodschap belangrijker vindt. Hij geldt als een uitstekende kunsthistoricus, maar ook als een bedreven netwerker die voor het museum tal van schilderijen verwierf.

Het Mauritshuis

Het Mauritshuis
‘Nog steeds, na al die jaren, word ik stil als ik op zaal loop. Zo’n topcollectie in het mooiste stadspaleisje van Nederland, direct aan de Hofvijver. Het merendeel van de Hollandse 17de-eeuwse schilderijen is gemaakt voor privé-huizen, dus zijn ze meestal niet zo groot. In een groot museum tonen ze vaak als postzegels, verdrinken ze. Hier voelen ze zich thuis, hier komen ze tot hun recht.

Het Mauritshuis
‘De eerste keer dat ik het Mauritshuis bezocht, was aan de hand van mijn vader, op een zondagmorgen. Ik was 10, we gingen naar de Jan Steen-tentoonstelling, 1958. Ik verzamelde al briefkaarten met afbeeldingen van schilderijen van Vermeer, Rembrandt, Frans Hals. Mijn grootvader en mijn vader zijn allebei hoofd geweest van de afdeling Musea, Monumenten en Archieven van het ministerie van Cultuur. Ik bladerde in alle catalogi die bij ons in huis lagen. Voor het eerst zag ik die schilderijen in het echt. Het maakte een enorme indruk.

Het Mauritshuis
Vanaf mijn 17de was het mijn droom: directeur worden van het Mauritshuis. Ik begreep natuurlijk dat de kans daarop miniem was, maar ik heb het wel altijd in het vizier gehouden, er naartoe gewerkt. Ik voel me minder thuis in een Hermitage, een Louvre. Ik ben een paar keer benaderd voor grote musea, maar ik heb nee gezegd, zonder een seconde te aarzelen. Ik wilde geen fulltime manager zijn. Ik wil ook bezig zijn met de kunst zelf, met tentoonstellingen maken, aankopen, teksten maken voor de catalogi. De inhoud.’

Contacten

Contacten
‘Ik vind het zo’n rotwoord, netwerk. Ik heb veel contacten. Met particuliere verzamelaars, met collega’s, met het bedrijfsleven, met fondsen, met de politiek. De collectie van het Mauritshuis is compact, maar van het allerhoogste niveau. De paar lacunes die er zijn, heb ik vanaf mijn aantreden gepoogd in te vullen. Op het niveau van de collectie. Je kunt beter niets kopen dan onder je niveau. Er is nog heel veel in particuliere handen. Wat waar zit, wie wat heeft, dat heb ik genoteerd in mijn hoofd.

Contacten
‘Ik ben dol op verzamelaars. De buitenwereld denkt vaak dat ze het doen om de belegging, dat ze nauwelijks weten wat ze aan de muur hebben hangen. Nou, onzin. Van de 100 verzamelaars die ik ken, zijn er 99 gepassioneerde liefhebbers. We spreken dezelfde taal. Ze vragen me om advies, ik kom bij hen thuis, zo bouw je een relatie op.

Contacten
‘Maandag presenteren we een meesterwerk dat ik ken sinds 1979. Het kwam tijdens een veiling in particuliere handen, waarna het werd doorverkocht aan degene van wie ik het nu heb gekocht. Sinds 1992 ben ik met die man aan het praten. Je komt elkaar tegen op de beurs in Maastricht, je trekt je agenda, drie weken later zit je bij hem thuis. ‘Mooie verzameling, dat schilderij daar zou mooi passen bij ons’, laat ik me dan ontvallen. Op een gegeven moment kreeg ik de belofte: als ik het ooit verkoop, bied ik het u als eerste aan. Dan heb je dus iets uitstaan. Afgelopen vrijdag is het koopcontract getekend.

