Een goed huis, een goed wijf en een goed bedrijf

Wie aan het Westland denkt, ziet een onafzienbare glasvlakte voor zich. Terecht. Maar er wonen ook 114.000 mensen, wier leven door God en arbeid wordt geregisseerd....

De jongens van hangplek De Krat zitten bij McDonald's als er een bedelaar binnenkomt. Zo'n man die niet kan praten en horen, die een pruldingetje op je tafel zet en dan na een paar minuten terugkomt om er geld voor te vragen. Moet je net Bolle hebben. Hij zegt: 'Mankeer je ook wat aan je handen? Bij ons is werk genoeg, hoor. Kun je zelf je geld verdienen.'

Leo van Vliet staat op zijn terras. Handen in de zakken. Achter hem een kast van een huis, voor hem een landgoed van een tuin. Hij heeft niets te klagen. Lieve vrouw, leuke kinderen, geen geldzorgen, alle tijd van de wereld. En dat is het 'm nou net. Al le tijd van de wereld, wat moet je ermee? Leo van Vliet wil weer aan de slag, als een speer.

Typisch Westland, zegt Dirk Louter. Zelf red zaam, arbeidzaam. 'Als ze ergens voor gaan, dan gaan ze ook als een speer, zoals ze hier zeggen.'

Vroeger was Louter wethouder in Alblas ser dam, tegenwoordig is hij consultant. Hij heeft aardig wat ervaring met gemeentelijke herindelingen, maar nog nooit zoveel doortastendheid beleefd als nu in het Westland. Meestal wordt er om elke millimeter gevochten. Waar komt het gemeentehuis? Wie levert de gemeentesecretaris? 'Hier hebben ze met een gezegd: het gemeentehuis komt in Naald wijk, lekker centraal, en we nemen een nieuwe gemeentesecretaris, dan hebben we daarover tenminste geen geouwehoer.'

Al in de jaren dertig werd gesproken over samenvoeging van de verschillende gemeenten in het Westland. De glazen stad, koosnaam voor de Westlandse tuinbouw, moest in gezamenlijkheid een vuist maken tegen de stenen stad. Maar het eigenbelang van de verschillende dorpen won het altijd.

In 2001 zijn per referendum al die verschillen overboord gegooid. Na de jaarwisseling fuseren de gemeenten 's-Gravenzande, De Lier, Monster, Naaldwijk en Wateringen. Een economische eenheid wordt een bestuurlijke eenheid. Bijna 96 duizend inwoners, ruim 8400 hectare groot. 'Echt uniek', zegt burgemeester T. Elzenga van Naaldwijk. 'Een fusie uit kracht.' Woensdag werd de nieuwe gemeenteraad gekozen.

Voor een goed beeld van het Westland is de bovenste etage in de kantoortoren van Flora Holland, de bloemenveiling in Naald wijk, een mooie plek. 's Morgens vroeg om zes uur, als beneden de eerste bloemen onder de klok doorgaan, zie je in de wijde omtrek plukjes helverlicht glas, alsof er ruimteschepen zijn geland. Bij daglicht blijkt pas hoezeer de tuinbouw het Westland in zijn greep heeft. Glas, zover als het oog reikt.

Toen de Fries Ties Elzenga werd geroepen tot het ambt van burgemeester in Naald wijk, zei een oud-wethouder tegen zijn aarzelende echtgenote: ik geef u drie maanden, dan wilt u nooit meer weg. De oud-wethouder kreeg gelijk.

Toen Mary Kokxhoorn, manager van de regionale Kamer van Koophandel, tijdens een autoritje in een huizenhoog glazen landschap belandde en riep dat het prachtig was, keek de verslaggever haar verbijsterd aan. Prach tig? 'Ja, prachtig om te zien wat een lef de ondernemers hier hebben om hun bedrijven te vernieuwen.'

Moeder aarde

Niettemin kampt het Westland met een imagoprobleem. Voor de rest van het land is het een chaotisch glaswerk waar vrachtwagens tussendoor jakkeren, waar knoestige mannen veel te grote monden hebben, waar Moeder Aarde wordt uitgeput.

Freelance-journalist Louis Bruijnzeels is een bohémienachtige verschijning met zijn baard en zijn halflange haar. Negen jaar geleden kwam hij in het Westland wonen en meende de vergissing van zijn leven te hebben gemaakt. Hoe kon hij, door en door atheïst, aarden tussen mensen, wier leven door God en arbeid werd geregisseerd?

Het is hem gelukt, meer dan dat zelfs. 'Ja zeker, ik heb een grote liefde opgevat voor die 3500 tuinders die zo vreselijk hun best doen om een kwalitatief goed product te maken en die zo gemakkelijk worden weggezet als een stelletje gifmengers.'

De rest van het land heeft gewoon geen idee van het Westland. Dat achter die voortjakkerende vrachtwagens een geweldige logistiek schuilgaat. Dat het Westland de hele wereld voorziet van bloemen, groenten en fruit. Dat die knoestige mannen in opeenvolgende generaties keihard hebben gewerkt om dat te bereiken, met hart voor de zaak, met hart voor hun gemeenschap. En dat die mannen heus niet zo bars zijn als ze op het eerste gezicht lijken.

'Ik daag iedereen uit om het Westland te komen proeven', bast Kees Mostert. De bestuursvoorzitter van FloraHolland zetelt op de bovenste etage. Maar nu, half acht 's ochtends, staat hij samen met collega-telers in een van de vier afmijnzalen te kijken wat de bloemen doen. Zo is de tuinder, zegt Mos tert. 's Morgens voor het werk eerst even kijken hoe de handel ervoor staat.

Natuurlijk is hij vooral benieuwd naar de prijzen, maar deepdown gaat het hem erom of zijn bloemen wel meedoen op de klok, of zijn producten gewaardeerd worden. Een Westlandse tuinder heeft namelijk niet zoveel noten op zijn zang. Als Mostert het een beetje onparlementair mag uitdrukken: 'Een goed huis, een goed wijf en een goed bedrijf.'

Dat beroerde imago heeft de Westlander dus ook een beetje aan zichzelf te wijten. Bruijn zeels: 'Hij is niet in staat zichzelf te verkopen.' Kokxhoorn: 'Vraag een Nederlan der wat de drie mainports zijn en hij komt tot twee. Wie weet dat er vijftigduizend mensen hun brood verdienen in de tuinbouw, bijna net zo veel als op Schiphol?'

Wat heeft van het Westland dan een mainport gemaakt? Hard werken natuurlijk, maar ook een grote mate van flexibiliteit. Kees Mostert teelt zelf chrysanten, maar ook wat kentia-palmen. Dat doet hij alleen maar om een paar verouderde kassen in functie te houden. Anders dan een boer laat een tuinder zich niet leiden door sentiment. Drie verschillende teelten in één generatie is geen uitzondering.

Hetzelfde pragmatisme vind je in de export. Als de ene markt inzakt, wordt gewoon een andere aangeboord. Vandaag zijn Rus land en de Verenigde Arabische Emiraten de grote afnemers. Morgen kunnen dat Brazilië en Zuid-Korea zijn.

Met grote stappen, alsof de aarde aangestampt moet worden, beent Kees Mostert door de immense veiling, 650.000 vierkante meter. Plotseling stopt hij bij een overzichtsfoto van de Naaldwijkse vestiging van Flora Holland. Kijk, daar in dat hoekje, in dat kleine gebouwtje, is het begonnen. En nu, twee jaar na het maken ervan, is de foto alweer verouderd. Voor de exporteurs worden nog twee van die kantoortorens gebouwd.

Vroeger was Naaldwijk alleen een oprijveiling, nu wordt er van en naar de hele wereld geïmporteerd en geëxporteerd. Rozen reizen soms op en neer naar Spanje, alleen om even onder een klok van Naaldwijk door te gaan. 'En weet je wat het aardige is. In de toptien van bloemenexporteurs zitten zeker zes West landse bedrijven.' Als Nederlanders de Chi nezen van Europa zijn, dan is het West land zoiets als Hongkong of Sjanghai.

Doorworstelen

Mart Valstar heeft een visitekaartje dat aan twee kanten bedrukt is. Aan de ene kant is hij managing-director van Valstar Hol land. Aan de andere kant zal hij vermoedelijk hetzelfde zijn, maar dan in het Japans. De V van Valstar op dat visitekaartje is een vogel die de wereld verovert.

De firma Valstar zit in Poeldijk, op het vroegere veilingterrein. Anders dan de bloemen worden groente en fruit niet meer dagelijks geveild. Omdat de handel zich steeds meer heeft verplaatst naar de supermarkt, heeft de dagprijs zijn geldigheid verloren. Daar wijzigen ze niet elke dag de prijzen.

In de gang hangt, in glas en lood, een druiventros met daarin een V, nog zonder vleugels. Cadeau van het personeel toen het bedrijf in 1953 een kwart eeuw bestond. Nu, weer een halve eeuw verder, vertellen Mart en Ful Valstar over een echt Westlands familiebedrijf.

Beiden zijn naar hun grootvader vernoemd. Fulps wordt Ful, Martin wordt Mart, Valstar wordt Val. Het Westland houdt niet van lettergrepen.

Ful Valstar sr. was een prominent tuinder in Naaldwijk met vijf zoons, van wie er slechts drie terecht konden in de tuin. Mart Val star sr. moest zijn geluk maar beproeven in de handel. In 1952, koud van de mulo en pas 15 jaar oud, deed Ful jr. zijn intrede in het bedrijf dat toen vooral optrad als commissionair namens exporteurs en groothandels.

Ful Valstar begon zijn loopbaan helemaal onderaan de ladder, als inpakker. 'Je moet elke afdeling doorworstelen. Dat gold ook voor Mart. Hij had eerst vwo gedaan, maar daarna is hij wel het hele bedrijf doorgegaan. Je moet eerst verstand hebben van een blaadje sla voordat je erin kunt handelen.'

Pas begin jaren tachtig, onder leiding van de derde generatie Valstar kreeg de V vleugels. Het bedrijf, negentig werknemers groot, exporteert groente en fruit naar vijftig landen. Er zijn vier dependances in Nederland en drie in het buitenland. Valstar zal dit jaar een omzet halen van 100 miljoen euro, een verhonderdvoudiging van de omzet in 1983.

'Hoewel hij een prestatie van formaat heeft geleverd, stel ik er prijs op vast te kunnen stellen dat hij gewoon is blijven doen en ik spreek de wens uit dat hij dit nog lang mag volhouden', schrijft vader over zoon Ful in het boek dat verscheen bij het 75-jarig bestaan van Valstar. De Westlander, hoe succesvol ook, laat zich het hoofd niet op hol jagen. Geluk gaat immers in drieën: een goed huis, een goed wijf en een goed bedrijf.

Vijftien uur per dag

Van die drie kan het huis niet goed genoeg zijn. Ingeklemd tussen kas en sportveld ligt het huis van Leo van Vliet, als een kasteel dat een noodlanding moest maken in een woonwijk.

Vanwege het wielrennen, dat hij van 1978 tot 1986 professioneel beoefende, woonde Van Vliet een paar jaar in bosrijk Brabant om dichter in de buurt van de talrijke Vlaamse koersen te zitten. Maar toen hij stopte met fietsen, stond vast dat het goede huis in de directe nabijheid van geboortedorp Honse lers dijk moest verrijzen. Het goede bedrijf stond er al.

Zijn vader was begonnen als kleine exporteur die met paard en wagen groente en fruit naar de veiling reed. Vanaf het moment dat dit gemotoriseerd kon, deed hij er allerlei klusjes bij en daaruit is, opnieuw onder leiding van het nageslacht, een recyclingbedrijf gegroeid dat toonaangevend werd.

'Ons grote voordeel was dat wij alles zelf deden. Die Haagse chauffeurs hadden er allemaal een eigen handeltje in oud ijzer bij. Daar mee ging een hoop tijd verloren. Wij waren dan wel de boertjes uit het Westland, maar die boertjes hebben wel een topbedrijf uit de grond gestampt.'

Het Westland heeft altijd goede coureurs opgeleverd, allemaal geschoold bij wielerclub Westland Wil Vooruit. Wielrennen vereist doorzettingsvermogen en dat bezit een West lander al bij geboorte. Maar er is volgens Van Vliet een belangrijk verschil met de zuidwesthoek van Brabant, ook zo'n broedplaats van wielrenners. 'Westlanders stoppen er direct mee als blijkt dat het niet lukt. Gaan ze wat anders doen. Brabanders niet, die blijven stug doorgaan, tegen beter weten in.'

Zelf zette Leo van Vliet ook op jonge leeftijd een punt achter zijn loopbaan. De sjeu was eraf. Een jaar later, op zijn 31ste, werd hij commissaris bij Van Vliet Recycling. Weer een jaar later werd het bedrijf voor goed geld van de hand gedaan en sindsdien is zijn kostje gekocht. Zo kon het dus gebeuren dat hij vorig jaar zomer, alle tijd van de wereld, met z'n handen in z'n zakken voor zich uit stond te staren.

Leo van Vliet was toen al een paar jaar koersdirecteur van de Amstel Gold Race, de enige wielerklassieker van Nederland. Hij heeft nu ook de zakelijke leiding, en zijn schouders gezet onder nog wat projecten in de wielersport. Sindsdien zwijgt de mobiele telefoon geen moment. 'Heerlijk man, gewoon weer vijftien uur per dag bezig zijn.'

Eén verkeerd vliegje

Familiegeschiedenissen als die van Val star en Van Vliet zijn er legio in het Westland. Opa's en vaders hebben met veel pijn en moeite een bedrijfje opgezet, de zonen hadden de durf en het inzicht om van dat bedrijfje een onderneming te maken en van het Westland een mainport.

Mary Kokxhoorn staat op het parkeerdek van FloraHolland. Vanaf 40 meter hoogte kijkt ze neer op Naaldwijk en omgeving. Daar, zegt Mary Kokxhoorn. Ze priemt met haar vinger. En daar. En daar. Overal glas, ruim 3000 hectare in totaal. Het West land loopt tegen de grenzen van zijn investeringsdrift aan.

Als de fusie van de vijf gemeenten iets moet opleveren, dan is het wel een einde aan de monocultuur. 'Als het slecht gaat met de tuinbouw gaat het slecht met het Westland. Eén verkeerd vliegje in de bloemen naar Ja pan en je kunt die hele markt wel vergeten.'

Het Westland moet volgens Kokxhoorn de ruimte krijgen om zijn kust uit te buiten. 'Als je langs de duinen fietst, kijk je zo de kassen in.' Het Westland moet de ruimte krijgen om iets aan zijn waterhuishouding te doen. 'Elk jaar loopt de boel onder.' Het Westland moet de ruimte krijgen om zijn wegenstelsel op orde te krijgen. 'Zelfs een ambulance op weg naar een spoedgeval kan er soms niet door.'

In het iopw, een toekomstvisie op het West land, staat dat 700 hectare glas op korte termijn weg moet. De mannen morren. Wat is het Westland zonder tuinbouw? Die kassen staan hier niet voor niets, zegt Hans Zuijder wijk, chrysantenteler in Maasdijk. Nergens betere geestgrond, nergens meer lichturen dan in het Westland.

Van het parkeerdek gaat het naar Coldenhove, een bedrijventerrein bij Maas land, en volgens Mary Kokxhoorn een schoolvoorbeeld van hoe het moet: brede wegen, moderne kassen en alle verwante bedrijven in de nabijheid.

Maasland en Schipluiden hebben bij hetzelfde referendum twee jaar geleden besloten om niet mee te doen aan de fusie. De achttienduizend inwoners gaan volgend jaar samen verder als Midden-Delfland, dat zich met gras wil onderscheiden van het glas in West land. Maar Coldenhove, opgezet door Westlanders, raakt Maasland kwijt. Kwestie van politieke geografie, volgens Dirk Louter.

Kokxhoorn is tien jaar burgemeester geweest van Maasland. Toen ze het gevoel had dat Maasland klaar was, wilde ze iets anders. Maar wat? Ergens anders burgemeester worden? Weg uit het Westland? 'En toen kwam de Kamer van Koophandel langs.'

Ze is een van de weinige vrouwen in een mannenwereld. Maar eerlijk gezegd, dat realiseert ze zich zelden. Met Westlandse mannen kun je goed zaken doen. Ze zijn eerlijk, betrouwbaar en direct, al zou het ook weleens wat minder kunnen. Komt door het zout, zegt Mart Valstar. 'Het zit in onze schildklieren en dat is niet altijd even prettig. Je schrikt er mensen ook mee af.'

Vooraf-pilsjes

Vrijdagavond treffen Roy Batist (Roy), Jo han van Duijn (Duin), Gert-Jan Barendse (Dik ke), Ton Barendse (Bolle) en Ton Zwin kels (Zwink) elkaar in De Krat. Er worden vooraf-pilsjes gedronken, in afwachting van wat de vrijdagnacht te bieden heeft. Dat zal wel Theater worden, de disco in Naaldwijk. Morgenochtend gaat de wekker om zeven uur.

Hun pleisterplaats is te vinden in de schuur van tuinder Barendse aan de Kleine Achterweg, op de plattegrond een wit streepje door oneindig paars. Barendse heeft zijn schuur zes jaar geleden gratis ter beschikking gesteld. In ruil daarvoor moet De Krat één weekeinde in het jaar een handje toesteken met de potplanten.

De Krat is een vliering waarop een barretje, een televisie en drie oude banken. De Krat is een hok, een van de 250 hokken die zich overal in het Westland hebben verstopt. Soms vind je ze in een oude caravan, vaak in een schuur, maar ook in gestrande zeecontainers. Een hok is een hangplek, maar dan van alle gemakken voorzien, en typisch Westlands, zeggen de Westlanders.

In 2002 werd voor de eerste keer een hok van het jaar gekozen. Winnaar: De Krat, hoofdprijs: een ideale hokavond. Dat wilde zeggen: tien kratten bier, vijfhonderd bitterballen en voor 100 euro gratis shoppen bij Koorneef in Honselersdijk.

De harde kern bestaat uit een man of tien. Maar met de wannabe-kratten meegeteld, kom je al gauw tot veertig mensen. De gemiddelde leeftijd is 19 jaar en de meesten hebben al een bedrijf of een baan. Geld is geen probleem, zolang het maar rolt. 'Je moet het wel een beetje breed laten hangen', zegt Zwink. Als De Krat gaat stappen in Amsterdam, mag hij graag met flappen zwaaien. Een bedelaar met twee handen aan zijn lijf hoeft bij De Krat niet aan te kloppen.

Aan dat geld, het liefst achteloos uitgegeven, ontleent de Westlander zijn status. Dat begint al op jonge leeftijd. Vroeger kregen scholieren in het Westland twee weken krentvakantie. Dat was bedoeld om te helpen met druiven krenten (de kleine exemplaren eruit halen). 'In die weken verdienden sommige leerlingen meer dan hun leraar', zegt Pe ter Smit, archivaris van de gemeente Naald wijk.

De krentvakantie bestaat niet meer, maar nog steeds steken Westlanders, jong en oud, een handje toe in de tuin als het nodig is. Duin, die bedrijfseconomie studeert in Rot ter dam, en Roy, die webdesigner is, vinden het gewoon leuk om op een vrije zaterdag te wroeten in de tuin. Zwink: 'Als je als West lander niet in de tuin hebt gewerkt, ben je gewoon een lulletje.'

Mannenkoor

Woensdagavond repeteert het Westlands Mannenkoor in restaurant Fleuresto. Houd je hoed maar vast, had burgemeester Elzenga gewaarschuwd. Maar eerst heeft vice-voorzitter Tom van Holsteyn huishoudelijke mededelingen te doen. Binnenkort zal de Maas trechter Staar optreden in Maasland. Ik geef het maar even aan, bast Van Holsteyn. Voor wie dat eens horen wil.

Samen met de Staar is de 'trots van het Westland' het bekendste mannenkoor van Nederland. Twee jaar geleden, op tournee door Canada, waren alle optredens stijf uitverkocht. Ieder koorlid had op de heenweg tien cd's tussen de onderbroeken gestopt. Geen enkele cd ging mee terug naar het Westland.

Het Westlands Mannenkoor dankt zijn faam vooral aan De glazen stad een televisieserie van eind jaren zestig. Daarin werd het wel en wee van een Westlandse tuinder verteld. De serie werd een groot succes, mede dankzij het Westlands Mannenkoor dat het gelijknamige lied zong, gecomponeerd door hun eigen dirigent Piet Struijk.

Nu bassen de bassen en zweven de tenoren door Sailing van Rod Stewart. Het mannenkoor moet wat doen aan zijn imago, vindt het bestuur. De gemiddelde leeftijd van de leden is 59 jaar, vergrijzing dreigt en dat komt toch ook een beetje door De glazen stad. 'Je dankt er je bekendheid aan, maar het is ook meteen de enige associatie', zegt Van Holsteyn.

Hans de Wit is sinds acht jaar dirigent van het Westlands Mannenkoor en dat vindt hij nog steeds een eer. Je moet hier niet met Ja na cek aankomen, zegt hij, maar elk koor heeft zijn beperkingen. Gewoon doen waar je goed in bent.

En dus klinkt meteen na de pauze, op speciaal verzoek van de verslaggever, De glazen stad. 136 Mannen veren overeind als de dirigent het verzoek overbrengt. De mappen gaan dicht en de borsten vooruit.

'Europa's groene tuinen, die bloeien 't hele jaar, Beschut door ruige duinen, voor westerstorm gevaar.

De tuinder van het Westland

wil houden wat hij had, Want nergens ligt zo'n best land

als in de glazen stad.'

Een hoed waait uit het raam, een bravo klinkt in restaurant Fleuresto.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden