Een goed gesprek bespaart zorgkosten

Door langer met patiënten te praten, blijkt een doorverwijzing of behandeling vaak niet nodig.

Wat hebben een triagist uit Den Haag, een huisarts uit Afferden en een internist uit Uden gemeen? Bij allen blijkt: doordat zij méér tijd uittrekken voor de patiënt, gaan de zorgkosten omláág. Het adagium 'tijd is geld' kan in de prullenbak; een gebrek aan tijd, dat is pas kostbaar.

Dat begint al bij het eerste contact dat een patiënt legt met een zorgverlener. Bijvoorbeeld op een zaterdagmiddag, als de eigen huisartsenpraktijk gesloten is, maar het kind wel met hoge koorts kampt. Op de huisartsenpost zal een triagist, een speciaal opgeleide doktersassistent, de telefoon opnemen. Ze (meestal een vrouw) zal aandachtig luisteren en vragen stellen over de ademhaling, de lichaamskleur en of het kind nog een beetje wil spelen.

Op de huisartsenpost van de regio Den Haag alleen al komen 150 duizend van dit soort telefoontjes per jaar binnen. De helft daarvan, zegt directeur huisartsenpost Rob Jansen, leidt niet tot een verder bezoek aan een arts, omdat de triagist de zorgen al voldoende heeft kunnen wegnemen. 'Daarmee zitten we landelijk gezien aan de hoge kant. Maar onze gesprekken duren gemiddeld dan ook langer. Zo kunnen we meer vragen stellen om te achterhalen of er echt iets aan de hand is. En kunnen we de beller vaker overtuigen dat het niet noodzakelijk is op korte termijn een arts te zien, maar dat een klacht best even kan wachten tot de eigen huisarts weer beschikbaar is.'

Vervolgens geldt: hoe vaker die huisarts ervoor kan zorgen dat een bezoek aan de specialist in het ziekenhuis niet nodig is, des te meer geld wordt bespaard. Zodra een patiënt de drempel van een hospitaal overstapt, gaat de teller pas echt lopen.

Tom Kliphuis, bestuursvoorzitter VGZ

Zorgverzekeraar VGZ experimenteerde dit jaar met huisartsen in het Limburgse Afferden en in Gorinchem; zij kregen een vergoeding om per consult 15 minuten met de patiënt te spreken in plaats van de gebruikelijke 10 minuten. Wat bleek: het aantal verwijzingen naar de specialist daalde met 6 procent. VGZ wil deze manier van werken, waarbij het aantal patiënten per huisartsenpraktijk naar beneden moet, breder gaan toepassen. 'De patiënt is tevreden, de kosten gaan omlaag, meer lol voor de huisarts, wie kan er tegen zijn?', zei VGZ-topman Tom Kliphuis eerder dit jaar.

Ook in het ziekenhuis zelf blijkt een goed gesprek met de specialist veel zorgkosten weg te kunnen nemen. Het toverwoord daarbij is gezamenlijke besluitvorming; oftewel de patiënt zo goed informeren over de aandoening dat deze in staat is samen met de arts tot een goed onderbouwde beslissing te komen. Daar zijn meerdere gesprekken voor nodig en de patiënt moet 'huiswerk' maken: artikelen lezen over de behandelopties, video's kijken met uitleg, samen een digitale keuzehulp invullen om zo stap voor stap door te nemen wat belangrijk is voor de patiënt en om te bekijken of niet opereren ook een reële optie is.

Kostenreductie

Op zo'n negentig afdelingen in Nederlandse ziekenhuizen werken artsen op deze manier. Teun Teunis is arts en heeft zich toegelegd op het ontwikkelen van die keuzehulpen. De kostenreductie die de inzet daarvan tot gevolg heeft, verschilt erg per discipline, zegt Teunis. 'Bij borstkanker beslist de patiënt bijvoorbeeld over het weghalen van een stuk borst of van de gehele borst. Dan is het kostenverschil miniem. Maar vaak gaat het om het verschil tussen wel opereren en niet opereren; dan kunnen de kosten wel degelijk omlaag gaan.'

Tot grote vreugde van de zorgverzekeraars die pochen met cijfers van de succesvolste afdelingen in het Bernhoven-ziekenhuis in Uden en het Rivas-ziekenhuis in Gorinchem: 29 procent minder operaties bij een liesbreuk, 16 procent minder galblaasoperaties.

Foto Hilde Harshagen

Toch is niet iedereen overtuigd van de relatie 'meer tijd-minder kosten'. Internist-oncoloog Hiltje de Graaf werkt mee aan een gezamenlijk besluitvormingsproject in Friesland. 'Als mensen meedenken en meebeslissen, kost dat tijd. Hoe meer informatie mensen tot hun beschikking hebben, des te mondiger ze worden en des te meer aanvullende onderzoeken je nodig hebt. Dus nee, ik denk niet dat gezamenlijke besluitvorming de zorg goedkoper maakt. Toch juich ik het toe: de kwaliteit van de zorg wordt er beter van.'

Ook gezondheidseconoom Wim Groot vraagt zich af of langer en meer praten tot lagere kosten leidt. En niet alleen omdat al die extra consulten natuurlijk ook gewoon geld kosten. 'Veel onderzoek naar gezamenlijke besluitvorming komt uit de Verenigde Staten, maar daar behandelen artsen sowieso veel meer dan in Nederland. Hier zijn specialisten al terughoudend in het aantal operaties dat ze uitvoeren en hier verwijzen huisartsen al relatief weinig door. De vraag is dan of nog minder doen of nog minder doorverwijzen wel gewenst is. Natuurlijk is geld belangrijk, maar uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van de geleverde zorg en de gezondheid van de patiënten.'

Meer over