Contacten
‘Mijn vrouw heeft op de achtergrond enorm bijgedragen aan de goede contacten. Als ik weet dat een buitenlandse collega-directeur in Nederland is, vraag ik hem bij ons thuis te eten, want kunsthistorici horen een goede smaak te hebben. Mijn vrouw kookt dan een fantastisch diner. In dat opzicht verschillen wij, dan bedoel ik mijn vrouw en ik, wel van veel andere directeuren. We geven aan de vooravond van een opening een diner thuis voor bruikleengevers, we staan samen bij de voordeur van het Mauritshuis om te ontvangen tijdens de vriendenavonden. Veel van mijn collega’s zijn dierbare vrienden geworden. Dat blijven ze ook na mijn aftreden, daar heb ik geen twijfel over.’

Geld

Geld
‘Man van 65 miljoen? Zo reken ik niet, zo denk ik niet. Ja, als je het allemaal op een rijtje zet, heb ik misschien voor dat bedrag aan schilderijen verworven. Maar op het moment dat het er hangt, denk ik niet meer aan geld. Wat ik zie, is de schoonheid van het werk.

Geld
‘Sinds 1998 hebben we een contract met de BankGiro Loterij, waarvan we 1,5 miljoen euro per jaar krijgen. Dat heeft mijn leven als museumdirecteur aanzienlijk veranderd, daardoor kan ik überhaupt dromen van aankopen. Met dat geld kan ik aan andere fondsen laten zien dat ik het serieus meen. Vijftien jaar geleden was er veel minder mogelijk. Toen had je natuurlijk al de Vereniging Rembrandt, maar nu zijn er veel meer fondsen waar je kunt aankloppen, zoals het VSB Fonds en het nieuwe SNS Reaal Fonds. De Mondriaan Stichting is ook heel belangrijk.

Geld
‘Als iemand mij zestien jaar geleden had gezegd dat ik 35 schilderijen zou gaan verwerven, waaronder een Rembrandt, drie Rubensen en een Jacob van Ruisdael, dan had ik geantwoord: joh, dream on. Ik heb er geen moeite mee al dat geld bij elkaar te brengen, want alles wat hier komt te hangen, wordt onderdeel van de collectie-Nederland. Ik doe dat voor u, voor uw buren, voor uw kennissen in Meppel en Appelscha. Maar ik zou nog geen 10 eurocent aan u durven vragen voor een broodje.

Geld
‘Sponsoring zie ik niet als een hogere vorm van bedelen. Het is een zakelijke overeenkomst. Shell sponsort nu de tentoonstelling Hollanders in beeld, maar in ruil daarvoor zie je wel overal dat logootje. Ik heb gisteren een hoge Shell-baas uit Londen rondgeleid, we geven avonden voor Shell-relaties. Zij maken ook goede sier. Bovendien, zonder sponsoring geen tentoonstelling, dat is heel simpel. Ik heb er geen moeite mee, mits heel duidelijk is waar de grens loopt. Die angst dat Shell ons komt vertellen waar de schilderijen moeten hangen, of dat een werkje van de neef van de CEO er ook bij moet, ik heb het in al die jaren nog niet meegemaakt.’

Rembrandt

Rembrandt
‘Het verwerven van het Portret van een oude man, in 1999, was het absolute hoogtepunt qua aankoopbeleid. De wetenschap dat het hier ook nog hangt als ik er niet meer ben, geeft een enorme voldoening. Iedereen vraagt zich op een gegeven moment af wat hij heeft gedaan met zijn leven. Dat ik de Oude man heb teruggehaald naar Nederland, daar geniet ik nog elke dag van.

Rembrandt
‘Ik zou niet durven zeggen of het schilderij dat een paar maanden geleden bij een veiling opdook, een echte Rembrandt is. Dan zou ik het eerst moeten zien, zoals de leider van het Rembrandt Research Project, Ernst van de Wetering, het ook eerst wil zien. Maar wat ik een zorgelijke ontwikkeling vindt, is dat het woord van Ernst wet is geworden. Het doet me denken aan de situatie van honderd jaar geleden, toen de toenmalige Rembrandt-kenner Bredius in een spotprent werd neergezet als een orakel, wijzend met een vinger: dit is wel een Rembrandt, dit niet.

Rembrandt
‘Kunstgeschiedenis is geen exacte wetenschap. We kunnen op basis van beredeneerde argumenten een conclusie trekken, maar we moeten accepteren dat anderen er anders over denken. Als we zien welke Rembrandts dertig jaar geleden werden erkend en welke nu, dan zie je grote verschillen. Wat we tegenwoordig krijgen als de mening van het Rembrandt Research Project, is in wezen de mening van een man, die er overigens heel erg veel van afweet.’

Vermeer

Vermeer
‘Toen ik aan mijn doctoraalscriptie werkte en iedere dag bij het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie zat, leerde ik Arthur Wheelock kennen, die daar ook zat te studeren. Ik droomde van het Mauritshuis, hij van de National Gallery in Washington. ‘Frits, later als we groot zijn, dan doen we een Vermeer-tentoonstelling’, zei hij tegen me toen we vrienden waren geworden. Na de bekendmaking van mijn benoeming, was hij een van de eersten die belden. ‘Well Frits, let’s do it’, zei hij, inmiddels conservator van de National Gallery. Ik begreep niet direct waar hij het over had. We zijn het inderdaad gaan doen, al leek het een mission impossible, al die werken bij elkaar krijgen. In 1996 hadden we er hier 20 hangen, naast onze eigen drie Vermeers. Dat was nog nooit gebeurd, nergens ter wereld.

Vermeer
‘Ik probeer in het hoofd van de kunstenaar te kruipen. Ik merk dat zodra je wat meer vertelt, zo’n werk tot leven komt. Afgelopen zondag heb ik hier mijn jaarclub met dames rondgeleid. Ik vertelde over de Frans Hals uit Praag, het portret van Jasper Schade. Die staat afgebeeld met een koket hoedje volgens de laatste Parijse mode, in een prachtig brokaat kostuum, echt een dandy. We weten dat zijn familie zich zorgen maakte over al het geld dat Schade uitgaf aan kleding. De kwaliteit van Frans Hals is dat hij de dandy zo raak heeft neergezet dat we dat na 350 jaar ook nog zien. Ik hou van die schilderijen, ik word daar opgewonden van. Een goed schilderij ken je nooit. Ik stond een paar dagen geleden te wachten op een groep. Ben ik toch nog maar even naar Gezicht op Delft gegaan. En weer zie ik nieuwe dingen. Een goed schilderij, daar ben je nooit mee klaar.’

Afscheid

Afscheid
‘In de zomer van 1998 bleek dat ik kanker had. Een jaar later ben ik weer aan het werk gegaan. Sindsdien is het een dagelijks gevecht. De ziekte is weg, maar de behandeling heeft mijn lichaam aangetast. Dat is waar ik mee worstel. De buitenwereld denkt ach, wat stelt dat voor, directeur zijn van het Mauritshuis. Frits, wat doe je nou zo’n hele dag, grappen mijn vrienden wel eens. Om tien uur koffie met een krantje, dan de lijsten afstoffen en lunchen tot een uur of drie. En daarna?

Afscheid
‘In werkelijkheid ben ik minstens zes dagen per week bezig met dat museum, en ook nog eens vier, vijf, soms zes avonden. Dat kan ik fysiek niet meer opbrengen. Mijn lichaam protesteert. Het Mauritshuis heeft een directeur nodig die 110 procent energie heeft. Ik heb het volgehouden omdat ik heel veel energie put uit dit werk, maar er zijn grenzen. Loslaten zal moeilijk zijn. Ik ben hier 16,5 jaar directeur geweest, en daarvoor 7,5 jaar conservator. Ik heb hier dus bijna een kwart eeuw rondgelopen. Het is mijn leven, mijn baby. Maar het gaat lukken. Ik heb van mijn hobby mijn vak gemaakt, en nu ga ik van mijn vak mijn hobby maken. Ik ga schrijven, ik ga onderzoek doen, ik ben gevraagd als gastconservator. Dus u zult nog wel van mij horen. Maar de ontvlechting, de ontwenning, juist omdat we er zo mee bezig zijn geweest, juist ook met mijn vrouw samen, dat zal best lastig zijn. Mijn verstand zegt dat het goed is, mijn hart zegt dat het dom is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden